Zorgkosten beteugelen: zware taak nieuwe minister

Zorg

Het kabinet Rutte III wil een rem zetten op de zorgkosten, net zoals het vorige kabinet heeft gedaan. Alles hangt af van de onderhandelingskwaliteiten van de nieuwe minister.

Foto: Martin Barraud

Het vorige kabinet beschouwde het beteugelen van de zorgkosten als „één van de belangrijkste doelstellingen”, zo was te lezen in begrotingen van dat kabinet. Door technologische- (moeilijke en dure operaties) en demografische ontwikkelingen (meer ouderen) werd de zorg steeds duurder. De uitgaven stegen lange tijd jaarlijks met bijna 6,5 procent, meer dan een derde van de Rijksbegroting gaat op aan collectieve zorgkosten. En: meer geld naar de zorg betekent minder voor bijstandsgerechtigden, militairen, leraren, infrastructuur. De zorg dreigde dus niet alleen onbetaalbaar te worden, het slokte ook teveel rijksgeld op.

Het kabinet Rutte II bedacht een oplossing: ‘budgetplafonds’ voor ziekenhuizen, geestelijke gezondheidszorg en andere zorgsectoren. Ze werden op rantsoen gezet en mochten niet meer te sterk groeien. Minister Edith Schippers (VVD, Volksgezondheid, Welzijn en Sport) was verantwoordelijk voor de operatie. Die speelde zich af in relatieve rust, maar was voor de financiën van ons land onmisbaar.

Het werkte: door de afspraken die het ministerie van VWS, via de zorgverzekeraars, maakte met verschillende zorgsectoren is de groei van de zorgkosten teruggebracht tot ongeveer 1,3 procent per jaar. Voor het eerst in decennia werden zo de zorgkosten afgeremd. Nadelen heeft dit ‘budgetteren’ ook: wachtlijsten in de zorg kunnen erdoor groeien, omdat het geld soms op is.

Rutte III wil precies dezelfde tactiek toepassen als Rutte II. VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie streven ernaar jaarlijks 1,65 miljard euro te besparen op de zorgkosten. Via goedkopere geneesmiddelen en nieuwe ‘hoofdlijnakkoorden’ wordt 2,4 miljard ingeboekt. Daarvan kunnen leuke dingen worden betaald, zoals een grootscheepse verbetering van de verpleeghuiszorg. Dat zou minder kosten dan de totale besparingen.

Er is één maar: het Centraal Planbureau gaat er in de doorrekeningen van het regeerakkoord niet zomaar vanuit dat het lukt om nieuwe zorgakkoorden te sluiten. Daar hebben de rekenmeesters een punt. Volgend jaar lopen eerder gesloten akkoorden met de zorgsector af. De nieuwe minister zal opnieuw moeten onderhandelen over budgetplafonds.

Of dat eenvoudig zal gaan? De reactie van voorzitter Yvonne van Rooy van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) doet stevige onderhandelingen vermoeden. De NVZ is „teleurgesteld” over het regeerakkoord, stelt Van Rooy. Het kabinet mag er niet zomaar vanuit gaan dat ziekenhuizen weer meewerken aan het opstellen van budgetplafonds, is uit de reactie van de NVZ op te maken. Nu de crisis voorbij is, vindt Van Rooy, zien ziekenhuizen het niet zomaar meer zitten beknot te worden.

Voorlopig rekent het CPB er dan ook niet op dat de zorgmaatregelen van Rutte III 1,6 miljard euro opleveren – eerst maar eens die akkoorden sluiten. De plannen van het nieuwe kabinet zorgen hoe dan ook voor een kleine beteugeling van de zorgkosten, zelfs volgens de strenge CPB-berekeningen. Rutte III geeft zeker een half miljard minder uit aan zorg dan verwacht. In 2021 zal volgens het CPB 78,5 miljard euro worden uitgegeven aan zorg. Dat zou een stijging zijn van 4 procent per jaar: veel meer dan onder minister Schippers. Of de zorgkosten echt in toom gehouden kunnen worden zal afhangen van de onderhandelingskwaliteiten van haar opvolger. Je zou zeggen: één van de belangrijkste doelstellingen van Rutte III.