Scheppen tussen schoonheid en verschrikking

Dans

Al ruim veertig jaar werkt Jirí Kylián vanuit Den Haag, maar Praag vormde hem. Licht en donker, leven en dood liggen er dicht bij elkaar. Zijn films zijn doortrokken van die tegenstellingen.

Jirí Kylián Foto Anton Corbijn

Al voor het tuinhekje is ontsloten, zwaait de voordeur open. Jirí Kylián (70) verwelkomt zijn bezoek met open armen, alsof hij stond te popelen voor het zoveelste interview in zijn lange loopbaan. „Ik róók je!”, zegt hij lachend. „En balletmensen komen altijd op tijd.”

Het voorval typeert de speelse kant van de Nederlands-Tsjechische choreograaf, wiens zeventigste verjaardag dit jaar op verschillende momenten is gevierd. Deze donderdagavond gaat de viering door, met een optreden van het Ballet de Monte Carlo, en volgende maand sluit het Noors Nationaal Ballet het feest af met de ‘zwart-witballetten’.

Bijna acht jaar nu opereert hij als choreograaf en filmmaker, na ongeveer 35 jaar, de helft van zijn leven, verbonden te zijn geweest aan het Nederlands Dans Theater. Die vrijheid, verlost van de verantwoordelijkheid voor 50 mensen, heeft het leven lichter gemaakt. „Het is geen moeten meer, maar een mogen.”

Een melancholicus is hij ook niet, zegt hij zelf, en hij omarmt zijn zeventig jaren. Een concept als ‘absolute leeftijd’ vindt hij een rare theorie. Toch zijn de films die hij de laatste jaren maakte, met zijn vrouw en muze Sabine Kupferberg vrijwel altijd in een hoofdrol, vaak in een soort nostalgische waas gehuld. De kostuums stammen uit een onbestemde stijlperiode en – niet te missen – meestal is kleur vrijwel of geheel weggefilterd.

Dat laatste is een esthetische keuze: „Zwart-wit geeft een gevoel van eenheid, je wordt niet afgeleid en kunt je concentreren op de essentie. In Scalamare bijvoorbeeld zijn de huidskleur, de kleur van de ogen en de mond vrijwel de enige kleuren. De concentratie is gericht op mensen.” Scalamare, eerder dit jaar in première gegaan, filmde hij in Ancona, bij het Monumento ai Caduti. Een gedenkteken in fascistische stijl, maar het waren vooral het uitzicht en de monumentale trap die naar de zee leidt die Kylián inspireerden tot een schets van een ouder echtpaar dat er herinneringen komt ophalen. De gepassioneerde vervoering van weleer krijgt meteen een ironische tegenkleur door Mantovani’s overbekende, suikerzoete wals Charmaine.

Zulke contrasten gebruikt hij graag in zowel zijn balletten als zijn films: schoonheid naast banaliteit, licht naast donker, leven naast dood. De herkomst van die voorliefde is, denkt hij, terug te voeren op zijn geboorteplaats Praag, „een rare stad, waar schoonheid en gruwel naast elkaar wonen”. Ter illustratie noemt hij twee schrijvers die in hetzelfde jaar, 1883, werden geboren, vlak bij elkaar woonden en niet verschillender zouden kunnen zijn: Franz Kafka en Jaroslav Hasek, de schepper van soldaat Svejk. „Dat is typisch voor Praag. Zoveel prachtigs, maar om de hoek loeren angst en gevaar. Zelf heb ik dat ook ervaren in de communistische tijd” – Kylián vluchtte in 1968 uit Praag naar West-Europa. „En ook nu zijn we omgeven door dingen die bespottelijk én gevaarlijk zijn”.

Hij laat een paar cartoons zien van de Tsjechische Miroslav Barták: een tekening van een zelfmoordenaar die een inktpot omstoot over zijn afscheidsbrief, een zelfmoordenaar die door writer’s block eindeloos op zijn afscheidsbrief zit te zwoegen. „Dit is zó Tsjechisch. Zwarte humor – ik noem het liever gewoon humor – daar zijn wij goed in thuis. We moeten wel, gezien onze geschiedenis. Ik vind Barták ontzettend grappig, en tragisch. Zwart en wit. Hij tekent enkel lijnen, het is niet ingevuld. Zo is het ook met mijn zwart-witballetten: je moet actief kijken, je eigen verlangen, gevoel en ervaring inbrengen.”

De zwart-witballetten betekenden, halverwege de jaren tachtig, een markante stijlverandering in zijn oeuvre. De lyrische lange lijnen en romantische vervoering van de jaren zeventig maakten plaats voor grillige bewegingen, plots afgebroken lijnen en een vaak ongrijpbare, navrante sfeer. Gerijpte, theatrale expressiviteit van rijpere dansers werd belangrijker dan fysieke virtuositeit. „Als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, wil je tot de essentie doordringen.”

Groeiende afstand

Met film kan hij nog dichterbij de kern van zijn geliefde thema’s tijd, liefde, leven en dood komen. In East Shadow, gemaakt voor de Aichi Triënnale in Japan die in 2013 geheel was gewijd aan de tsunami van 2011, brengt hij alles bijeen door live performance te combineren met film. „Dat is schitterend: dezelfde mens, live en op film. Bij elke uitvoering wordt de afstand in tijd groter, dat vind ik enorm interessant. En niet alleen de performers, ook de toeschouwers zijn na afloop van de voorstelling weer iets ouder dan ervoor. Film blijft, een mens verandert, vooral aan het begin en het einde van zijn leven. Sabine is 66 en verandert razendsnel nu. Het is prachtig om die momenten vast te leggen.”

Film is een manier om te ontsnappen aan de vluchtigheid die eigen is aan de danskunst. Hoewel de uitnodigingen van prestigieuze dansgezelschappen van over de hele wereld nog altijd op zijn deurmat regenen, heeft hij geen aanvechtingen om een nieuwe choreografie te maken voor een regulier gezelschap, ook niet voor ‘zijn’ Nederlands Dans Theater. „Natuurlijk kan ik ergens over dansers struikelen die me zo inspireren dat ik iets met ze wil maken. Maar ik heb misschien nog tien jaar om te leven en dan moet je de dingen doen die in je hart zitten. Ik beweeg me nu in een andere richting en wil verder met de combinatie van live performance en film. Leven en dood naast elkaar, dat is het mooiste genre.”

Celebrating Kylián!: Les Ballets de Monte Carlo met Bella Figura, Gods and Dogs, Chapeau, 12 en 13 okt. Norwegian National Ballet met het Black & White programma, 25 en 26 nov. Inl: www.zuiderstrandtheater.nl