Rutte heeft zijn derde kabinet, VVD levert veel in

Winnaars en verliezers

Het politieke resultaat: de VVD kan doorregeren, het CDA haalt veel binnen en D66 en ChristenUnie zijn best tevreden.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Ze stonden er niet met z’n allen, ze stonden er alleen. Mark Rutte, Sybrand Buma, Alexander Pechtold en Gert-Jan Segers hielden dinsdag achter elkaar een praatje bij de presentatie van het regeerakkoord.

Een opvallende breuk met de presentatie van de kabinetten Rutte I en Rutte II. Toen stonden de kersverse coalitiepartners zij aan zij het regeerakkoord te verdedigen. Nu is de uitstraling bewust een andere: vier aparte partijen die samenwerken in een kabinet. Een zakelijke overeenkomst, geen liefdesverklaring.

VVD, CDA, D66 en ChristenUnie doen allemaal hun best om te laten zien wat ze hebben binnengehaald. Het is het waard geweest om mee te doen, is de boodschap aan de achterban. Maar onderhandelingen kennen altijd winnaars en verliezers – zeker als het om vier partijen gaat.

Wat is, zo op het eerste gezicht, de politieke winst- en verliesrekening van deze formatie?

De VVD heeft als grootste partij het meeste ingeleverd. Natuurlijk, er staan punten in het regeerakkoord waar de liberale achterban blij van wordt. Extra geld voor typische VVD-onderwerpen als defensie, veiligheid en snelwegen. Criminelen worden harder aangepakt, het asielbeleid blijft streng. En het belangrijkste: de belastingen gaan omlaag. „Gewone, normale Nederlanders gaan er écht op vooruit”, aldus Mark Rutte.

Heilige VVD-graal

Alleen: daar staat een trits pijnpunten tegenover. De hypotheekrenteaftrek, een heilige VVD-graal, wordt de komende jaren in ongekend hoog tempo afgebouwd. Er komt een hogere belasting op het afbetaalde eigen huis. Bedrijven krijgen per saldo géén lastenverlichting. Werkenden gaan er op vooruit, maar van denivelleren is na vijf jaar regeren met de PvdA geen sprake. En de regeling voor uitgeprocedeerde asielzoekers (‘bed bad brood’) wordt lang niet zo streng als gehoopt.

Het CDA heeft in alle stilte geoogst. De partij van Sybrand Buma liet in de formatie weinig van zich horen – een opstelling die heeft gewerkt. Het CDA leverde heus ook in: de basisbeurs voor studenten komt niet terug, het eigen risico in de zorg gaat niet omlaag en er komt een proef met gereguleerde wietteelt – iets waar de partij van gruwt.

Maar er is veel binnengehaald. Het CDA krijgt het belastingstelsel dat het wilde, met slechts twee tarieven. En er komt 1,5 miljard euro extra voor defensie. Voor de agrarische achterban zit er veel moois in het regeerakkoord: zo hoeft de veestapel niet te krimpen.

Bovenal kan Buma pronken met een agenda om het nationale saamhorigheidsgevoel te versterken. Schoolkinderen gaan het Wilhelmus leren, er komt een (vrijwillige) ‘maatschappelijke dienst’ en iedere Nederlander krijgt op zijn achttiende een boekje over de Nederlandse identiteit.

Bij D66 en ChristenUnie is het beeld gemengd. Samen sleepten ze een ambitieus klimaatplan binnen, met strengere doelen dan de Europese Unie zich stelt. Het moeilijkste onderlinge strijdpunt, medische ethische kwesties als ‘voltooid leven’ en embryoselectie, werd opgelost zonder in totale stilstand te vervallen. Ze gunden elkaar ruimere homorechten (D66) en een pooierverbod (CU).

D66 kan een investering van 1,4 miljard in onderwijs claimen. De pijn zit hem in het uitblijven van de gekozen burgemeester. Die komt er pas onder een volgend kabinet. Van het schrappen van het raadgevend referendum zal Pechtold niet wakker liggen, maar er staat geen enkele andere bestuurlijke vernieuwing tegenover.

De CU krijgt weliswaar meer geld voor ontwikkelingssamenwerking en gezinnen met één kostwinner, maar moet ook „een bittere pil” (dixit Segers) slikken: het kinderpardon wordt niet verruimd.

Na drie maanden zijn de onderhandelingen voor de vier partijen overigens nog steeds niet klaar. Anders dan bij voorgaande formaties hebben ze nog steeds geen overeenstemming over de ministersposten. Ja, ze weten hoeveel bewindslieden er gaan komen: vierentwintig in totaal. Maar welke partij precies welk departement krijgt, moet formateur Mark Rutte de komende weken gaan bepalen. Dat kan een splijtzwam zijn – of een kans om geleden pijn te verzachten.