Onderwijsraad zeer kritisch over lerarenregister

De Onderwijsraad heeft zware kritiek op de verplichte registratie van leraren met hun diploma’s en nascholing. Dat schrijft de raad aan het kabinet.

iStock

De adviesraad staat wel achter een verplicht register, maar is tegen de ingewikkelde opzet. Zo zouden er commissies moeten komen die over ieder van de 230.000 leraren advies moeten uitbrengen. Ook hekelt de raad dat al een ICT-structuur wordt ontworpen zonder dat duidelijk is waarvoor precies. „Het lerarenregister dreigt er vooral een technisch-bureaucratische exercitie door te worden, die ver afstaat van leraren in de klas en van de praktijk binnen scholen”, aldus de raad, die een eenvoudiger systeem bepleit.

Per 1 augustus 2019 moeten alle leraren met hun diploma’s en gevolgde nascholing in een register staan, dat overigens al volgend jaar opengaat. Een leraar die onvoldoende nascholing heeft gevolgd, kan zijn lesbevoegdheid verliezen.

Eerder al waarschuwde de Raad van State in zijn advies over het wetsvoorstel dat zo’n register voorbarig is. Voor bètavakken en verscheidene talen bestaat een lerarentekort, waardoor veel onbevoegde leraren voor de klas staan. Het heeft dan weinig zin om een onvoldoende geschoolde leraar te schorsen. Eerst moet het lerarentekort worden bestreden.

Professionaliteit

Een kleine minderheid van leraren staat nu al ingeschreven in een vrijwillig register dat nog niet voldragen is. Het enthousiasme voor opname hierin is niet groot, ofschoon ministerie en vakorganisaties leraren voorspiegelen dat ze dankzij zo’n register grip krijgen op ‘hun eigen professionaliteit’. Zoals het beroepsregister in de gezondsheidzorg (BIG) de professionele status van zorgverleners garandeert, zou dat ook voor leraren moeten gaan gelden.

Volgens de Onderwijsraad kan de leraar niet op eigen houtje zijn nascholing bepalen. De schoolleiding moet daarbij zijn betrokken, de nascholing afgestemd „op de situatie in de school en op het schoolbeleid”. Volgens de huidige plannen moeten leraren op hun scholing worden beoordeeld door adviescommissies die worden samengesteld uit leraren die zich hebben aangemeld bij de Onderwijscoöperatie, een koepel van onderwijsorganisaties.

Ook het kabinet is niet tevreden met de structuur: in het regeerakkoord staat nadrukkelijk dat het lerarenregister „straks, voor en door de docent moet zijn”.

De Onderwijsraad ziet veel meer in minimumeisen voor bekwaamheid, die eenvoudig kunnen worden geverifieerd. Alleen in bijzondere gevallen zou extra aandacht nodig zijn. De schoolleiding zou in persoonlijke portfolio’s de nascholing van leraren kunnen volgen. Het ICT-systeem moet pas worden ingericht als die minimumeisen duidelijk zijn en niet andersom, vindt de raad.