‘Lerarentekort’ is nergens genoemd en dat is tekenend, zegt de sector

Onderwijs

Onderwijs krijgt er 1,9 miljard bij, maar aan grote problemen wordt niks gedaan, zo luidt kritiek.

‘Lerarentekort’, typte menig onderwijsgeïnteresseerde in de zoekfunctie in na de presentatie van het regeerakkoord. Zonder resultaat – het woord wordt in het akkoord niet één keer genoemd. Tekenend voor de onderwijsplannen van Rutte III, vindt het onderwijsveld. Er komt extra geld bij (1,9 miljard euro op een begroting van 38 miljard), maar aan de grote problemen wordt niets gedaan, is de teneur.

Dat het akkoord wel allerlei details bevat, zoals dat leerlingen les moeten krijgen in het Wilhelmus en naar het Rijksmuseum en het parlement moeten gaan, vergroot de irritatie. „Voor kleine, futiele onderwerpen wordt bepaald wat het onderwijs moet doen, maar voor de grote problemen ontbreekt het aan oplossingen”, zegt Rinda den Besten, voorzitter van de PO-raad – de vereniging van schoolbesturen in het primair onderwijs.

‘We kunnen niet 4 jaar wachten’

Vorige week gingen 60.000 basisschoolleraren naar Den Haag om te staken voor meer salaris en minder werkdruk – twee factoren die als belangrijke oorzaken van het oplopende lerarentekort worden gezien. De avond daarvoor lekte uit dat het nieuwe kabinet 500 miljoen over zou hebben voor werkdrukvermindering; evenveel als het geëiste bedrag.

Nu blijkt dat Rutte III hier 430 miljoen euro voor vrijmaakt en dat bedrag komt er pas in 2021 bij. „Maar we kunnen niet vier jaar wachten”, zegt Den Besten. „De werkdruk is nu gigantisch.” PO in actie, de actiegroep van de basisschoolleraren, kondigde als reactie op het akkoord een tweedaagse staking aan in november. De bonden en werkgevers willen ook nieuwe acties, maar beraden zich er nog op hoe die eruit gaan zien.

Ook het voortgezet onderwijs kampt met een oplopend lerarentekort, maar daartegen blijkt het nieuwe kabinet niets extra’s te doen. Terwijl de situatie in West-Nederland en Brabant „nijpend” is, zegt Niek Bootsma, bestuurder van Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Tilburg. „Scholen kopen docenten van elkaar weg, ze verlagen hun normen, het aantal onbevoegde leraren stijgt. Iedereen vist in dezelfde kleine vijver. Op lange termijn heeft dat gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs.”

Bootsma had gehoopt in het akkoord maatregelen te lezen om de instroom op lerarenopleidingen te verhogen. „De kern van het probleem is dat veel te weinig studenten voor een baan voor de klas kiezen – en dat moet landelijk worden aangepakt. Dat daar politiek totaal geen aandacht voor is, vind ik zorgwekkend.”

Blinde vlek

Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad (vereniging scholen voortgezet onderwijs), is geschrokken van de „grote blinde vlek voor het voortgezet onderwijs”. Ook daar is de werkdruk een groot probleem. Op een investering van 100 miljoen euro in techniekonderwijs na, gaan maatregelen echter vooral over het stelsel. Zo wil het kabinet onderzoek doen naar de invoering van een maatwerkdiploma, waarbij leerlingen examen kunnen doen in verschillende niveaus. Ook komen er brede brugklassen en experimenten met ‘tussenscholen’ voor kinderen tussen de tien en veertien jaar oud, die de overgang tussen het basis- en voortgezet onderwijs makkelijker moeten maken.

Goede plannen, vindt Rosenmöller, die aansluiten bij de ambitie van scholen om onderwijs beter te laten aansluiten op individuele behoeften van leerlingen. „Maar het is gratis bier; het mag allemaal niks kosten. Terwijl de uitvoering valt en staat met de mensen in het primaire proces. Je hebt er topleraren voor nodig die topkwaliteit leveren.”

Bovendien, zegt Simon Baars, directeur van het Diamant College in Den Haag, vraagt zo’n tussenschool extra vaardigheden van docenten. „Je moet een klas met kinderen tussen de 10 en 14 jaar oud goed kunnen differentiëren - lesgeven aan verschillende niveaus. Op de pabo is daar veel aandacht voor, maar op lerarenopleidingen niet.” En omdat het voor basisschooldocenten lastig zal zijn een 14-jarige op vwo-niveau wiskunde uit te leggen, zal er vermoedelijk een tweedegraads docent voor de klas moeten staan, denkt Baars, die overigens voorstander is van tussenscholen en maatwerkdiploma’s.

Vrees voor stageplekken

De vrijwillige maatschappelijke diensttijd van een halfjaar die er dankzij het CDA gaat komt, leidt bij het mbo tot zorgen. Jongerenorganisatie JOB is bang dat het aanbod stageplaatsen zal afnemen, omdat huidige stageplaatsen gaan dienen plekken voor maatschappelijke diensttijd. En dat terwijl er nu al weinig plekken zijn voor mbo’ers. JOB vreest ook voor een oneerlijke situatie, omdat een maatschappelijke diensttijd een supplement zal opleveren bij een diploma. Niet elke student heeft daar tijd voor, vanwege betaalde bijbaantjes om hun opleiding te betalen. Bovendien lopen mbo-studenten met een driejarige opleiding al 900 uur stage naast hun lessen, zeggen de jongeren. „Mbo’ers staan al midden in de samenleving.”