‘Ik ga er niets over zeggen, dan word ik te boos’

Rotterdam

Heel Nederland lijkt in de ban van het regeerakkoord, maar dat is schijn. In de Rotterdamse wijk Feijenoord heeft lang niet iedereen het akkoord op het netvlies. Loop je over de markt in de Afrikaanderwijk, dan halen veel mensen hun schouders op. „Ik ga daar niets over zeggen, dan word ik te boos”, zegt een man die snel door zijn vrouw wordt weggetrokken.

„Zakkenvullers” zijn het in Den Haag, is de teneur. Ze geven 100 euro met één hand en pakken je met de andere 200 euro af. Mensen die wel iets over het regeerakkoord hebben gehoord zijn overwegend negatief. Het regeerakkoord is er, maar niet voor hen, klinkt het. De meesten willen niet met hun naam in de krant.

Een man is zo boos dat hij bijna stikt in zijn gebakken vis. Hij wil niet zeggen op wie hij heeft gestemd maar in elk geval níét op een van de partijen die nu het kabinet zullen vormen. Dat geldt voor verreweg de meeste mensen in deze wijk, waar de partij Denk in maart met afstand de grootste was in vrijwel alle stemlokalen.

De vier regeringspartijen haalden hier niet veel stemmen. Tony (46), die op de markt boxershorts verkoopt, vindt dat politici wel erg makkelijk praten hebben met hun huizen van zeven, acht ton in chique buurten. „Ik heb een buurman die nog nooit heeft gewerkt.”

Iedereen die over het regeerakkoord heeft gehoord, begint eerst over de btw-verhoging van 6 naar 9 procent. Als je nét uitkomt met je boodschappen of nét niet, lijkt dat een stevige verzwaring. Het is een akkoord voor de rijke elite, denken drie Marokkaans-Nederlandse vrouwen die op een bank zitten in een speeltuin. „Als je veel geld hebt, maakt het niet uit als ze een paar tientjes extra moeten betalen voor je boodschappen.”

Er zijn ook nogal wat mensen die nog niet over het regeerakkoord hebben kúnnen lezen omdat ze aan het werk waren. Moen Goerdien (49) werkt in de schoonmaak. ’s Morgens van kwart over zeven tot kwart over twaalf. En dan ’s middags weer van kwart over vier tot kwart over acht. Een tijdje raakte hij tijdelijk de middagshift kwijt, en toen moest hij een paar keer in de week bij zijn zus eten om rond te komen. „Ach”, zegt Goerdien. „Je kunt toch pas na een paar maanden zeggen wat het écht voor je betekent.”

Ibrahim Rodi (58) is een uitzondering. Hij heeft alle debatten rond het regeerakkoord gevolgd. En hij heeft de fractievoorzitters aangehoord. Hij vindt dat ze vooral vanuit zichzelf en vanuit hun eigen partij spraken. Een algemeen oordeel over het hele akkoord, heeft hij niet. Maar hij denkt niet dat de kloof tussen rijk en arm kleiner zal worden, zoals hij de politici hoorde beloven. „Politici begrijpen niets van armoede. De rijken worden rijker, de armen armer, ik denk niet dat dat zal veranderen.”