Interview

Hoe word je succesvol op je werk?

Hoe word je succesvol op je werk? Japke-d. Bouma vraagt het de expert. Deze week: moet je nou wel, of niet kantelen?

Als ik de managementliteratuur mag geloven is de samenleving onheilspellend aan het veranderen en komt iedereen die niet meeverandert onverbiddelijk op een zijspoor terecht. Sterker nog: veranderen is al niet meer genoeg. Er moet ‘gekanteld’ worden om in de race te blijven.

Heel Nederland kantelt. Eindhoven is al gekanteld, Rotterdam, en zelfs Zwolle, google maar eens. Maar ook organisaties, teams, bedrijven en hele bedrijfstakken zijn aan het kantelen, of hebben dat al gedaan.

Wat is kantelen, hoe moet het, en moet ik zelf ook kantelen? Ik vraag het Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit. Hij is de oprichter van Nederland Kantelt, dat komende vrijdag de Nationale Kantelpraktijkdag organiseert.

Dat zal me vrijdag een donderend geraas worden van kantelende mensen, concepten en ideeën!

„Ja, ik weet dat u sceptisch bent over dit soort metaforen. En ik vind zelf eigenlijk ook dat ik weer eens een nieuwe term moet bedenken. Want het is een van de meest gebruikte woorden in de organisatieverandering en voor je het weet wordt het een holle kreet. In mijn nieuwe boek noem ik het daarom ook geen kanteling meer, maar een omwenteling.”

Waarom heeft u ‘kantelen’ ooit bedacht?

„Ik vond transitie te koud en te kil klinken. En ik wilde een woord dat meer tot de verbeelding sprak, maar tegelijkertijd uitdrukte dat het niet om gewone verandering gaat, maar om een diepgaand veranderen – met een radicaal element.”

Ik vind het zelf nogal gevaarlijk klinken, Kantelen, dus.

„Ja. Als ergens een vrachtwagen gekanteld is, krijg ik die foto’s vaak op Twitter. Of ik dát dan bedoel. Ik moet daar wel om lachen.”

Kantelen, daar komen ongelukken van.

„Het kan ook gevaarlijk zijn. Als je het te drastisch en te snel doet, dan mislukt het.”

En toch hoor ik overal managers over kantelen dit en kantelen dat.

„Ja, mensen gaan op de loop met het concept. Al is dat wel een teken dat het succesvol is en dat er behoefte aan is.”

Wij zitten ermee, met al die kantelaars.

„Ik kan toch moeilijk een kantelpolitie oprichten om te kijken of het idee overal in het land wel goed wordt toegepast.”

Hoe houd je de nepkantelaars en de échte kantelaars uit elkaar?

„Mensen hebben een diepgewortelde angst tegen verandering. Echte kantelaars hebben daar oog voor. Zij accepteren die angst en zetten het om in iets positiefs, waarmee ze de angst overwinnen. Bij een kanteling moet je dingen gaan doen die je nooit eerder deed: schoon en duurzaam gaan produceren, overstappen naar zelfsturing – dat is allemaal eng. Dan komen mensen onder druk te staan en daar komt vaak frustratie of woede bij kijken. Mensen willen hun zekerheden niet loslaten. Ze zijn bang hun baan te verliezen, hun status, hun macht. Je moet mensen daarin dus goed begeleiden. Dat gaat vaak fout.”

Moeten mensen zelf ook kantelen?

„Ja, een verandering kan nooit diep in de organisatie binnendringen als het personeel het niet omarmt. Dat vraagt ook nogal wat van mensen. Het is anders denken en anders handelen, vanuit andere waarden.”

Maar als mensen het niet zien zitten, laat het dan toch lekker zitten dat kantelen.

„Nou, ik adviseer dus ook geregeld om het niet te doen. Als het niet past bij je bedrijf, of bij de mensen die er werken, dan moet je het niet willen. Maar ook als het wél kan, adviseer ik het altijd niet te drastisch te doen. Ontwikkel een schaduwlijn met experimenten en ga pas opschalen als het werkt. Je moet er ook minstens vijf, eerder tien jaar voor nemen.”

Dat is geen kantelen.

„Kantelen is eigenlijk een eindpunt. Een stip op de horizon. Het is ook nooit af. Maar als het te langzaam gaat, blijft het hangen en leidt het nergens toe. Alles in één klap wil veranderen werkt ook niet, dan wordt het chaos. Dan zit een jaar later de hele organisatie op z’n gat.”

Dan is iedereen wel gekanteld.

„Nee, niet op de manier zoals ik het bedoel. Er is geen handboek voor. Het is een langdurig proces, ook mentaal. Maar als je het niet doet, loop je soms een nog veel groter risico.”

Misschien moeten we minder kantelen.

„We staan voor een aantal hardnekkige problemen, die we toch echt samen moeten oplossen. Denk aan klimaatverandering, energie duurzaam maken en de groeiende ongelijkheid tussen werknemers met en zonder vast contract. Je kunt die problemen alleen oplossen met wezenlijke verandering. Maar dingen die goed werken, de grondwet bijvoorbeeld, die zou ik niet kantelen nee.”

Moet ik zelf ook kantelen?

„Dat kan ik niet beoordelen. Wat wil je?”

Ik vraag me soms af of ik een beweging moet starten tegen managementpraatjes.

„Als je dingen in beweging wil krijgen, is het schrijven van stukjes alleen niet voldoende.”

Dat wordt dus kantelen.

„Zo te horen wel ja. Maar er bestaat geen recept voor, je moet het zelf doen.”

Heb ik hier de grootste kantelexpert aan de lijn, moet ik het tóch weer zelf doen.

„Je moet het ook zelf doen. Maar we hebben wel een gereedschapskist om je daarbij te helpen. Je bent niet aan je lot bent overgelaten.”