Cultuur

Interview

Interview

Hij klinkt als een echte castraat

Franco Fagioli

Hij zingt de titelrol in ‘Eliogabalo’ – een opera. Zijn stem geeft je de sensationele illusie even te beseffen hoe castraten klonken.

Zijn manager heeft gewaarschuwd: een afspraak maken met Franco Fagioli (36) is zo makkelijk niet. Hij is de meest gewilde countertenor van het moment en als de Argentijn niet op reis is, dan studeert hij – noten, achtergronden of traktaten. En als hij niet studeert, slaapt of sport hij. Wat niet verbazend is, als je de elasticiteit en de glans van zijn stem beluistert. In soepele vocale guirlandes en klokjesachtige coloraturen (Rossini) of castratenacrobatiek vol pompend testosteron (Porpora).

Grappig genoeg wordt zijn stem wel eens vergeleken met die van mezzosopraan Cecilia Bartoli. Zelfde repertoire, zelfde stemhoogte, zelfs een verwant timbre. Maar verder is alles anders. Want bij Fagioli bezit het lage register een viriele gruizigheid die je de sensationele illusie geeft een glimp op te vangen van hoe de beste castraten vroeger klonken. En Fagioli’s laserachtige hoge noten hebben een andere intensiteit dan collega’s als Max Emanuel Cencic (vrouwelijker, slanker) of Philippe Jaroussky (meer kamermuzikaal), Iestyn Davies (Brits) of de wat minder gepolijste en al iets oudere Bejun Mehta.

Fagioli maakte net zijn droomdebuut aan La Scala in Milaan in Händels Tamerlano en is in Amsterdam voor repetities van Cavalli’s barokspektakel Eliogabalo – vorig jaar al te zien in de Opéra in Parijs, en vooral voor wat betreft zijn aandeel lyrisch ontvangen. „Na een jaar voelt zo’n productie toch anders”, reageert hij bedachtzaam. „Sommige van de zangers zijn hier nieuw en sowieso: ziet niet alles wat je een jaar laat liggen er daarna anders uit?”

Fagioli noemt de titelrol in Eliogabalo „prominent en loodzwaar”. „Mijn lichaam oogt misschien niet als dat van een topsporter, maar ook voor mij zijn rust, dagelijkse training en een uitgekiend dieet cruciaal. Stembanden zijn ontzettend fragiel, dat is het vervelende. En dus doe ik er alles aan zo ontspannen mogelijk op het podium te kunnen staan. Ik kom ook altijd veel te vroeg. Alleen dan kan ik zelf ook genieten.”

Eliogabalo, vindt Fagioli, is een fascinerende opera: muzikaal, psychologisch én historisch. „Je kunt genoeg smakelijks lezen over Heliogabalus als de liederlijke Romeinse puberkeizer die dol was op geweld, excessen en orgieën en zelfs een dokter vroeg om een vrouwelijk geslachtsdeel bij hem te maken”, lacht hij. „Maar besef ook dat Heliogabalus opgroeide in Syrië en hogepriester was van de Elagabal-cultus, waarnaar zijn naam verwijst. Uitbundige verkleedpartijen en orgiën waren onderdeel van die cultus. Heliogabalus vond zelf dus helemaal niet dat hij iets geks deed. En hij wás ook niet alleen maar gek. Zo wilde hij in Rome ook vrouwen lid maken van de Senaat. Ik speel hem liever als een reliëfrijk personage, wiens hang naar geweld voortkwam uit het besef dat hij een uitgestotene was van de samenleving die hij domineerde.”

Eliogabalo is in zekere zin een pleidooi voor maatschappelijke tolerantie, zegt Fagioli. „Maar dat is wel relatief. Cavalli componeerde zijn opera voor het Venetiaanse carnavalsseizoen van 1667, en dat was natuurlijk ook gewoon het Las Vegas van de barok, met opera als bioscoop: dáár ging je naartoe om te beleven wat je in het echte leven niet meemaakt.”

Een barokspecialist wil Fagioli niet worden, benadrukt hij. „Waar ik opgroeide, in het Noord-Argentijnse San Miguel de Tucumán, bestond nauwelijks oude muziek. Ik zong gewoon alles wat ik vond. Dat ik countertenor werd, dank ik aan een toevallig aangeschafte cd met daarop onder anderen countertenor James Bowman, die net zo zong als ik al deed – zonder te weten hoe het heette. Mijn zanglerares had nog nooit een countertenor als leerling gehad, ze heeft me gewoon lesgegeven volgens de wetten van het Italiaanse belcanto. Achteraf bezien was dat heel goed, denk ik. Ik ben eerst zanger, dan pas countertenor. Dat is specialistisch genoeg, ik houd ook nadrukkelijk vast aan een breed repertoire. Vergeet niet dat ook Mozart diep in de achttiende eeuw nog veel rollen schreef voor castraten.”

Belcanto is hem eigenlijk dierbaarder dan barok, geeft Fagioli toe. „Maar door barokmuziek heb ik me pas echt goed gerealiseerd dat ook in belcanto alle virtuositeit in dienst staat van de boodschap. Dat is wezenlijk. Wat onderscheidt mensen van dieren? Spraak. Zingen gaat nog een stap verder; dat is de verfijnde vorm van spraak, en in die zin voor mij de overtreffende trap van menselijkheid.”

Eliogabalo door De Nationale Opera: 12/10 t/m 26/10. Inl: operaballet.nl Het nieuwe album van Franco Fagioli is gewijd aan Händel-aria’s en verschijnt op 18 jan.