Column

Hier komt het kabinet-Hitte III

Wat gebeurt er met een Nederlandse economie die op volle toeren draait en waar de centrale bank, uit naam van de eurozone, voorlopig nog plankgas geeft?

Terwijl de rest van het Westen zich het hoofd breekt over het raadsel van de te lage loongroei en belendende maatschappelijke kwesties, blijkt het derde kabinet-Rutte zomaar de oplossing te hebben gevonden. Vergelijk de uitwerking van het regeerakkoord met het ‘basispad’ dat het Centraal Planbureau eerder schetste. Achterblijvende lonen? De contractlonen stijgen de komende vier jaar niet met gemiddeld 2,3 procent, maar met 3,1 procent. Groeiende ongelijkheid? De inkomensongelijkheid neemt niet met 2,7 procent toe, maar daalt met 0,1 procent.

En waar Mario Draghi zich bij de ECB druk maakt over de te lage inflatie in de eurozone, blijkt de ploeg van Rutte die in Nederland eigenhandig op te schroeven naar een niveau waar ze in Frankfurt alleen maar van kunnen dromen: niet gemiddeld 1,6 procent in de eerstvolgende vier jaar, maar 2,2 procent.

Investeringen vallen hoger uit, consumptie en overheidsbestedingen idem dito. Geen wonder dat de Nederlandse economie volgens het CPB gemiddeld niet 1,8 procent per jaar groeit, maar 2,0 procent, en dat de werkloosheid daalt naar 4,1 procent aan het einde van de rit. Iedereen erop vooruit, iedereen meedelen, behalve misschien de laagste inkomens. En iedereen gelijker.

Nu gaat al dat goede nieuws wel ten koste van een theoretische verslechtering van toekomstbestendigheid van de begroting, maar dat ziet het kabinet kennelijk later wel. En misschien pakt die gok nog goed uit ook. Want er is nu een toekomst denkbaar waarin het nieuws té goed dreigt te worden.

Terwijl Nederland in de lift zit, voert de ECB een beleid dat is gericht op de grootste gemene deler in de eurozone. Daar is het niet gezegd dat de inflatie naar 2 procent gaat en is de werkloosheid nog hoog. Er is bovendien nog een forse arbeidsreserve van mensen die best langer zouden willen werken als dat kon. Dat is geen gunstig klimaat voor hogere lonen, en dus wellicht ook niet voor hogere inflatie.

De ECB zal volgende week vermoedelijk een eerste stap zetten in de richting van het afbouwen van het super-ruime monetaire beleid. Dat zal heel geleidelijk gaan. En pas daarna stijgt de officiële rente van de ECB heel voorzichtig. Dan hebben we het zomaar over halverwege 2019 of misschien pas 2020.

Vorige episodes van uitbundigheid kenmerkten zich door twee keer een woninghausse

Wat gebeurt er met een Nederlandse economie die op volle toeren draait en waar de centrale bank, uit naam van de eurozone, voorlopig nog plankgas geeft? Die raakt voor je het weet over zijn toeren. De 1,8 procent groei die het CPB oorspronkelijk voorspelde is al boven de potentiële groei, de huidige ‘kruissnelheid’ van de economie. Laat staan 2 procent. Of méér. Veel meer. Vorige episodes van uitbundigheid kenmerkten zich door een woninghausse met kredietexplosie (eind jaren negentig), en nóg een woninghausse met kredietexplosie (de jaren vlak voor de kredietcrisis). Je hoeft geen helderziende te zijn om dat wederom te zien gebeuren.

Maar wat te doen? De adviezen zijn tegenstrijdig. Het IMF zegt deze week dat landen die het zich kunnen permitteren méér geld moeten uitgeven, voor het heil van de wereldeconomie. De ECB zegt daarentegen dat landen waarvoor haar monetaire beleid te soepel wordt, juist op de rem moeten gaan staan. Intussen groeit de kans op oververhitting, met de onvermijdelijke tranen daarna. Misschien zelfs binnen één periode, van het kabinet-Hitte III.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.