Grote hervormingen op de arbeidsmarkt

Arbeidsmarkt Het ontslagrecht wordt soepeler, flexwerk wordt ‘minder flex’, pensioenen worden hervormd.

Presentatie regeerakkoord met Premier Mark Rutte, D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold, CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma, ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers, voorzitter van de Tweede Kamer Khadija Arib en informateur Gerrit Zalm. Foto: David van Dam

Twee jaar nadat Rutte II een grote herziening van de regels rond de arbeidsmarkt invoerde, gaat 1 alles opnieuw op de schop. Ontslag wordt makkelijker: rechters krijgen meer handvatten om ontslag toe te kennen. De ontslagvergoeding voor mensen die al lange tijd in dienst zijn, gaat bovendien omlaag. Daartegenover staat dat werknemers met een tijdelijk contract vanaf dag één recht hebben op een ontslagvergoeding. Nu is dat pas vanaf twee jaar.

1 Naast alle verschillen waren de vier nieuwe coalitiepartners het over één ding eens: de Wet werk en zekerheid van demissionair minister Lodewijk Asscher (PvdA, Sociale Zaken) is mislukt. De flexibilisering van de arbeidsmarkt is hierdoor „doorgeslagen”. Waar D66 haar plan voor een rigoureuze hervorming – met één arbeidsregime voor alle werknemers – niet wist binnen te halen, hebben alle partijen wel iets van hun ideeën gerealiseerd. Bijvoorbeeld: meer bescherming voor flexwerkers en minder lasten voor kleine bedrijven met langdurig zieken.

Het kabinet wil „vast werk minder vast maken en flexwerk minder flex”. Volgens de economen van het Centraal Planbureau zullen de verschillen tussen ‘vast en flex’ door deze maatregelen inderdaad kleiner worden. De bedoeling is dat mensen vaker een vast contract krijgen.

Werkgevers mogen straks weer drie jaar achter elkaar een tijdelijk contract geven voordat ze een vast contract moeten aanbieden. PvdA-minister Lodewijk Asscher bekortte die periode in 2015 juist naar twee jaar.

Kleine bedrijven (maximaal 25 werknemers) hoeven niet meer twee jaar loon door te betalen van zieke werknemers, maar één jaar. Ze gaan de kosten hiervoor zelf opbrengen: via een hogere premie voor arbeidsongeschiktheid die alle kleine werkgevers gaan betalen.

2 Zelfstandigen zonder personeel mogen zelf „een bewuste keuze” blijven maken om zich al dan niet te verzekeren en te sparen voor hun pensioen.

2 ChristenUnie en CDA wilden veel verder gaan om de verschillen tussen werknemers en zzp’ers weg te nemen. Zo wilden de twee christelijke partijen zzp’ers een verplichte basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid en ziekte opleggen. De VVD wilde daarentegen zzp’ers volledig vrij laten. D66 hield het bij een beter toegankelijke verzekering. Dat laatste gebeurt nu.

Er komt een minimum uurtarief voor zzp’ers. Als zij weinig verdienen en langer dan drie maanden voor een bedrijf werken, zijn zij volgens het kabinet werknemers. Zij hebben dus recht op dezelfde bescherming als werknemers. Het minimale zzp-tarief komt waarschijnlijk te liggen „in een bandbreedte tussen de 15 en 18 euro per uur”. Wie minder verdient, beschouwt het kabinet als een werknemer.

De andere zzp’ers moeten minder worden gehinderd door overheidsregels als ze opdrachten aannemen. Straks moeten werkgevers een ‘opdrachtsgeversverklaring’ invullen over hun arbeidsrelatie met zzp’ers.

3 Het kabinet wil het pensioenstelsel verregaand hervormen. Begin volgend jaar moeten de plannen daarvoor af zijn en in 2020 wil het kabinet alle benodigde wetten door het parlement hebben geloodst. Rutte III sluit aan op de plannen die de werkgevers en vakbonden al hebben voorbereid. Straks is het de bedoeling dat werknemers hun eigen pensioen sparen, in een individuele ‘pensioenpot’. Nu maakt een werknemer aanspraak op een deel van de grote, collectieve pensioenpot en wordt voor de toekomst een bepaalde pensioenuitkering voorgespiegeld. Maar die voorspiegeling wordt „onvoldoende waargemaakt”, staat in het regeerakkoord. Het kabinet vindt dat een eigen pensioenpot transparanter is. Wel komt er een collectieve buffer: in goede tijden legt iedereen daarvoor wat opzij en in slechte wordt iedereen daaruit gecompenseerd.

3 De vier partijen denken in grote lijnen hetzelfde over deze pensioenhervorming. Maar het is essentieel dat ook vakbonden en werkgevers de plannen steunen – zij vormen het bestuur van de grote pensioenfondsen. De vakbonden willen dat niemand er in het nieuwe stelsel op achteruit gaat. Het is zeer de vraag of dat gaat lukken, zeggen ingewijden.