Europese Commissie zwakt Europese spaargarantie af

Depositostelsel

De Europese Commissie wil dat spaartegoeden overal in de EU tot eenzelfde bedrag worden gegarandeerd. Maar het heeft niet zoveel haast.

Foto Istock

De Europese Commissie is van plan lidstaten woensdag op te roepen om, nu het tij economisch meezit, alsnog snel de Bankenunie te voltooien. De hervorming, die moet voorkomen dat burgers opdraaien voor problemen in de financiële sector, is al grotendeels doorgevoerd. Een van de sluitstukken ontbreekt echter: een Europees depositogarantiestelsel.

De onderhandelingen over het stelsel, waarbij Europese banken tegoeden van spaarders tot 100.000 euro onderling moeten garanderen, lopen vast op gebrek aan vertrouwen tussen landen. Eurocommissaris Dombrovskis (Euro en Sociale Dialoog) zal woensdag voorstellen de invoering ervan op te delen in kleinere stappen, aldus ingewijden. Tot 2022 zou er een lichtere, minder ingrijpende versie van de spaargarantie moeten komen, als aanloop naar de volledige invoering ervan.

Nu heeft elk EU-land een eigen, nationaal stelsel. Tijdens de eurocrisis slokten landen met een sterkere oorlogskas, een gezondere financiële sector en hogere garantieniveau’s het spaargeld op uit minder krachtige landen, hetgeen de eurocrisis onnodig zou hebben verergerd. De Commissie kwam daarom in november 2015 met EDIS (European Deposit Insurance Scheme), een Europese spaargarantie die moet voorkomen dat landen elkaar onbedoeld schade berokkenen.

In juni 2016 schoven lidstaten de plannen op de lange baan. Landen zijn bang dat ‘hun’ banken opdraaien voor banken elders die er minder florissant voor staan. Dat is ook onder meer de zorg van de nieuwe Nederlandse regeringscoalitie, zo valt te lezen in het dinsdag gepresenteerde regeerakkoord. Vooral over Zuid-Europese banken zijn er twijfels: die plegen vooral staatsobligaties van het eigen land te kopen, waardoor ze kwetsbaarder zouden zijn dan banken die hun schuldpapier grensoverschrijdend spreiden. Internationaal (via het Bazels Comité) wordt nu onderzocht hoe staatsleningen op een bankbalans gewogen moeten worden. De aanstaande Nederlandse regering wil afwachten totdat er „een goede risicoweging” is afgesproken.

De kantjes er vanaf lopen

De Commissie erkent dat die discussie moet worden afgewacht omdat voorkomen moet worden dat sommige banken de Europese spaargarantie gaan gebruiken om de kantjes er vanaf te lopen. In november 2016 deed de Commissie zelf ook al voorstellen om risico’s in de financiële sector terug te dringen, zoals een vaste kapitaalbuffer van tenminste 3 procent aan eigen vermogen ten opzichte van de totale schulden.

Maar zij pleit er wel voor om in de tussentijd alvast wat kleinere stappen te zetten. „We hebben nog anderhalf jaar tot de volgende Europese verkiezingen”, zegt een ingewijde. „Dit is het moment om door te pakken en de bankenunie te voltooien.”

De eerste ‘mini-stap’, tot 2022, komt neer op het Europees garanderen van nationale stelsels, zonder dat er nog sprake is van een Europees stelsel of van volledige risicodeling (‘mutualisatie’). Als een nationale spaargarantie tijdens een crisis door zijn middelen heen raakt, zouden er vanuit Brussel leningen kunnen worden verstrekt om er toch voor te zorgen dat spaartegoeden overal evengoed zijn gegarandeerd.

Het gaat hier overigens om geld van de banken zelf. Die werden na de financiële crisis gedwongen om eigen Europese spaarpotten te creëren en op peil te houden.