Cultuur

Interview

Interview

Matt McBriar en Andy Ferguson: Bicep.

Foto Ben Price

‘Dit is niks voor clubs’

Bicep „Deze muziek is om naar te luisteren op je koptelefoon”, zeggen Matt McBriar en Andy Ferguson van Bicep.

In een tijd dat volledige albums nauwelijks nog en vogue zijn, maakte Bicep, twee house-artiesten uit Ierland, toch een zorgvuldig samengesteld debuut. Op Bicep bestaat elke titel uit slechts één woord (‘Ayr’, ‘Rain’, ‘Vespa’). De stemming golft langs diverse emoties, de beats schakelen van opruiend naar fluisterzacht.

Het stotterend eendengekwaak van ‘Glue’ wordt omhuld door een geluidsmist; een bas kronkelt zich rond de swingende, Jean-Michel Jarre-achtige synthesizer in ‘Spring’. Het is opvallend hoe de muzikanten, Matt McBriar en Andy Ferguson, in de goeddeels woordloze nummers toch de illusie wekken dat er wordt gezongen. Een steeds herhaald motief neemt de rol van vocalen op zich, en gidst langs het oerwoud aan opbloeiende schuifelgeluiden, wiebelige synthesizers en elektronische vogels. De sfeer is dromerig met nu en dan een snerpende uitbarsting.

Bicep-oprichters McBriar en Ferguson, die volgende week optreden in Paradiso Noord, begonnen ooit als fan. Sinds 2008 runnen de twee de blog Feel My Bicep, waarop ze house-tracks postten die ze hadden opgediept uit oude collecties of bijna vergeten platenwinkels. Als archeologen van de house-scene kregen ze veel bijval, die ze vervolgens verzilverden als dj. Samen draaiden Ferguson en McBriar hun klassiekers voor een publiek dat nog niet was geboren toen house-pionier Jesse Saunder zijn nummer ‘Real Love’ maakte. Parallel aan het dj’en begonnen de twee hun eigen muziek te maken. Sinds 2010 verscheen al een reeks singles, en nu het eerste volledige album.

En, opmerkelijk, dit album is bedoeld voor ongeveer iedere situatie, behalve de club. „Deze muziek is om naar te luisteren in de trein, tijdens het joggen, of fietsen”, zeggen Matt en Andy, per telefoon vanuit Londen. „In de eerste plaats voor de koptelefoon, dus niet om je ’s nachts, in een donkere club met zijn allen in onder te dompelen. Deze is voor het daglicht.”

Matt McBriar en Andy Ferguson: Bicep.

Foto Ben Price

Het is een onverwachte uitspraak voor twee dj’s die een vaste aanstelling hadden in de nachtclubs van Ibiza, en draaiden op internationale dance-festivals. De reden is „behoefte aan afwisseling”, zeggen ze.

McBriar (31) en Ferguson (30) kennen elkaar sinds de middelbare school, in Belfast. Inmiddels wonen ze in Londen, waar ze een eigen studio hebben. „Sinds 2010 hebben we ons gehouden aan de wetten van de dance”, zegt Ferguson. „Belangrijk daarbij is dat je de climax in het midden van het nummer plaatst. Dat is handig voor de dj, daarna kan hij een volgend nummer erin mixen. Maar wij wilden wel eens een andere structuur, met de climax aan het eind. Zoals rockbands werken.” Als voorbeeld noemt hij hun nummer ‘Orca’, dat eindigt met een drum-crescendo.

Kort nadat de twee muziek begonnen te maken, besloten ze pianoles te nemen en zich in muziektheorie te verdiepen. „We wilden met elkaar communiceren over onze creaties, en dan is het handig om te kunnen zeggen dat je iets ‘in G’ wilt spelen. Of om een sfeer te omschrijven.”

Met welke woorden omschrijven ze de sfeer van een nummer? „Meestal vooral in negatieve zin”, zegt McBriar. „Doe dat maar niet want het klinkt te plat, of te voor de hand liggend. Of te organisch. Elk popliedje wil organisch klinken. Wij doen juist het omgekeerde, dat is interessanter.”

In hun studio nemen Ferguson en McBriar de muziek op per computer, maar het musiceren doen ze met instrumenten: op synthesizers, keyboards, en de modulaire synthesizer. Over het verschil tussen musiceren op software en hardware, zegt McBriar: „Wij verkiezen hardware, om iets tastbaars te hebben om op te spelen en gevoelens vast te leggen. Je wilt op elkaar reageren. Met een laptop is er geen sprake van reactie, die is alleen geschikt om klik voor klik iets vast te leggen.”

Ze kopen steeds meer modules voor de modulaire synthesizer. McBriar prijst de ‘complexe’ klank van dit instrument dat prominent klinkt in een nummer als ‘Ayr’. „We knipten met onze vingers, en stootten woorden uit. Dat werden samen de drums. De modulaire synthesizer zorgt voor de klankkleur. Metalig, in dit geval.”

Voor hun optreden volgende week tijdens ADE, nemen ze veel apparatuur mee. Het podium zal lijken op een „klein ruimteschip”, zegt Ferguson.

Tegenwoordig treedt Bicep op in zowel clubs als concertzalen. Want al was het album bedoeld voor overdag, het kreupel swingende ‘Spring’ en het minimalistische ‘Rain’ bieden voldoende ritmische aandrijving om de dansvloer te vullen. Ferguson: „In de clubs passen we gelukkig ook nog.” McBriar: „We gaan graag uit, of het nu voor werk is of voor de lol. Ook al zijn we inmiddels te oud, eigenlijk.”

Bicep is verschenen bij PIAS. Bicep treedt op tijdens ADE, 19/10 Paradiso Noord, Amsterdam.