De taal van de liefde

Ewoud Sanders

Dit was behalve de week van het doorlekkende regeerakkoord ook de ‘Week van het Nederlands’, die nog duurt tot 14 oktober (voor programma zie weekvanhetnederlands.org). Het overkoepelende thema is ‘Liefde voor het Nederlands’.

In de Week van het Nederlands zijn twee taalboeken verschenen. Het eerste heet De taal der liefde. Literair woordenboek van seks en erotiek (uitgeverij Van Dale, €17,50). Het is geschreven door Ton den Boon, een van de hoofdredacteuren van de Dikke Van Dale.

Den Boon presenteert in dit boek ruim 2.600 woorden en uitdrukkingen over seks en erotiek. Hij citeert uit het werk van ruim vierhonderd Nederlandse en Vlaamse schrijvers (m/v), van circa 1900 tot nu. En hij nam dertig kaders op, met titels als ‘Gerard Reve en de dierlijke daad des mensen’, ‘Jan Wolkers en de lusten der liefde’ en ‘Hella Haasse en de zinnelijke avonturen’.

Over Haasse schrijft Den Boon onder meer: „Het erotische jargon in het literaire universum van Hella Haasse kenmerkt zich door woorden en uitdrukkingen die we nu archaïsch vinden: zinnelijke ontspanning, een zinnelijk avontuur, zinnelijke extase, zinnelijke vervoering – zodra het woord zinnelijk valt hebben we veelal niet te maken met sensualiteit maar met seksualiteit.” Tot de andere schrijvers waar Den Boon een kader aan wijdde behoren Arnon Grunberg, W.F. Hermans, Kees van Kooten, Tom Lanoye en Ilja Leonard Pfeijffer.

Het grootste deel van dit bijna driehonderd pagina’s tellende naslagwerk wordt in beslag genomen door een woordenlijst, van (zich) aanbieden tot zwoel. Sommige woorden en uitdrukkingen zijn van een label voorzien. Bij vuilbaard voor ‘geilaard’ staat bijvoorbeeld dat dit archaïsch is, bij vuil boekske voor ‘seksboekje’ dat dit Belgisch-Nederlands is en bij een meisje aanduwen dat dit tot de studententaal behoort. Als ik het goed heb geteld zijn ruim driehonderd woorden en uitdrukkingen aangemerkt als eufemisme, van aanliggen (bij een vrouw) tot zo’n vrouw („eufemisme voor een prostituee”).

Dat De taal der liefde zoveel eufemismen telt, verbaast me niks, want seksualiteit was lang een taboeonderwerp. Nederlandse en Vlaamse schrijvers hebben een grote rol gespeeld in het doorbreken van dit taboe en dat lees je terug in de vele citaten uit hun werk.

Het tweede taalboek dat in de Week van het Nederlands is verschenen heet Vaktaal. Van achterhand tot zwavelgeel elfenbankje (uitgeverij AUP, €14,99). Het is samengesteld door Willy Martin en Marcel Thelen en bevat 32 bijdragen van Nederlandse en Vlaamse deskundigen over het nut van vaktaal. Er zijn bijdragen over bijbeltaal en sporttaal, culinair taalgebruik, medische, juridische en wiskundige vaktaal, enzovoorts.

Het ‘Zwavelgeel elfenbankje’ uit de ondertitel is een vondst van de Commissie Nederlandse Namen van paddenstoelen (CNN). Deze commissie probeert er onder meer voor te zorgen dat paddenstoelen in Nederland en Vlaanderen dezelfde naam krijgen, wat lang niet het geval was. Roosmarijijn Steeman schreef een gedegen en onderhoudend stuk over benamingen voor paddenstoelen, waarin de prachtigste namen voorkomen, zoals blozende ridderzwam, donker mestdwergje, lieve russula en duivelsbroodrussula, heksenschermpje, leptonia der langste dagen, puntmutswasplaat, satansboleet en winterelfendoekje.

We kunnen niet zonder vaktaal, is de conclusie, „omdat het nu eenmaal onbegonnen werk is over dingen te praten waarvoor je geen naam hebt”.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders