Column

Buiten wachten op de kater

Tip voor een uitstapje met de kinderen in de herfstvakantie (nu alweer?): de kattententoonstelling in de Rotterdamse Kunsthal. Zeer geschikt voor een doordeweekse, regenachtige middag wanneer de kinderen geeuwerig en schreeuwerig zijn geworden van verveling.

In de tentoonstellingsruimte is een grote zaal waar de kinderen naar kattenfilmpjes kunnen kijken, waar op een trampoline kan worden gesprongen onder het motto „Alleen vallende katten komen op hun pootjes terecht” en waar ruimte is voor allerlei katachtige spelletjes.

Intussen kunnen hun ouders zich in de andere zalen laven aan een groot aantal kattenschilderijen en andere kunstobjecten. Veel ervan heeft een hoge schattigheidswaarde, iets waar Pablo Picasso niet van hield. Van hem is de ets Le Chat te zien, waarop een kat rechtop zit en stuurs voor zich uit kijkt.

„Ik houd niet van high-class katten die liggen te spinnen op een bank in de salon”, heeft Picasso gezegd. „Ik houd van katten die wild zijn, met hun haren overeind. Ze jagen op vogels, ze sluipen rond, ze dwalen over de straat als demonen. Ze richten hun wilde blik op je, klaar om je in het gezicht te springen.”

Hier verschil ik met de grote kunstenaar van smaak. Zou hij ooit weleens met zo’n kat hebben samengeleefd? Hij zou het niet lang hebben uitgehouden. Van mij mag een kat op de bank liggen spinnen, liefst zo luid mogelijk. Zodra hij aanstalten maakt mij in het gezicht te springen, haal ik er Picasso bij.

Picasso zal ook een hekel hebben gehad aan de vaak nogal zoetige kattenschilderijen van Henriëtte Ronner-Knip waarvan er in de Kunsthal een aantal hangen. De kattenfoto’s van een hedendaagse kunstenaar als Marie Cécile Thijs, waarmee de tentoonstelling opent, zouden hem meer bekoord hebben. De kat is daarop een hooghartig, aristocratisch wezen met een heus kroontje op zijn kop. Ik zal niet ontkennen dat de kat een eigendunkelijk wezen is, maar het is een beetje flauw om dat aan te tonen met kroontjes waar hij niet om gevraagd heeft. Laat hem met rust, dat is eigenlijk alles wat hij van ons wil, even afgezien van de brokjes en de slagroom.

Er hangt veel bekends op deze tentoonstelling, vaak afkomstig van het Kattenkabinet in Amsterdam, er zijn kleurige schilderijen van Walasse Ting, grappige cartoons van Tango en het vermakelijke ‘interview’ met een kat dat surrealist Marcel Broodthaers in 1970 op band opnam, waarbij de kat fel miauwend ingaat op allerlei gecompliceerde vragen.

Ik kon het bezoek gepast afsluiten met de aankoop van De literaire kattenkalender voor 2018 van Uitgeverij Cossee. Bij een foto van een poes die verlangend uit het raam kijkt, kwam deze tekst van Karel Capek: „Ze luistert waarschijnlijk naar een stemmetje binnenin haar dat haar toefluistert: ‘Je moet naar buiten, je moet deze nacht naar buiten, hij komt vast en zeker.’”

Wie in de Kunsthal nog tijd en energie over heeft, moet zeker even gaan kijken naar de tentoonstelling Wanderlust van de figuratieve schilder Koen Vermeule. Eenzame mensen en lege landschappen met meesterhand geschilderd. Mijn favoriet: New York Girl 2, een oosterse vrouw onder een paraplu in de regen van New York. Ze was naar buiten gegaan, maar het was nog lang niet zeker of hij kwam.