Cultuur

Interview

Interview

Iets te goed in opkroppen: de introverte tennisgod Björn Borg (Sverrir Gudnason).

‘Winnen en verliezen interesseert me niet zo’

Janus Metz

De regisseur choreografeerde de tennisfilm ‘Borg/McEnroe’ met de precisie van een dansfilm. „Elke seconde moet kloppen.”

De Deense regisseur Janus Metz heeft een legendarische wedstrijd uit de geschiedenis van de tennissport gereconstrueerd. Hij liet zijn acteurs een half jaar trainen, diëten en op tijd naar bed gaan. Toch bekent hij aan een groepje journalisten op het filmfestival van Toronto dat hij eigenlijk helemaal niet zo in het sportelement van Borg/McEnroe geïnteresseerd was. „Het gaat me om de mentale krachtmeting. Het was een psychologische wedstrijd die daar plaatsvond: Björn Borg, de koele Zweed versus John McEnroe, de driftige Amerikaan.”

Maar ondertussen is het op het filmdoek toch maar mooi 1980. Centre court, Wimbledon. Een wedstrijd die iedereen zich herinnert, en die door Metz „met de precisie van een dansfilm is gechoreografeerd”. Want: „Je kunt het niet maken om fouten te maken. Iedere tennisfan weet precies hoeveel seconden er tussen de ene en de andere slag zat.”

Ongeleid projectiel

De twee spelers zijn de geschiedenis ingegaan als rivalen en tegenpolen, maar Metz wil laten zien hoezeer ze eigenlijk op elkaar lijken. „De film begon als een biopic van Borg, maar McEnroe werd steeds belangrijker.”

Spannend was het om ongeleid projectiel Shia LaBeouf als McEnroe te casten: „Shia heeft dezelfde oorlogswonden als John. Ze zijn mannen die zich ergens helemaal instorten. Dat gaat niet meer over spelen, maar over zijn.”

Hij noemt Borg/McEnroe „een koningsdrama”: „Borg was als een jonge vorst die nog voor zijn leven ten einde was al onttroond werd. Niet alleen doordat zich een andere pretendent aandiende, maar ook omdat hij door zijn eigen talent ten onder ging.” Ook Borg was een heethoofd, stelt de film. Maar hij leerde zijn temperament onder leiding van coach Lennart Bergelin (Stellan Skarsgård) zo goed beheersen, werd zo introvert, dat dat de kiem legde voor zijn latere burn-out en vervroegde afscheid van de sport.

Metz: „Een van de hoogtepunten van de sportgeschiedenis is tegelijkertijd een pijnlijke tragedie. Borg en McEnroe komen uit heel verschillende klassen, culturen en maatschappijen waarin anders met mannelijkheid werd omgegaan, maar ze zijn allebei getekend door strenge vaderfiguren.”

Films en faalangst

Dat thema gaat Metz, bekend van de explosieve oorlogsdocumentaire Armadillo, waarvoor hij zes maanden embedded ging in het Deense leger in Afghanistan, aan het hart: „Hoe komen we erachter hoe we onze talenten moeten benutten? Moeten we ons laten leiden door autoriteitsfiguren? Dat zijn veel belangrijkere vragen dan wie er wint of verliest. Ik wil in de hoofden van die mannen kruipen.”

De angst om te falen, en de druk om te slagen kent hij als filmmaker al te goed. „Niets is zo solitair als tennis. Filmmaken is altijd een collectief proces. Maar als een film mislukt is er maar een iemand die de schuld krijgt, en dat is de regisseur. Het is bijna onmogelijk om te slagen zonder in meer of mindere mate vuile handen te maken. Daarom gaat Borg/McEnroe voor mij ook over het verlies van onschuld, en de onvermijdelijkheid daarvan. Maar er is ook winst. Ik wil laten zien hoe de mythische tweestrijd tussen de twee mannen eigenlijk de ‘making of’ van een prachtige vriendschap is.”

Maar de beide mannen blijven tegenvoeters. Borg verleende zijn medewerking, bezocht de set, was ontroerd toen hij de replica zag van het huis waar hij zijn jeugd had doorgebracht, zijn zoon Leo speelt zijn vader als puber. McEnroe had op het moment van de wereldpremière in Toronto de film nog niet gezien. Metz hoopt dat „er een moment zal komen waarop ik de film met hem kan bespreken”. Want hij is toch benieuwd of hij via de fictie in het hoofd van de sporter heeft kunnen kruipen. „Ergens ben je altijd nieuwsgierig of het klopt wat je hebt bedacht.”