Recensie

Wat opera zegt over de Europese geschiedenis

Tentoonstelling

Het V&A Museum in Londen pakt uit met de eerste grote tentoonstelling over opera. Hier staat niet de muziek centraal, maar hoe de werken exponenten waren van tijd en plaats.

Giuseppe Grisoni, Gemaskerd bal in het King’s Theatre, 1724. Foto Victoria and Albert Museum

Voor het eerste hoera-moment moet je de sierlijke serviezen uit de tijd van Monteverdi links laten liggen, net als het olieportret van zangeres en componiste Barbara Strozzi (1619-1677), hoe pikant haar ontblote tepel ook door het kant van de jurk prikt.

Daar, in de tweede expositieruimte over G.F. Händel en het achttiende-eeuwse Londen ligt hij: een waaier met plattegrond van de loge-indeling van het Haymarket Theatre (toen King’s Theatre), theaterseizoen 1787-1788. Waar zit meneer Churchill? Waar mevrouw Middleton? Een dame van stand hoeft haar waaier maar te trekken om exact te weten in welke richting ze moet flaneren.

Voor een tentoonstelling over „opera als soundtrack van de Europese geschiedenis” is de waaier een object uit duizenden. In één blik snap je dat een avondje met Händels Rinaldo ook een society-evenement was. Even veelzeggend en verrukkelijk: een fikse hanger met daarop het gezicht van castraatzanger Farinelli. Fanmerchandise avant-la-lettre, nauwelijks te onderscheiden van een button met Michael Jackson.

Het V&A Museum in Londen, oorspronkelijk voor toegepaste kunst, organiseert jaarlijks heel uiteenlopende en toegankelijke thematentoonstellingen; deze over opera komt na een expo over Pink Floyd en voor de kersttentoonstelling over Winnie the Pooh.

Voor doorgewinterde operaliefhebbers lijkt de opstelling dan ook niet bedoeld. Wel voor een breed publiek dat zich nog niet realiseerde hoe nauw muziektheater verknoopt was met de (politieke) Europese geschiedenis, en dat zich op vleugels van dat inzicht moet laten verleiden tot een bezoekje naar het Royal Opera House, co-organisator van de tentoonstelling.

Kostuum uit Frankrijk, rond 1770.

Foto Victoria and Albert Museum
Jurk uit Frankrijk, rond 1750.

Foto Victoria and Albert Museum
Kostuumjas uit Frankrijk 1785-90

Foto Victoria and Albert Museum

Academisch

Dat curator Kate Bailey niet uit het operavak komt heeft voor- en nadelen. Een operaspecialist had waarschijnlijk gekozen voor een opzet met meer muziek en meer focus op de zangers, dirigenten en ensceneringen die door de eeuwen heen het kloppend hart van opera waren en zijn. Maar hier staan niet de uitvoerenden of de noten centraal, maar hoe componisten en hun werken exponenten waren van een tijd en plaats.

Zeven ruimtes in de net voltooide, ondergrondse Sainsbury Gallery (met 1.100 m2 een geweldige ruimte, in zijn soort een van de grootste van Europa) loodsen je chronologisch door vijf eeuwen operageschiedenis, thematisch gegroepeerd. Van Monteverdi in het Venetië van 1642 gaat het via Händel (Londen, 1711) en Mozart naar Verdi, Wagner en Strauss. Een audiotour wandelt met je mee en speelt de bijbehorende muziekfragmenten – overigens niet altijd in even genietbare uitvoeringen.

Baffo Klavecimbel uit Italië, gemaakt door Giovanni Antonio Baffo, 1574. Foto Victoria and Albert Museum

Wie de koptelefoon afzet, ziet een slimme en veelzijdige, maar statische uitstalling. Terwijl een genre dat zo fysiek, theatraal en bezield is als opera schreeuwt om zijn eigen tovertroef: het multidisciplinaire.

Het zijn dan ook de twee bewegende hoekjes die het meest de aandacht trekken. Charmante eyecatcher is het op slaapkamerformaat nagebouwde baroktheatertje uit de tijd van Händel met inschuifdecorstukken en rollende wokkels als zee.

Echt beklijvend is het filmfragment waarop een jonge Sjostakovitsj kettingrokend, kramperig en veel te ouwelijk en verzenuwd voor zijn 28 jaar bezeten een fragment uit zijn opera Lady Macbeth van het district Mtsensk op de piano roffelt. Die korte scène zegt in een minuut meer over leven onder het juk van het stalinistisch regime, de man Sjostakovitsj en zijn muziek dan enig affiche, brief of partituur.

Mogelijkheden

Een ander bezwaar is dat de scherpe keuzes die de tentoonstelling maakt onvermijdelijk een sensatie van willekeur in de hand werken. Flaneren langs zes opera’s uit vijf eeuwen is staren naar een blanco wereldkaart met maar een handvol rode stippen. Waar zijn de Duitse barok, de grand opéra, het verismo, de reformatieopera van Gluck, de twintigste eeuw van Berg en Messiaen, de meest eigentijdse vernieuwingen in het genre? Die laatste lacune wordt nog wel gevuld in de laatste zaal, waar op schermen fragmenten worden getoond uit geweldige opera’s als Written on skin (Benjamin), L’amour de loin (Saariaho) of Einstein on the Beach (Glass).

Maar ook daar gaat het brein borrelen van gedachtes over wat er meer mogelijk was geweest: filmpjes waarin hedendaagse componisten en regisseurs aan het woord komen over de specifieke uitdagingen van onze tijd bijvoorbeeld. En als je zieltjes wilt winnen voor de opera, werkt een cabine waarin je met een VR-bril zelf kunt ervaren hoe het is om te zingen voor een zaal van 2.000 mensen met een vol orkest aan je voeten (ik noem maar wat) dan niet beter dan Monteverdi’s handschrift?

Voor een als blockbuster bedoelde tentoonstelling over opera anno 2017 voelt Opera: passion, power and politics toch een beetje als een gemiste kans.