Recensie

Veel rennen en schieten in wraak-thriller

Thriller

In ‘American Assassin’ wordt enorm veel geschoten en gerend. De film lijkt een gevoel van emotionele vervreemding te willen exploiteren, alsof je in een game zit.

CIA-agent (Dylan O’Brien) op wraak-missie in ‘American Assassin’

Het is onvermijdelijk om bij de openingsscène van American Assassin niet aan het bloedbad in Las Vegas te denken. Het is vakantie, Mitch heeft net zijn vriendin ten huwelijk gevraagd, en daar suizen de kogels hen en de andere badgasten om de oren. Lawaai. Paniek. Desoriëntatie.

Toen Steven Spielberg aan het begin van zijn WOII-film Saving Private Ryan eenzelfde claustrofobische verwarring opriep door de camera laag bij de grond te houden en voortdurend van perspectief te wisselen, was dat niet alleen innovatief filmmaken, maar ook een emotioneel vervreemdende sequentie. American Assassin lijkt dat gevoel te willen exploiteren, alsof je in een game zit. Ook in de rest van de film wordt er enorm veel geschoten en gerend, van het geheime trainingskamp in de bossen waar Mitch vervolgens een opleiding krijgt die hem van slachtoffer tot contra-terrorisme-expert maakt, tot de finale shoot-out in Rome.