Rutte III: kabinet van bakfiets en kerkbank

Regeerakkoord 2017

Na 209 dagen van formeren is het regeerakkoord klaar. Het probeert twee totaal verschillende politieke werelden te verenigen. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie kónden niet anders.

VVD-leider Mark Rutte, met achter hem mede-onderhandelaars Buma, Pechtold en Segers, tijdens de presentatie van het regeerakkoord. Foto David van Dam

Het individu én de gemeenschap. Het Wilhelmus in de klas én genderneutrale registratie bij de overheid. Stad én platteland. De bakfiets én de kerkbank. Links én rechts.

Het regeerakkoord van Rutte III, dat dinsdag werd gepresenteerd na een recordformatie van 209 dagen, probeert twee totaal verschillende politieke werelden met elkaar te verknopen: die van de kosmopolitische, individualistisch denkende grotestadsbewoner en die van de onzekere burger in de regio die hecht aan zijn of haar lokale gemeenschap. Soms gebeurt dat zó nadrukkelijk dat het op de lachspieren werkt: „Cultuur verrijkt het individu en verbindt de samenleving.”

VVD, CDA, D66 en ChristenUnie kónden niet anders. Hun kabinet was de enig overgebleven optie nadat alle andere partijen waren afgehaakt (SP, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren) of in de ban gedaan (PVV). Een kwetsbare coalitie vanuit het midden, bestaande uit maar liefst vier partijen, steunend op een minimale meerderheid in Eerste en Tweede Kamer. Een coalitie ook waaraan ten minste twee deelnemende partijen (D66 en ChristenUnie) met grote twijfels begonnen. Zoals CU-leider Gert-Jan Segers het zei: „Het was geen liefde op het eerste gezicht.”

De partijen hebben geprobeerd van de nood een deugd te maken. Het resultaat: een middenkabinet dat zowel grote ondernemers als burgers op het bestaansminimum wil helpen. Dat de Nederlandse identiteit wil versterken én nadrukkelijk pro-Europa is. Dat individuele vrijheden wil uitbreiden én geloofsgemeenschappen welwillend tegemoet treedt.

„Wij zijn vóór verschillen en tegen tegenstellingen,” schrijven de partijen in het regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst. Dat is meteen ook een goede omschrijving van hun eigen houding tegenover het nieuwe kabinet. Samenwerken, prima, maar wel met onderlinge afstand. Iedere partij wil zijn eigen verhaal blijven vertellen om de achterban vast te houden. Niet voor niets blijven drie van de vier politiek leiders als fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

Geen ‘stilstandkabinet’

Ondanks alle verschillen hebben VVD, CDA, D66 en ChristenUnie een ambitieus programma geschreven. Rutte III wordt, afgaande op de plannen, niet het ‘stilstandkabinet’ dat menigeen had voorzien. Geen ploeg die op de winkel past na de hervormings- en bezuinigingstornado van Rutte II.

Ga maar na. Er komt een streng klimaatbeleid, met een scherpere reductie van C02-uitstoot dan de EU zich als doel heeft gesteld, hogere energiebelasting en kolencentrales die op termijn allemaal dicht gaan. Het kabinet zet in op de grootste verbouwing van het belastingstelsel in bijna twee decennia, waaronder een rigoureuze inperking van de hypotheekrenteaftrek. Het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt worden hervormd. En er komt een historisch experiment met gereguleerde wietteelt. Natuurlijk, er had veel méér gekund. Veel voorstellen zijn afhankelijk van de medewerking van de sociale partners. Bovendien moet het economisch tij mee blijven zitten om alle ambities te verwezenlijken. Maar toch: het is meer dan voor mogelijk werd gehouden – ook door de vier partijen zelf.

Met de ambities komen voor Rutte III ook meteen de problemen. De coalitie doet voorstellen waarvoor je als kabinet graag meer dan één zetel meerderheid zou willen hebben. Omdat ze op grote maatschappelijke weerstand kunnen stuiten. Of omdat ze moeilijk liggen bij Kamerleden van één van de regeringspartijen.

Hoe moeilijk de vier partijen het de komende jaren kunnen krijgen, was maandagavond al zichtbaar: CU-parlementariër Joël Voordewind streed in een besloten fractieberaad tot op het laatst voor een uitbreiding van het kinderpardon, maar moest zich uiteindelijk neerleggen bij een ‘nee’ – voor deze keer dan. De wankele basis is een andere reden dat Buma, Pechtold en Segers in de Kamer blijven – tegen de zin van Rutte.

Direct harde kritiek oppositie

Op veel steun vanuit de Tweede Kamer hoeft Rutte III niet te rekenen, zoveel is duidelijk. Zowel de linkse als rechtse oppositiepartijen uitten dinsdag meteen harde kritiek. „Multinationals gaan over hun torenhoge winsten minder belasting betalen. Gezinnen moeten juist meer betalen voor hun boodschappen,” stelde SP-leider Emile Roemer. Op zijn steun kunnen ze niet rekenen. Roemer: „Het is duidelijk wie de vriendjes van Rutte zijn.”

Het wordt de komende jaren 76 tegen 74.

En zelfs als VVD, CDA, D66 en ChristenUnie de fractiediscipline met succes weten te handhaven, wachten er binnen anderhalf jaar drie formidabele hordes: verkiezingen voor de gemeenteraden (2018), Europees Parlement en Provinciale Staten (beide 2019). Bij die laatste staat de meerderheid in de Eerste Kamer op het spel – en dus het voortbestaan van Rutte III.

D66-leider Pechtold voorspelde een „solide en stabiel kabinet”. Zijn collega Segers sprak zelfs al over „een kabinet met grote daden”. Of dat werkelijkheid wordt, is hoogst onzeker. Als Pechtolds voorspelling niet uitkomt, kan Rutte III heel makkelijk het stilstandkabinet worden dat het zo nadrukkelijk niet wil zijn.