Recensie

Niet zo van de zielenroerselen

Documentaire

De documentaire ‘Jan Sierhuis zelfportret’ graaft niet heel diep. Toch is het een geslaagde film.

Jan Sierhuis

Fotograaf Marte Visser doet portretten. Jan Sierhuis zelfportret komt daaruit voort: bij het fotograferen van de 89-jarige expressionist zag ze een prachtig, hologig zelfportret in paars, groen en oranje in zijn atelier staan. Een museumstuk, vond ze. Sierhuis hield ’t liever zelf.

Visser krijgt ‘ras-Amsterdammer´ Sierhuis zover nog een zelfportret te schilderen en volgt hem naar Spanje. Ze laat hem praten: de schilder doet dat graag en goed. Een jongen uit de Jordaan die aardig kon tekenen, niet aardde op de elitaire Rijksacademie, zijn kostje bijeen scharrelde met stadsgezichten. De grote Willem Sandberg van het Stedelijk Museum, die zijn atelier binnenliep. ‘Kost ’t?’ Die grote 1.200, de kleintjes 1.000. ‘Ik neem er vier.’

Sierhuis sleet ruim honderd doeken aan het Stedelijk, verkocht aan talloze musea; in 1989 zie je de ‘wereldberoemde schilder’ nog in het panel van Jos Brinks Wedden Dat. Nu is zijn ster een beetje verbleekt. Niet van het kaliber Rembrandt of Francis Bacon, oordeelt hij zelf. „Maar ik ging mijn eigen weg.”

Jan Sierhuis zelfportret is als portret geslaagd. Niet erg diep; Sierhuis is zelf ook bepaald geen wroeter. Met weinig CoBrA, context of ontwikkelingen; dat had eerder een tv-documentaire opgeleverd. Dat je na afloop meer over hem wilt weten, is een verdienste.