Opinie

Het lot van Catalonië behoort toe aan het volk

De soevereiniteit ligt niet bij de regeringen in Madrid of Barcelona, maar bij de burgers, schrijft Arnau Gonzàlez i Vilalta.

Demonstratie in Barcelona, op zondag 8 oktober, tegen de Catalaanse separatisten. Foto Francisco Seco/AP

Een illegaal zelfbeschikkingsreferendum, politiegeweld, massale demonstraties van Catalaanse independentistas (voorstanders van onafhankelijkheid) en Spaanse unionistas (die tegen afscheiding zijn), een algemene staking. De Catalaanse regering die onwettig handelt, het Spaanse kabinet, het rechtssysteem en de politie die hun eigen grondwet aan de laars lappen. Het Catalaans-Spaanse conflict, waarvan de historische details de Europese lezer wellicht niet interesseren, schreeuwt om een oplossing waarmee het niet een groot probleem voor de Europese Unie wordt. We hoeven alleen maar te denken aan de gevolgen van de Griekse en Cypriotische kwesties voor de economische stabiliteit van Europa en de chaos waartoe niet alleen een Catalaans maar zelfs een Spaans bankroet zou leiden. Zonder het Verenigd Koninkrijk, dat na de Brexit bezig is uit de EU te stappen, is Spanje de vierde economie van de eurozone.

Maar laten we naar de oplossingen kijken. De eerste, meest voor de hand liggende: een van de twee kampen geeft zich gewonnen. Het strijkt de vlag en erkent dat het de strijd heeft verloren. Hoogst onwaarschijnlijk. Tweede mogelijkheid: internationale bemiddeling, bijvoorbeeld door Zwitserland – dat zich al heeft aangeboden – het Vaticaan of Kofi Annan en Ban Ki-moon. Deze optie, die de voorkeur van de Catalaanse regering heeft, zal vanuit Madrid afgewezen worden.

En hier zit hem precies de crux van deze kwestie. Voor wie geldt de soevereiniteit? Hoe worden naties en staten gevormd? Voor de harde kern van de politieke, economische en academische macht is de Spaanse staat voor eeuwig en onbetwistbaar. Je kiest er niet voor om Spanjaard te zijn, je bent het en daarmee uit. Voor de voorstanders van onafhankelijkheid, onder wie zich eveneens essentialisten bevinden, is het heden ook van belang. Om het in Europees perspectief te plaatsen: in 1882 betwistte de Franse filosoof Ernest Renan in zijn lezing ‘Qu’est-ce qu’une nation?’ de Duitse visie, waarin het verleden van een natie bepalend was. De geschiedenis, de taal, de mythen en de cultuur die eeuwenlang geworteld is in een land waren weliswaar belangrijk, maar volgens Renan was er nog een criterium: de consensus van de inwoners van dat moment. Dat is precies het conflict tussen de regeringen in Madrid en Barcelona. De Spaanse premier Mariano Rajoy spreekt over Spanje als de oudste natie van Europa – hij gaat voor het gemak voorbij aan bijvoorbeeld Griekenland en Baskenland – en gebruikt dat als argument, dat hij vervolgens van een grondwettelijk sausje voorziet.

Toen de onafhankelijksheidsgezinde Catalanen hem keer op keer vroegen een referendum te organiseren, was het antwoord van Rajoys regering en de sociaaldemocratische PSOE steevast: „ik wil niet en ik kan niet”. Terwijl David Cameron in 2014 ten aanzien van het Schotse referendum zei: „Ik ben in de eerste plaats democraat en in de tweede plaats Brit”, zegt Rajoy nu „ik ben in de eerste plaats Spanjaard en in de tweede plaats democraat”. De modellen Schotland-Groot Brittannië, Quebec-Canada, Aruba, Curaçao, Sint-Maarten-Nederland en Groenland-Denemarken werken niet voor de Iberiërs. Ook eenzijdige afscheiding is niet de ambitie van de Catalaanse independentistas, en zeker niet van de autodeterministas, degenen die zelfbeschikking voorstaan; zij staan de vreedzame weg voor en hebben een meerderheid in het Catalaanse parlement en in de Catalaanse afvaardiging in het Spaanse parlement. Sinds 2012 hebben zij pogingen gedaan om toestemming te krijgen voor een referendum. Voor Madrid is dat onbespreekbaar; de nationale identiteit hangt immers niet af van een volksraadpleging hier en nu. Volgens de logica van het Spaanse nationalisme behoort Catalonië tot Spanje. De wil van het volk is daarin niet beslissend.

Al met al is een vruchtbare dialoog zonder druk van buitenaf onmogelijk

Al met al is een vruchtbare dialoog zonder druk van buitenaf onmogelijk. In Nederland en de rest van Europa vraagt men zich waarschijnlijk af hoe dit is op te lossen. Wat er nu op tafel ligt – het is te bedroevend voor woorden – zijn de eenzijdige stappen van beide partijen met alle onzekere gevolgen van dien. Het Catalaanse kabinet-Puigdemont heeft herhaaldelijk verzocht om een referendum, waarop steeds afwijzend werd gereageerd. In plaats van zich over te geven, heeft het eenzijdig besloten het volk zijn stem uit te laten brengen. Het referendum van 1 oktober mondt waarschijnlijk uit in een onafhankelijkheidsverklaring, naar het schijnt dinsdag of daags daarna. De regering-Rajoy lijkt op haar beurt bereid tot politie- en militair optreden om dit tegen te houden. De Catalaanse autonomie opschorten en de stem van de voorstanders van afscheiding negeren. Er zijn in feite evenveel argumenten om de eenheid van Spanje te verdedigen als om de onafhankelijkheid van Catalonië te willen. Minder argumenten zijn er voor of tegen de keus om burgers de definitieve beslissing te laten nemen. In een werkelijk open democratie past slechts Renan. Een ieder heeft zijn argumenten uit heden en verleden, maar laat de levenden de beslissing nemen.

Vertaling Joke Mayer