Column

Heb je nou iets aan jeukwoorden?

Column Wekelijks probeert Japke-d. Bouma uit te zoeken wat managementgoeroes nou eigenlijk écht bedoelen. Misschien hebben we er wel wat aan.

Illustratie Tomas Schats

Deze zomer, ik was al wat labiel omdat ik van mijn coach een paar weken niks over kantoorclichés mocht schrijven, kwam het nieuws dat Lucy Kellaway stopt met haar columns over managementbullshit in de Financial Times. Dat hakte er behoorlijk in.

Nu zult u zeggen: ‘Wie?’ En: ‘Hoezo dan?’ Maar Lucy Kellaway was mijn rolmodel. Bijna vijfentwintig jaar dreef ze de spot met onzinjargon op kantoor en riep ze managers en bestuurders op te stoppen met het praten van vaagtaal. Ze was mijn baken. Door haar wist ik: ik beeld het mij niet in, mijn strijd tegen loze managementpraatjes is belangrijk. Als zelfs een zakenkrant als de Financial Times iemand daar speciaal voor heeft aangesteld, dan mag ik op de schouders van reuzen staan.

Ik begon in 2012 te schrijven over kantoorjargon als ‘doorcommuniceren’, ‘verbinden’, ‘afhechten’, ‘kort cyclisch insteken’ en dingen ‘tegen iemand aanhouden’. Zij schreef al in 1994 over holle kreten als ‘global’, ‘downsizen’, ‘marketplace’, het wiskundig onmogelijke ‘voor 110 procent committed zijn’ en wat een onzin dat allemaal was. Wat was ze toen nog naïef, schrijft Kellaway in haar afscheidscolumn. Want de managementonzin is sindsdien „een miljoen procent keer zo onzinnig geworden” en ze verwacht niet dat dit ooit zal veranderen.

En dus stopt ze. Haar columns hebben geen zin gehad, zo schrijft ze. Sterker nog: de onzin-praters lijken er alleen maar beter van te zijn geworden. Als beste voorbeeld noemt ze de baas van koffieketen Starbucks, Howard Schultz, die volgens haar ‘kampioen bullshit’ is. Eerder dit jaar zei Schultz bijvoorbeeld over de nieuwe Starbucksbranderijen: „We’re delivering an immersive, ultra-premium, coffee-forward experience”. In 360 Magazine werd dit naar het Nederlands vertaald als „de klant een koffiegerichte beleving bieden die hem onderdompelt in ultratopkwaliteit”.

Is dat nóg beter dan het summum van het optimale of gewoon taalvervuiling?

Wat Lucy Kellaway en ik met elkaar gemeen hebben is dat onze pen, onze handen en alles in ons gaat jeuken als we zoiets lezen. Want ‘experience’ is al heel erg (hou eens op met al die belevingen, jongens!), maar het geheel is vooral niet te begrijpen. Want wat is koffiegericht in godsnaam? En wat is een ultratopkwaliteit? Is dat nóg beter dan het summum van het optimale of gewoon taalvervuiling? Hoewel het onderdompelen van je klanten dan wel weer grappig gevonden is, als het gaat om kokend hete koffie.

Onzin of niet, de heer Schultz heeft de hele wereld aan zijn koffie gekregen en verdient er persoonlijk miljoenen mee. En zo is het natuurlijk met al die kantoorcliché-bezigende managementgoeroes, managers en bestuurders. Terwijl wij, de knarsende kantoorslaven, zuchten onder het juk van hun vage praatjes, worden zij alleen maar succesvoller en rijker.

Kellaway stopt er daarom mee. Maar ik dacht: wacht eens even, misschien moet ik me niet langer tegen al die kantoorclichés afzetten, maar ze omarmen en proberen te begrijpen. Misschien word ik dan net zo succesvol als Starbucks.

Want wie weet: misschien is het helemaal geen cliché om ‘kwartiermakers naar de lijn te kantelen’, ‘een zwerm te richten’, ‘de heilige graal in jezelf te activeren’ of te ‘focussen op kansen’. Misschien is het zelfs wel gewoon mogelijk om ‘concepten uit te rollen’.

Misschien is het hartstikke nuttig om ‘agendazettend te opereren’ en worden we vreselijk gelukkig van agile werken, onze fouten omarmen, ‘omdenken’ en transformationeel coachen. Misschien kunnen we wel écht ‘in onze kracht komen’ en 365 dagen per jaar succesvol zijn, en moeten we wel degelijk uit onze comfortzone komen om tot nieuwe hoogtepunten te komen.

Je weet het niet.

Blijf dus vooral jullie voorbeelden van managementjargon en hemeltergende managementclichés opsturen. Dan zal ik proberen de bedenkers ervan aan de lijn te krijgen, proberen te achterhalen wat ze bedoelen en zal ik bekijken of we er ons voordeel mee kunnen doen.

Misschien kom ik er dan achter dat alles toch onzin was. Maar het zou ook kunnen dat er wel degelijk wat in zit en ík het al die tijd verkeerd begrepen heb. Dat ze gewoon gelijk hebben, die managementgoeroes, die jargonpraters. Starbucks is natuurlijk niet voor niets zo succesvol geworden. Door de jeukwoorden, de kantoorclichés en de managementmodes waarvan de topman zich bedient? Wie weet.

Ik hou jullie op de hoogte.

De jeuktweets van de week