Geen tbs’er, toch in een kliniek

Verdachte

Michael P. is aangehouden in verband met de vermissing van Anne Faber. Hij kreeg in 2012 elf jaar celstraf, maar verbleef in een kliniek.

De feiten waarvoor Michael P. uit Zeewolde in juli 2010 werd aangehouden, zijn zonder meer gruwelijk. Een dubbele verkrachting van twee tienermeisjes in Nijkerk na Koninginnenacht, diverse afpersingen, diefstal met geweld. Tegen kennissen zei hij dat hij trots was op de verkrachtingen. Daarmee was „een droom uitgekomen”.

Maandag is de nu 27-jarige P. aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de vermiste Anne Faber (25). Hoe sterk die verdenking is, is niet duidelijk. Vast staat vooralsnog alleen dat P. verbleef in de forensische psychiatrische kliniek Aventurijn van Altrecht in Den Dolder. Anne Faber zou hier langs gefietst kunnen zijn op vrijdag 29 september, de dag dat zij verdween.

Aventurijn gaf dinsdag geen commentaar. De toegangsweg naar de hoofdingang was afgezet door de politie. Militairen en vrijwilligers waren de hele dag bezig de omringende heide en bossen in Den Dolder en Soest uit te kammen.

Geen tbs’er

P. werd in de psychiatrische kliniek behandeld, maar hij was geen tbs’er. Hij had geweigerd mee te werken aan een psychische rapportage die voor zijn eerste veroordeling over hem is gemaakt. Als geen psychische stoornis is vastgesteld, kan in theorie alsnog tbs worden opgelegd, maar dat gebeurt vrijwel nooit. De belangrijkste conclusie uit het rapport was dat „geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden waardoor de strafbaarheid van de verdachte wordt opgeheven of uitgesloten”.

Het leidde ertoe dat P. gewone gevangenisstraf opgelegd kreeg. Zestien jaar in eerste aanleg, bij het hof in hoger beroep werd dat verlaagd tot elf jaar. Volgens strafrechtadvocaat Sierd Roosjen is dat „nog altijd fors” in vergelijking met andere zaken. „Elf jaar voor twee verkrachtingen en afpersing, dat maak ik in ieder geval niet vaak mee.” Hij wil niet oordelen over een zaak die hij inhoudelijk niet kent, maar uit de hoogte van de straf leidt hij af dat de rechters „de kans knalgroot achtten” dat het nog eens mis zou gaan met P.

Vrijheden

Het ministerie van Justitie wil niet op vragen over deze specifieke verdachte ingaan, maar zegt dat de penitentiaire beginselenwet gevangenisdirecteuren de mogelijkheid biedt gedetineerden in een psychiatrisch ziekenhuis te plaatsen als zij zorg nodig hebben die de gevangenis niet kan bieden. „Bij plaatsing in een kliniek kunnen in de loop van de behandeling vrijheden worden verleend, zoals onbegeleid verlof”, zegt een woordvoerder.

Een andere mogelijkheid is dat P. op tweederde van zijn straf voorwaardelijk is vrijgekomen – een mogelijkheid die het nieuwe kabinet overigens zou willen inperken. P. is in juli 2010 opgepakt, en had dus al zeven van de elf jaar gevangenisstraf uitgezeten. Aan zo’n voorwaardelijke invrijheidsstelling kunnen wel voorwaarden worden verbonden, zoals het ondergaan van een behandeling in een kliniek. Advocaat Job Knoester ziet dat steeds vaker gebeuren. „Juist bij cliënten waarvan wordt gedacht: die had misschien beter tbs kunnen hebben. Dan denken ze: als hij in ieder geval maar niet onbehandeld terugkeert in de maatschappij.”

Bij plaatsing in een kliniek kunnen in de loop van de behandeling vrijheden worden verleend, zoals onbegeleid verlof

Onzekere uitkomst

Het nadeel van deze ‘route’ ten opzichte van tbs is volgens Knoester dat de behandeling sowieso eindigt als de straf helemaal afloopt. „Een cliënt kan daarom denken: ik hoef niet mee te werken, want ik kom sowieso vrij.” Tbs kan ongelimiteerd verlengd worden als dat nodig is voor de veiligheid van de maatschappij.

Waarom P. niet mee wilde werken aan psychisch onderzoek, blijkt niet uit de vonnissen tegen hem. Knoester: „Bij sommige cliënten vloeit uit hun stoornis voort dat ze nergens aan mee werken, omdat ze bijvoorbeeld paranoïde zijn”, zegt Knoester.

Maar wat ook kan, is dat hij per se geen tbs opgelegd wilde krijgen, omdat de uitkomst daarvan zo onzeker is. Enkele jaren geleden sloegen rechters alarm. De gemiddelde tbs-behandeling was zo lang gaan duren (toen: negen jaar) dat verdachten liever ‘kozen’ voor een zekere, eindige, gevangenisstraf. Dat de gemiddelde behandelduur zo was toegenomen kwam volgens Knoester omdat bij elk incident, gepleegd door een tbs’er op verlof, behandelaars en het ministerie voorzichtiger werden met het verlenen van verlof. Bovendien werden longstay-behandelingen opgericht, waar een tbs’er zo nodig tot zijn dood kon worden vastgehouden. Sierd Roosjen: „Tbs is niet populair onder de gevangenispopulatie.”

Onveiligere samenleving

In 2016 weigerde 43 procent van de 223 verdachten die in het Pieter Baan Centrum werden geobserveerd bij aanvang hun medewerking. In 60 procent van die gevallen kon alsnog een inhoudelijk advies worden uitgebracht, zegt een woordvoerder van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Sommige stoornissen zijn moeilijk te verbergen als je zeven weken wordt geobserveerd. Ook over Robert M., die kinderen van een Amsterdams kinderdagverblijf misbruikte, kon in 2011 een rapportage worden opgesteld terwijl hij niet meewerkte aan het onderzoek Hij kreeg negentien jaar gevangenisstraf én tbs.

Volgens Knoester werd na de aanhouding van P. online ten onrechte geroepen dat het „wéér een tbs’er is”. Dit soort hysterische reacties zal er volgens Knoester alleen maar toe leiden dat verdachten zich nog meer verzetten tegen tbs. „Dat kan ervoor zorgen dat ze gevangenisstraf krijgen en zonder behandeling, of met veel minder behandeling weer buiten komen te staan.” En dát, zegt hij, leidt tot een onveiligere samenleving.