Cultuur

Interview

Interview

Broers op de vlucht (Benny Safdie en Robert Pattinson)

‘Die manische energie van Rob moesten we pakken’

Josh en Benny Safdie

Filmster Robert Pattinson zocht contact met de New Yorkse broers Josh en Benny Safdie omdat hij graag met ze wilde werken. Resultaat is de hyper-energieke misdaadfilm Good Time. „Ik zag een gewonde soldaat in hem.”

Om de filmende broers Josh en Benny Safdie hangt een sfeertje van retro-cool. Ze zijn idolaat van de semi-geïmproviseerde films van John Cassavetes van vijftig jaar geleden („Niet toevallig had hij dezelfde initialen als Jezus Christus.”) De broers wisten Iggy Pop zo ver te krijgen om een song te schrijven voor Good Time, hun nieuwe film. Ze zijn gefascineerd door hun stad, New York, bezien vanuit marginale levens die zich op straat afspelen. Dat gruizige beeld is duidelijk geïnspireerd op beroemde New York-films van de jaren zeventig, zoals Mean Streets (1973) en Dog Day Afternoon (1975).

Na een reeks no-budgetfilms hadden de Safdies bij Good Time voor het eerst een flink bedrag tot hun beschikking – hoeveel precies is niet openbaar gemaakt. Dat heeft alles te maken met de ster van de film: Robert Pattinson, het meisjesidool van de Twilight-films, dat de laatste jaren met gedurfde films hardnekkig probeert zijn wereldroem af te schudden. Speciaal voor Pattinson, die zelf het contact met hen zocht, ontwikkelden de Safdies Good Time.

Pattinson is te zien als Connie, een nogal manische kruimelcrimineel die net uit de gevangenis komt. Hij moet met zijn geestelijk achtergebleven broer Nick (Benny Safdie) uit handen van de politie blijven na een grandioos mislukte bankoverval.

Holderdebolder

Good Time ziet eruit als een doorleefde straatfilm, maar volgt ondertussen energiek de holderdebolder-achtbaan-logica van een blockbuster: de film is opeenstapeling van actie, plotselinge wendingen, meer actie en nóg meer verbijsterende wendingen; alles in de overtreffende trap.

Voor de Safdies was dat een experiment: ze moesten zich plotseling houden aan de regels van een genre: de misdaad-actiefilm. Veel van de zijpaden en geïmproviseerde momenten van hun eerdere films bleken in dat veel strakkere kader niet te werken.

„Daardoor raakten we misschien een deel van onze vrijheid kwijt. We moeten er nog eens goed over nadenken of we dat in de toekomst nog eens zo willen doen”, zegt Josh Safdie (33) in Cannes. Op het festival werd Good Time door het grootste deel van de pers enthousiast ontvangen, maar de broers gingen zonder prijzen naar huis.

De Amerikaanse cinema van de jaren zeventig is zeker een inspiratiebron, zegt Josh Safdie. „Maar die films zijn een inspiratiebron voor elke hedendaagse filmmaker, denk ik. Dat was nu eenmaal de gouden tijd. Veel van onze hedendaagse goden maakten in die jaren hun beste films.”

Toch is Good Time in de eerste plaats geïnspireerd door boeken: The Executioner’s Song , het boek van Norman Mailer over de moordenaar Gary Gilmore. En In The Belly of the Beast, het boek waarin Jack Abbott zijn eigen leven in de gevangenis beschrijft.

Benny Safdie (31): „Eigenlijk kijken we nooit naar andere films voordat we zelf aan een film beginnen. Maar in dit geval hebben we wel naar één film bekeken, puur om te zien hoe we ons hoofdpersonage zouden kunnen ontwikkelen. Na het lezen van The Executioner’s Song hebben we ook de filmversie ervan gezien, met een fantastische hoofdrol van Tommy Lee Jones. Maar we zijn natuurlijk diep doordrenkt met de films van die tijd. Dat was een periode waarin entertainment en kunst geen tegenpolen waren, maar juist samenkwamen. Met Good Time hebben we dat ook nagestreefd: we wilden een film maken die artistiek interessant is, met een scherpe eigen invalshoek, maar die onderhoudend kan zijn voor een breed publiek.”

Helemaal geen ‘Good Time’

Wacht, er is toch nog een film die Good Time direct heeft geïnspireerd, bedenkt Josh ineens. Dat was Straight Time van Ulu Grosbard, met Dustin Hoffman als een ex-gevangene die zijn leven weer op de rails moet krijgen. „Vandaar die titel van ons: Good Time. Beide uitdrukkingen zijn slang. ‘Good Time’ is een term van ex-gevangenen die voorwaardelijk vrij zijn gelaten. ‘Straight Time’ is een term voor gedetineerden die zich zo netjes mogelijk gedragen, om in aanmerking te komen voor voorwaardelijke vrijlating. Voor de meeste ex-gevangenen is die voorwaardelijke vrijheid helemaal geen ‘good time’. Door alle eisen en regels waaraan ze moeten voldoen, is het juist veel moeilijker om een succes te maken van hun leven buiten de gevangenis.”

Als de Safdies met hun films ergens echt in uitblinken, dan is het in hun scherpzinnige gebruik van locaties en rekwisieten. Die zijn uitzonderlijk gedetailleerd en expressief. Benny: „Onze locatiemanager, Samson Jacobson, is eigenlijk een soort casting director: een casting director voor locaties. Hij vond voor ons de meest ongelooflijke plekken, met zoveel karakter.” Josh: „Vervolgens moet je dan zo’n locatie aankleden. Daar is Sam Lisenco, onze production designer, een meester in. Met hem werken we al heel lang. Hij is familie. Elk voorwerp in de film moet een reden hebben om daar te zijn.”

De rol van Connie is speciaal voor Robert Pattinson geschreven. Josh: „Rob zocht contact met ons, omdat hij graag met ons wilde werken. Hij zei dat hij bereid was om voor een rol echt alles te doen. Dat heeft hij ook waargemaakt. Hij heeft zich in een half jaar voorbereidingen gestort. Dat is voor een ster van zijn niveau echt heel uitzonderlijk.

„Toen ik Rob voor het eerst ontmoette, zag ik een soort gewonde soldaat in hem. Hij kwam op mij over als een man die eigenlijk diep is getraumatiseerd door wat hem allemaal is overkomen: de plotselinge wereldroem. Hij is natuurlijk heel bekend, maar hij is niet zo iemand die van zijn roem zijn beroep heeft gemaakt. Hij houdt er ook helemaal niet van, hij vindt het niet prettig en hij is er ook niet goed in. Vaak heeft hij het gevoel dat hij vastzit in zijn roem. Hij gaat bijna altijd de deur uit met een vermomming.

„Daar zitten allerlei raakvlakken met het personage van Connie, zoals we dat samen met hem hebben ontwikkeld. We hebben geprobeerd om die manische energie van hem te gebruiken. Die energie heeft hij, maar hij heeft dat nog nooit eerder in een film kunnen laten zien. Voor ons is heel belangrijk om acteurs te laten zien als de mensen die ze in werkelijkheid zijn. Dat klinkt misschien als een open deur, maar er zijn zoveel films waarin je dat nauwelijks terugziet: dat acteurs ook mensen zijn.”