De olijfboom was altijd al een echte olieproducent

Genetica

De wilde olijfboom heeft achthonderd genen voor de productie van olie. Nu is ook de rest van het olijfgenoom blootgelegd.

Olijfboom Foto Getty Images/iStockphoto

Olijfolie, belangrijk voor een gezond dieet, hebben we te danken aan de inslag van een komeet, nu ruim 60 miljoen jaar geleden. In de winter en tijdens de massale uitstervingsgolf na die inslag ontstond een voorouder van de olijfboom waarin alle chromosomen viermaal aanwezig waren. En dat gebeurde rond 28 miljoen jaar geleden nog eens.

Die extra genen konden gaan evolueren. Er waren immers genen ‘over’, want de basisfuncties kon de boom met zijn normale aantal chromosomen al uitvoeren. Zo ontstond de oleaster (Olea europaeae var. sylvester), de voorouder van de gecultiveerde olijfboom. Wanneer (ergens in het Nabije Oosten) de mens de selectie op hogere olie-opbrengst overnam is niet precies bekend. Maar de wilde oleaster had toen al ruim 800 genen die de enzymen en andere eiwitten leveren voor de olieproductie.

.

Behalve die 800 genen voor de olieproductie heeft de oleaster er bijna 2.000 voor de suikerstofwisseling. Die zijn ook belangrijk voor de olieproductie, want de olijfboom maakt olie uit suikers die vanuit de bladeren naar de vrucht gaan.

De rijpe olijf bestaat uiteindelijk voor de helft uit water, voor een kwart uit olie en verder vooral uit cellulose (dat de vrucht zijn structuur geeft) en een beetje suiker en eiwit.

De samenstelling van olijfolie is zo bijzonder dat de Amerikaanse Food and Drug Administration heeft toegestaan dat er een gezondheidsclaim op olijfolieflessen mag staan: consumptie ervan verlaagt de kans op hart- en vaatziekten. Het was de eerste olie die deze eer te beurt viel, hoewel dat misschien meer zegt over de samenwerking van de producenten dan over de olie. Maïsolie (met een zwakkere claim) en soja-olie zijn inmiddels gevolgd.

Planten die olie in hun zaden produceren gebruiken meestal dezelfde productiemethode. Bijzonder is dat planten eerst (ongezonder) verzadigd vet maken. De olijfboom maakt daar in drie reactiestappen oliezuur van. En met het enzym FAD2 maakt de olijf een beetje linolzuur uit oliezuur. Olijfolie bestaat voor driekwart uit oliezuur, voor 6 procent uit linolzuur en 2 procent is nog stearinezuur.

Sesam, waarvan de DNA-volgorde ook bekend is, maakt sesamolie. Daarin zit ongeveer 40 procent oliezuur en 40 procent linolzuur. Vergelijking leerde dat het verschil in vetzuursamenstelling niet door het aantal genkopieën van het linolzuurvormende FAD2-gen komt. De olijf heeft vijf FAD2-kopieën in zijn genoom – sesam heeft er maar twee. Maar de FAD2-genen van de olijfboom zijn erg inactief. Waarom dat zo is, is een grote vraag. De genen om de olijfboom ook linolzuur en linoleenzuur te laten maken liggen in elk geval klaar. Ze moeten alleen worden geactiveerd. Ons werk „helpt toekomstig onderzoek naar de verdere productie van olijfolie”, schrijven de onderzoekers.