Britse bedrijven profiteren nog niet van daling van pond

Britse economie

Het is nog zeer de vraag of Britse bedrijven echt kunnen concurreren, zoals de Brexiteers claimen. Zelfs met een goedkopere munt.

Het Britse defensiebedrijf BAE Systems bouwde een vliegdekschip samen met het Britse ministerie van Defensie. Foto Chris Ratcliffe/Bloomberg

De logica van Brexiteers is simpel: met wereldberoemde bedrijven en de daling van het pond moet de economie van het Verenigd Koninkrijk beter in staat zijn om wereldwijd Britse producten te verkopen. De realiteit blijkt weerbarstiger. Dinsdag maakte BAE Systems, met 83.000 werknemers het grootste en belangrijkste defensiebedrijf van het land, bekend circa tweeduizend banen te schrappen. Tegelijkertijd vreest men in Belfast voor de toekomst van de fabriek die voor de Canadese vliegtuigbouwer Bombardier vleugels maakt.

BAE Systems moet inkrimpen omdat er te weinig opdrachten zijn om Eurofighter Typhoon-jagers te bouwen na 2019. Het Britse bedrijf is in gesprek met Qatar om 24 Typhoons te leveren, maar dat is nog niet concreet genoeg om de productiecapaciteit in stand te houden. „De timing van toekomstige orders is altijd onzeker”, schrijft BAE Systems in een persbericht. Het bedrijf schrijft echter tien jaar vooruit te kunnen, mocht de deal met Qatar rondkomen.

Invoerheffingen als straf

De reorganisatie – de bedrijfsstructuur wordt vereenvoudigd, een eerste ingreep van de nieuwe topman Charles Woodburn – is gevoelig omdat de getroffen productieplaatsen vooral in Noord-Engeland liggen, een gebied dat kampt met economische problemen en structureel hogere werkloosheid.

Dat geldt ook voor Belfast, waar het voortbestaan van vierduizend banen bij Bombardier onzeker is, als gevolg van een handelsconflict tussen de Verenigde Staten en Canada. De VS beschuldigen Canada van het verstrekken van staatssteun aan Bombardier. Daarom voerden de VS twee invoerheffingen als straf in op Canadese vliegtuigen met Noord-Ierse vleugels van in totaal 300 procent. De Britse premier Theresa May, in het Lagerhuis afhankelijk van gedoogsteun van de Noord-Ierse Unionisten, lobbyde tevergeefs bij Donald Trump om de maatregel te schrappen en zo baanzekerheid te garanderen.

Dat Britse bedrijven nog niet profiteren van de gedaalde waarde van het pond, sinds het Brexitreferendum van juni vorig jaar, bleek dinsdag ook uit cijfers van het Britse bureau voor de statistiek. Het Britse handelstekort groeide in augustus tot 14,2 miljard pond, een record.

Britse bedrijven exporteerden in augustus 0,7 procent meer goederen dan in juli. Tegelijkertijd importeerden ze 4,2 procent meer goederen dan in de maand daarvoor.

Het Office for Budget Responsibility (OBR) maakte eveneens bekend dat de Britse productiviteitsgroei de komende jaren significant tegenvalt. In maart voorspelden de economen van het onafhankelijke OBR dat de productiviteit de komende jaren met 1,8 procent zou toenemen. Gezien een structureel achterblijven van de groei van de productiviteit stelt het OBR de verwachtingen bij. Een groei van 0,2 procent is meer aannemelijk, voorspelt het OBR. Het is dus de vraag of Britse bedrijven werkelijk het vermogen hebben te concurreren, zelfs met een goedkopere munt.