Uit de ouderlijke macht gezet

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: Opvoeden is loslaten. Of, beter gezegd, afrijden.
Illustratie Eliane Gerrits

Onze dochter vierde deze zomer haar zeventiende verjaardag met het halen van haar rijbewijs. De afspraak was al een jaar geleden gemaakt, om acht uur ’s ochtends, geen minuut te laat. Het examen stelde niets voor. Vijf minuten op een kartbaantje, achteruit inparkeren, op de weg draaien en klaar. Daar stond ze dan glunderend met het felbegeerde pasje, een vrijkaartje voor het leven.

„Ik ga even een blokje om”, zei ze toen we thuis waren. Ze stapte de auto in, zette haar spiegelzonnebril op, draaide de raampjes naar beneden, het radiovolume naar boven, en daar ging ze. Vrrroem, de wijde wereld in.

Het halen van je rijbewijs is een rituele overgang, belangrijker dan studeren, trouwen of je eerste baan. Mijn dochter kon niet wachten, na maanden oefenen onder mijn begeleiding. Dat jaar naast haar zitten was een goede metafoor voor het ouderschap. Anders dan bij een Nederlandse lesauto, met dubbele rem en koppeling, kun je in je eigen auto alleen maar mentaal meerijden. Vaak klemde ik mijn hand zo hard om de handrem, klaar voor een noodgreep, dat ik kramp kreeg, met name bij het invoegen op de snelweg.

Ik denk aan wat mijn vriendin deze zomer overkwam. Haar eeneiige tweeling reed op dezelfde dag af, natuurlijk, op hun gezamenlijke verjaardag. Tot dan toe hadden de levens van de twee meisjes volstrekt parallel gelopen. Maar stelt u zich het drama voor toen een van hen slaagde voor het examen en de andere zakte. Het verschil had niet groter kunnen zijn. Volstrekte vrijheid tegenover de ketenen van de ouderlijke supervisie. Die middag vertrok de jongste voor het eerst alleen in de auto, haar beteuterde zus achterlatend onder moeders vleugels. De jaloezie, vertelde mijn vriendin, was met geen pen te beschrijven. Kleutergedrag van vroeger viel erbij in het niet. Dat de een het de ander voortdurend inwreef maakte het alleen maar erger. Toen de ongelukkige zus na twee maanden alsnog haar rijbewijs haalde, was het kwaad al geschied. Zij zou deze emotionele achterstand nooit meer inhalen.

Dat blokje om van mijn dochter duurt wel erg lang, dacht ik na een uur. Al gauw sloeg mijn bezorgdheid om in grote onrust, neigend naar paniek. Natuurlijk kon ik haar niet bereiken. Kinderen, die je toch de hele dag met hun smartphone in de weer ziet, hebben namelijk de onhebbelijke gewoonte niet op te nemen als je ze belt.

Dochter kwam uren later thuis, parkeerde de auto en liep het huis binnen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ze kon nu toch gaan en staan waar ze wilde? En daarbij, ik hoefde haar niet meer te halen en te brengen. „Mam, geniet van je vrijheid.” Ik voelde me door mijn eigen kind uit de ouderlijke macht gezet.

De vrijheid om zelf te kunnen rijden vangt perfect het volwassen leven. Een vriend vertelt me over het gesprek met zijn zoon vlak voor zijn eerste solo-rit. Deze dialoog, die zo uit een toneelstuk van Beckett zou kunnen komen, vat alles samen wat er te zeggen is.

Zoon: „Pa, ik ga even weg.”

Vader: „Waar naartoe?”

Zoon: „Weg.”

Vader: „Wanneer kom je terug?”

Zoon: „Later.”

Reacties naar pdejong@ias.edu