Teruggrijpen op het verleden kan niet meer voor Oranje

Voetbalcrisis

De mislukte WK-kwalificatie eindigt deze dinsdagavond met het duel tegen Zweden. Oranje staat aan het einde van een tijdperk. Geen babyboomers meer als bondscoach, geen topspelers meer uit betere tijden. Na hen is het stil.

Bondscoach Dick Advocaat, maandag. Oranje moet met ten minste 7-1 winnen om uitzicht te houden op het WK. Foto Bas Czerwinski/ANP, Bewerking NRC

Met een hupje sprong Arjen Robben maandagmiddag na zijn plichtplegingen van het podium in de perszaal van de Amsterdam Arena. Met dat lichaam als een springveer, vol spieren en peesjes die zo jammerlijk vaak knapten of scheurden gedurende zijn loopbaan, haastte hij zich naar de kleedkamer. Op het trainingsveld had hij – nog eenmaal? – het hoogste woord bij het scherp zetten van ploeggenoten. Hij ontwijkt al ruim een week de hamvraag: stopt hij? Het ligt voor de hand. „Het zou ongepast zijn om daar nu iets over te zeggen”, zei de 33-jarige aanvoerder nog maar eens. „Het gaat niet om mij.”

Eerst maar eens Nederland-Zweden; 7-0 volstaat dinsdagavond in de Arena voor een plek in de WK-play-offs. De stille hoop was dat de strijd om plek twee in poule A deze dinsdagavond in een onderlinge strijd met Zweden zou worden beslist, maar het liep even anders. De Zweedse 8-0 afstraffing van Luxemburg zaterdag heeft de slotwedstrijd van de WK-campagne tot een formaliteit gemaakt. Een uitzwaaiwedstrijd dan maar voor Robben, waar tevens afscheid genomen kan worden van het Nederlands voetbal. Het is mooi geweest.

Geen waardige opvolgers

Een nieuw tijdperk? Klinkt verfrissend en aanlokkelijk – ware het niet dat er amper perspectief is. In de verste verte zijn geen waardige opvolgers te bespeuren voor Robben en zijn tijdgenoten, dat is het deprimerende aan de stand van dit voetballand. Gevolg: gemiddelde voetballers die met trainers als de eind maart ontslagen Danny Blind de kwalificatie voor het tweede eindtoernooi op rij verpestten. Weinig wijst op spoedig herstel.

Eén ding is helder: teruggrijpen op het verleden kan niet meer. Niet op Robben, Wesley Sneijder, Robin van Persie. Niet op Rafael van der Vaart – al veel langer geen international. Zelfs niet op mentaliteitsmensen als Dirk Kuijt en Nigel de Jong – een uitgestorven diersoort bij Oranje.

Er is ook, dezer dagen, de breuk met een andere generatie: de babyboomers die het Nederlands voetbal decennialang dirigeerden. De nieuwe bondscoach, wie het ook wordt, zal een nieuw gezicht zijn voor Oranje. Advocaat, die nog wel twee oefenwedstrijden zal doen in november, had 25 jaar geleden voor het eerst deze baan. De laatste elf bondscoaches heetten drie keer Dick Advocaat, twee keer Guus Hiddink en twee keer Louis van Gaal. Ook die mannen zijn uitgespeeld – als het om het trainerschap bij Oranje gaat. Maar ook hun opvolgers staan niet rijendik klaar.

En natuurlijk: de invloedrijkste voetbaldenker des vaderlands, Johan Cruijff, is niet meer. Zijn plek als richtinggevende roeper aan de zijlijn is niet opgeëist, niemand kan wat status betreft aan hem tippen. De één volgde hem blindelings, de ander vond hem een hinderlijke echo uit het verleden met een gevolg van non-valeurs. Hoe het ook zij: Cruijffs overlijden verklaart deels waarom er geen dominante visie is net nu het Nederlands voetbal harder dan ooit schreeuwt om antwoorden, om een koers.

Navelstaren

Met ‘Winnaars van Morgen’ trachtte de KNVB twee jaar geleden aan vele inzichten tegemoet te komen. Betere opleiding verdedigers, nadruk op ‘winning mindset’, hogere weerstand in jeugdvoetbal, meer balcontacten bij pupillen. Het resultaat is een goed gedocumenteerd maar weinig revolutionair compromisrapport. Een echte oplossing is er niet voor het opleiden van jonge profs in een tijd van marginalisering van de eredivisie.

Een oplossing is niet zomaar gevonden. Het Nederlandse voetballand is daarnaast ook te navelstaarderig voor vergezichten, voor werkelijke vernieuwing. Het bestaan is voor veel profclubs sappelen, waardoor beleidsbepalers amper voorbij de behoeften van hun eigen toko kijken. Clubs zijn conservatief, media cynisch en invloedrijk. Ieder dient zijn belangetjes. Voorbeeld: een kleinere eredivisie met play-offs om het kampioenschap, zoals in België, werd dit jaar afgeschoten. Vier keer Ajax-Feyenoord per jaar lijkt het proberen waard, maar zoiets haalt het niet omdat een kleinere clubs er om hun moverende redenen helemaal niets in zien. Het is vrijblijvend hopen op weer een toplichting.

De KNVB is, na een jaar van bestuurlijk vacuüm, door de clubs uitgerust met nieuwe topmannen. President-commissaris Jan Smit (ex-Heracles) en, per november, een directeur betaald voetbal Eric Gudde (nu nog Feyenoord) aangesteld. Voorgedragen en voortgekomen uit de clubs. Het is, als het iets is, in ieder geval een trendbreuk met de carrièreprofessionals uit eigen KNVB-boezem die de afgelopen jaren de bond leidden. „We gaan het nu anders doen dan voorheen”, zei Smit zondagochtend, na zijn eerste bezoekje in functie aan Oranje, op het vliegveld in Minsk. „Nu wel met draagvlak vanuit de clubs.”

Verwacht er maar niet te veel van.

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel werd ten onrechte gesteld dat 7-1 tegen Zweden ook voldoende was om de WK-playoffs te halen. Dat is niet juist. 7-0 of 8-1 waren minimaal noodzakelijk.