Column

Samenzwering van de stilte

Harvey Weinstein? Was hij niet de baas geweest van Miramax, lange tijd de productiemaatschappij van Woody Allen, die later zelf, net als Weinstein nu, beschuldigd zou worden van seksueel misbruik?

Ik greep naar een boek over Allen, Conversations with Woody Allen door Eric Lax. En jawel: Allen beschrijft daarin een conflict met Weinstein. Allen had altijd goede ervaringen met hem gehad, Weinstein hield van zijn films, maar bij Everyone Says I Love You kregen ze ruzie omdat Allen daarin iemand ‘motherfucker’ liet zeggen. Dat woord bracht de première van de film in de Radio City Music Hall in gevaar, volgens Weinstein. Allen hield voet bij stuk en Weinstein gaf toe. Dat was in 1997.

Twintig jaar later is Weinstein het middelpunt van een groot zedenschaal dat de Amerikaanse filmwereld als een meteoor treft. Het doet denken aan de schandalen rond de tv-presentator Jimmy Savile, de komiek Bill Cosby en de tv-journalist Bill O’Reilly, omdat die ook van hun faam en invloed gebruik maakten bij de keuze van hun slachtoffers.

Typerend was de overheersende gedachte bij de jonge actrice Ashley Judd toen zij door Weinstein werd lastig gevallen op zijn hotelkamer: „Hoe kom ik hier zo snel mogelijk vandaan zonder Harvey Weinstein van me te vervreemden?” Weinstein stelde actrices mooie filmrollen in het vooruitzicht en beloofde medewerkers in zijn bedrijf promotiekansen als ze hem seksuele gunsten verleenden. Zijn misbruik strekt zich uit over een periode van dertig jaar, waarin hij met acht vrouwen schikkingen trof die hem vrijwaarden van juridische vervolging.

In al die voornoemde gevallen valt de samenzwering van de stilte op, die ring van officieel zwijgen rond de dader, over wie weliswaar allerlei belastende geruchten de ronde doen, maar die niemand durft aan te pakken uit vrees voor represailles. Cosby en Weinstein profiteerden daarbij van het aureool van vrijzinnig vertegenwoordiger van het artistieke milieu.

Dat gold destijds ook voor filmregisseur Roman Polanski toen die verdacht werd van seksueel misbruik van een 13-jarig meisje. Saillant, achteraf, is het feit dat Weinstein bezwaar maakte tegen de mogelijke uitlevering door Zwitserland van Polanski aan Amerika.

De ‘liberal’ Weinstein had connecties in de hoogste politieke kringen, met name bij de Democraten – tot aan Hillary Clinton en Barack Obama toe. Hij was sponsor en fundraiser voor de Democraten, hielp een van Obama’s dochters aan een baantje, financierde feministische studies ter ere van Gloria Steinem en distribueerde een documentaire over seksueel misbruik op campussen. Op zijn loonlijst stonden tal van journalisten die hem adviseerden of teksten voor hem schreven.

Kortom, hij wist aan welke touwtjes hij moest trekken als hij in gevaar kwam. Advocaat Lisa Bloom leek ook zo’n touwtje. Zij had nota bene slachtoffers van onder anderen O’Reilly en Cosby bijgestaan, maar steunde nu tot verbijstering van veel feministen Weinstein. Misschien omdat hij haar had beloofd een boek van haar te verfilmen?

Bloom moet gemerkt hebben dat zij haar geloofwaardigheid dreigde te verspelen, want zij heeft zich inmiddels teruggetrokken als zijn adviseur.

Ik vermoed dat dit voor de filmproducer Weinstein The End wordt.