Column

Regeren is vooruitzien, maar wat levert het op?

Bent u er klaar voor? Nieuwe regering, nieuwe plannen, nieuw vertrouwen. Wat nieuw is krijgt de komende dagen aandacht. Wat al bestaat – en dat is de bulk van de overheidsuitgaven en -regelingen – is geen onderwerp. Maar… regeren is meer dan vooruitzien. Regeren is ook onderkennen wat je voorgangers, die ook graag regerenderwijs vooruit wilden zien, ervan gebakken hebben.

Laten we vlak vóór de regeringsverklaring een foto maken. Hoe is het, hoe was het, hoe wordt het? Onze fotograaf is demissionair minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA). Hij beantwoordde afgelopen week een paar honderd vragen uit de Tweede Kamer over de Miljoenennota 2018.

Foto 1. Wow, zo groot is de Rijksoverheid: bijna 110.000 voltijdbanen. De reikwijdte van zo’n immense werkgever moet enorm zijn, juist met zijn eigen gedrag en zijn bestedingen. In 2016 spendeerde het Rijk bijvoorbeeld 1,29 miljard euro aan de inhuur van adviseurs en personeel. De grootste kostenposten: 427 miljoen euro voor automatiseringsadvies en 754 miljoen euro voor uitzendkrachten.

Het zou me niks verbazen als het Rijk in deze sectoren de allergrootste klant is, die de voorwaarden van de leveranciers verregaand kan beïnvloeden. Wat doen de nieuwe ministers? Beknibbelen op tarieven? Botte bijl erin? Stoppen met dat uitbesteden en meer ‘inbesteden’: meer ICT-kennis in eigen huis halen? Meer mensen zelf in dienst nemen?

Nederland heeft sinds 1960 voor 300 miljard euro aan aardgasbaten uitgegeven. En nu?

Foto 2. Wie spaart, heeft wat. Een klassieke Nederlandse deugd, zegt men, maar niet voor de meeste kabinetten van de laatste vijftig jaar. De Noren hebben in de vorige eeuw de opbrengst van hun olie in een beleggingsfonds gestopt. Daar zit inmiddels 1.000 miljard dollar (852 miljard euro) in. Wat deed Nederland met zijn gasbaten?

Tussen 1960 en 2017 bedroegen de aardgasbaten ongeveer 300 miljard euro, blijkt uit Dijsselbloems antwoorden in de Kamer. Hij laat zich niet verleiden tot een debat over de vraag hoeveel Nederland had kúnnen hebben, als eerdere kabinetten niet voor uitgeven hadden gekozen, maar voor beleggen. In plaats daarvan schuift hij ons zogeheten Toekomstfonds naar voren. Dat Toekomstfonds (een D66-idee) steekt geld in onderzoek en risicokapitaal voor bedrijven. Het fonds zelf wordt gevuld met „mogelijke meevallers in de gasbaten” ten opzichte van een prognose uit 2015. Gezien de lage gasprijs én de serieuze reductie van de aardgasexploitatie ziet u ’m misschien wel aankomen… er is weinig kans op extra aardgasbaten voor dat fonds. En overigens: het startkapitaal in 2015 was maar 200 miljoen euro. Conclusie: de toekomst kwam er bij eerdere kabinetten bekaaid af.

Foto 3. Nu we het toch over de toekomst hebben, let dan nog eens op die aardgasbaten. In 2018 rekent de Miljoenennota op aardgasbaten van 1,95 miljard euro plus 150 miljoen euro winstbelasting van de gasbedrijven.

De aardgasbaten evenaren al bijna de opbrengsten uit de erf- en schenkbelasting. Dat is, cru gezegd, het bedrag dat fiscus verdient aan erfenissen. Je kunt dat ook lezen als een opbrengst van de vergrijzing en de gestegen én verder stijgende particuliere vermogens, zoals eigen woningen. De Miljoenennota raamt de inkomsten uit de erf- en schenkbelasting voor 2018 op 1,93 miljard euro. Gasbaten wáren de toekomst van Nederland, we leven nu in vergrijzende tijden.

Decennia maakten ambtenaren en economen zich druk over de dag dat de aardgasbaten zouden opdrogen. Dat haast gratis geld was een pijler onder de rijksuitgaven en de verzorgingsstaat. Kolossale bezuinigingen zouden dan dreigen. Nu is het bijna zover en… de wereld draait gewoon door.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie