Cultuur

Interview

Interview

Het stadhuis van Arnhem.Foto Lex van Lieshout / ANP

Politiek straatvechten? Arnhem is niet de enige

Lokale politiek

In Arnhem heerst een verziekte bestuurscultuur. „Als er sprake is van dedain en belediging, dan wordt een grens overschreden”, zegt onderzoeker Frissen.

Belediging, intimidatie, twee coalitiepartijen met elk een dominante wethouder, een gemeenteraad zonder eigen identiteit en een genegeerde burgemeester. Dat trof de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Arnhem aan.

Toen daar in juni voor de tweede keer in twee jaar de coalitie knapte en in één periode vier wethouders vertrokken, wilde de gemeenteraad weten wat er mis was. Hoe kon het dat in Arnhem „geen sprake [was] van een stabiel stadsbestuur”, vroeg de raad in een motie die door alle politieke partijen werd aangenomen.

Paul Frissen, bestuursvoorzitter van de NSOB, leidde het onderzoek. Hij zag dat er niet één bestuur is in Arnhem, maar drie gremia (college, coalitie en oppositie) die niet samenwerken. Bovendien is sprake van een „straatvechterscultuur” en „mannetjesputtersgedrag” dat „voor de politieke institutie als geheel schadelijk is en in de persoonlijke verhoudingen onaanvaardbaar bruuskerend”. Frissen noemt het „een onbedoeld negatief effect van de dualisering van de gemeenteraad”. En nee, Arnhem is geen uitzondering. „Arnhem is buitengewoon gewoon.”

Het doel van dualisering – waarbij sinds 2002 taken en rol van de raad en van het college van B en W, net als bij Tweede Kamer en kabinet, zijn gescheiden – was het politieker maken van de lokale politiek. Dat heeft er in sommige gemeenten toe geleid dat de agenderende en volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraad is verzwakt, terwijl de controlerende rol is verscherpt, ziet Frissen.

„Politiek draait altijd om strijd en om conflict; het gaat immers over zaken waar partijen het niet eens zijn. Ook in de Tweede Kamer wordt op het scherp van de snede gedebatteerd. Maar als omgangsvormen ontstaan die zich kenmerken door dedain en belediging – al is het in de perceptie – dan wordt een grens overschreden.”

Frissen zegt: „Als de politiek verwacht dat burgers zich netjes gedragen, dan moeten ze die normen zelf ook in acht nemen. Noblesse oblige.”

Ook niet exclusief voor Arnhem is de ‘projectenpolitiek’ die er wordt gevoerd. Daarbij beschouwen wethouders hun stad als project en het coalitieakkoord uit een serie plannen die moeten worden uitgevoerd. „Ideologie verdwijnt naar de achtergrond”, aldus Frissen. „Voor wethouders die willen aanpakken, is dat een feest. De negatieve kant is dat een bestuurder het gesprek niet meer wil voeren.” Bij bijvoorbeeld de bouw van een theater wordt dan niet over het belang van cultuur gediscussieerd, maar of het binnen de (financiële) agenda past. In Arnhem, zo concludeert de NSOB, wordt ambtelijk advies „gewaardeerd zolang het maar past bij de besluiten in het college”.

Frissen zegt: „Het is legitieme politiek om te zeggen: ‘wij zijn de komende vier jaar de baas’. Alleen kan dat ontaarden in een dictatuur van de meerderheid terwijl de Nederlandse politiek juist draait om het sluiten van compromissen en rekening houden met minderheden.”

Het bestuur van Arnhem „kan zich herpakken”, meent Frissen. Er is een nieuwe burgemeester, met krediet. En de raadsverkiezingen in maart kunnen een nieuw begin betekenen.