Column

Nick Cave

Nick Cave and the Bad Seeds deden de Ziggo Dome in Amsterdam. Op de dag van het concert belde de vrouw met wie ik in een ander leven samenwoonde in een kamer van twintig vierkante meter in het centrum van Nijmegen. Met haar twee katten, waarvan de oudste een darmprobleem had. Ik kon me weinig activiteit herinneren, behalve dat we zo vaak naar de cd The Good Son luisterden, dat ik me met terugwerkende kracht kan voorstellen waarom de andere bewoners van dat pand er gek van werden.

Ze had kaarten.

„We gaan”, zei ze beslist, alsof het weer 1990 was en we ieder moment naar kelder café Gonzo konden vertrekken. Volgens mij smeerden we toen zeep in onze haren.

Ze kwam in haar Volkswagen.

Ik had om in de sfeer te blijven maar iets met veel groenten gekookt, de maaltijden hingen toen van preitaarten en bietenschotels aan elkaar. De Vriendin parkeerde de jongste op haar schoot, een gesprek voeren ging niet met twee kleine kinderen erbij. Op de fiets van mijn huis naar de Ziggo Dome. Mijn idee: ik zei dat dat het meest praktisch was.

Het regende, ik kreeg een klapband. Dat was dan nog wel steeds hetzelfde, merkte ze iets te terloops op, dat al mijn goede ideeën altijd eindigden in chaos. Ze had zich vooraf veel van de avond voorgesteld, maar niet dat we ergens tussen de weilanden bij Duivendrecht in de stromende regen met een kapotte fiets zouden staan.

Bij de ingang vonden ze haar handtas te groot, toen de woede daarover gezakt was vonden we onszelf terug op de eerste ring, tussen zeventienduizend andere ANWB-leden op stoeltjes met kussentjes. We moesten alle twee een bril op omdat we het podium anders niet konden zien.

Eigenlijk was alleen Nick Cave niet ouder geworden.

Zij moest vier keer naar de wc.

Bier kostte anderhalf muntje.

Tijdens de laatste nummers werd het podium ingenomen door oudere jongeren, die hun leeftijd van zich af probeerden te dansen. Na afloop tussen mensen die het net als wij intens en schitterend hadden gevonden. Bijna iedereen was gestopt met roken.

De volgende dag meldde ze dat pas ze om twee uur ’s nachts haar auto in de vinexwijk parkeerde, vroeger begon het toen. Ze was geen muziek meer gaan luisteren, uit respect voor man en kinderen.

Het was fijn dat we gegaan waren, vooral omdat we anders spijt hadden gehad.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.