Recensie

Moeder blijft uit beeld bij El-Fassi

Theater

Na het eerdere ‘Mijn vader, de expat’ eert El-Fassi zijn moeder. Dat gebeurt in een tweeluik dat inhoudelijk sterk is, maar als theatervoorstelling zwak.

Laisa Maria

‘Moeder: dat is een mooie werktitel”, zegt actrice Stephanie Emanuelson in Toen ma naar Mars vertrok. Moeder en werk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in dit eerbetoon van regisseur Abdelkarim El-Fassi aan zijn moeder, die decennia terug uit Marokko naar Nederland vertrok. Nederland was als de verre planeet Mars.

Na het eerdere Mijn vader, de expat eert El-Fassi zijn moeder. Dat gebeurt in een tweeluik dat inhoudelijk sterk is, maar als theatervoorstelling zwak. In het eerste deel vertelt een aantal spelers over hun moeder. Ze doen dat zonder opsmuk of theatrale inzet, eerder monotoon en vlak.

De verhalen overlappen elkaar. Er liggen op eten koken en het verlangen naar Marokko. Maar de moeders willen Nederland niet verlaten, want hun kinderen zijn hier geboren. Dit pijnlijke dilemma komt sterker tot uiting in de film uit het tweede deel.

El-Fassi’s moeder komt nauwelijks in beeld, vader wel. We volgen hem op zijn reis naar hun dochter in Hongkong, een vrouw van de wereld. Ondertussen verschanst moeder zich thuis in een nieuwbouwwijk in Zeeland. Dat levert filmbeelden op die een grote eenzaamheid uitstralen, zoals ze daar loopt in haar grijze kledij over polderwegen.

Feitelijk is zij de grote afwezige van de voorstelling. Ze bestaat uit de woorden van de anderen. Haar onbereikbaarheid en bewust introvert gehouden levensstijl zorgen voor al te humoristische situaties. Het doet haar innerlijke tragiek tekort.