Recensie

‘La Clemenza di Tito’ vliegt voorbij

Opera Het Orkest van de Achttiende Eeuw reist rond met Mozarts weinig geliefde ‘La Clemenza di Tito’. De productie excelleert vooral in de bijdragen van uitstekende jonge zangers.

Het theatrale aspect van deze La Clemenza is beperkt: personages dragen gewone concertkleding met daarop kleurrijke togalappen. Foto Hans Hijmering

Na eerdere succestournees met geliefde Mozarts opera’s als Le Nozze di Figaro, Così fan tutte en Die Entführung aus dem Serail toert het Orkest van de Achttiende Eeuw deze maand rond met La Clemenza di Tito (1791).

Deze laatsteling van Mozart is vaak verguisd: haastwerk, kwezelig libretto met vette politieke agenda, te lange dialogen van (waarschijnlijk) Mozarts leerling Süssmayr. Maar de laatste jaren kantelt het beeld, en dit seizoen bekroont die omslag: behalve het Orkest van de Achttiende Eeuw stoffen dit voorjaar ook De Nationale Opera én de Vlaamse Opera La Clemenza af.

Orkest als vriendenclub

Kijken en luisteren naar het Orkest van de Achttiende Eeuw blijft ook na het verscheiden van nestor Frans Brüggen in 2014 een feest apart. Geen ander orkest is zo oud; de meeste musici zijn ver in de zestig, sommigen zelfs al een stuk in de zeventig. Anno 2017 ook opvallend: vrouwen zijn schaars. Maar de voornaamste constatering is dat er geen ander orkest is waarin musici zo vaak blij naar elkaar knikken of glimlachen. Daarom is dit orkest (van meet af aan projectmatig van opzet) ook zonder vader Brüggen blijven bestaan, snap je dan. Natuurlijk: dat opheffing de kapitaalsvernietiging van een uitstekende klankcultuur zou behelzen, was doorslaggevend. Maar daaronder voel je het andere motief, dat de muzikale kwaliteit overigens direct versterkt: dat dit orkest óók een vriendenclub is – met een gedeelde passie voor muziek (en directeur Sieuwert Verster) als motor.

Dirigent Kenneth Montgomery werkte al vaak met het orkest en zorgt ook in deze Clemenza voor de nodige vaart, drama, controle en een enkele gedurfde tempowisseling. De recitatieven leidt hij zelf vanachter het klavecimbel, en dat werkt. De moraal van het verhaal – barmhartige keizer ondervindt hoogverraad maar blijft tóch warm- en barmhartig – mag voorspelbaar zijn, de dialogen zijn dat in de psychologisch tekening van de kleurrijke personages níet. En door het hoge muzikale tempo – lekker fel en snel - en het sterke acteerwerk van de jonge zangers vliegen de drie uren voorbij.

Togalappen

Het theatrale aspect van deze Clemenza is beperkt: er wordt geacteerd, het goede maar wat krap bezette koor (Cappella Amsterdam) wervelt door de ruimte, personages dragen gewone concertkleding met daarop kleurrijke togalappen – voor de Romeinse couleur locale. Soberheid troef, maar daardoor kan ook alle aandacht naar de zangers uitgaan en die zijn allen uitstekend.

Opera’s door het Orkest van de Achttiende Eeuw waren steeds dé plek om jonge Nederlandse zangers te (her)ontdekken. Hier blijkt dat uit sterke rollen van onder andere Henk Neven en Laetitia Gerards (Servilia). Van sopraan Deirdre Angenent kon je je afvragen of haar krachtige geluid met altig-aardse laagte in Mozart wel het allerbeste thuis is, al is ze in charisma wel een ideale Vitellia. Zeer aansprekend is mezzosopraan Rosanne van Sandwijk (Annio): door subtiel fraseren kruipt ze onder je huid in een aria als Tu fosti traditor. De romige en strakke mezzo Paula Murrihy is als ideale Sesto een ontdekking, excellerend in fraaie, de statuur van deze opera onderstrepende aria’s als ‘Parto ma tu ben mio’ en ‘Deh per questo istante’. Allen cirkelen ze rond de natuurlijke Tito van Anders Dahlin: net zo mild van timbre als van daden.