Israël verhoogt druk op kritische kunstenaars

De Israëlische Ministers van Cultuur en Financiën nemen maatregelen tegen kritische en Arabisch-Israëlische kunstenaars. Dat leidt tot protesten.

Arabisch-Isreälische dichteres Dareen Tatour: huisarrest sinds 2015 na ‘opruiend gedicht’ videostill AJ+

De vrijheid van meningsuiting in Israel is serieus in het geding, om te beginnen voor Arabisch-Israëlische kunstenaars die zich zoals hij identificeren als Palestijns.

Dat zegt de Israëlische acteur Morad Hassan, na een kort optreden vorige week tijdens een manifestatie voor de vrijheid van meningsuiting in Jaffa, waarin hij op kluchtige wijze de Israëlische minister van Cultuur Miri Regev belachelijk maakte. Natuurlijk maakt het je als kunstenaar scherp, zegt Hassan: „Ik heb er plezier in de grenzen op te zoeken en wegen te vinden om me te uiten op een manier die de wet omzeilt.”
Maar hij is serieus over zijn protest tegen het monddood maken van de kunstenaars in Israël.
De rechts-populistische Regev heeft sinds haar aantreden fel de aanval geopend op alle kunst die in haar ogen de staat slecht gezind is.

Regev trok onder meer van leer tegen theatergroepen die weigeren te spelen in theaters in de Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied. Ook bekritiseerde ze Israëlische films zoals Foxtrot, dat onlangs op het filmfestival in Venetië de grote juryprijs won. „Genoeg is genoeg”, zei Regev onlangs over kunstuitingen met de Israëlische bezetting van Palestijns gebied als onderwerp.

Subsidie intrekking dreigt

Tot dusver bleven Regevs aanvallen beperkt tot woorden: haar ministerie heeft, tot haar ongenoegen, geen beslissingsbevoegdheid inzake subsidies. Maar het Arabisch-Joodse theater in Jaffa dat het evenement voor de vrijheid van meningsuiting organiseerde dreigt nu subsidie te verliezen.

Het theater kreeg vorige maand van het Israëlische ministerie van Financiën te horen dat het onderwerp is van onderzoek in het kader van de ‘Nakba-wet.’

De Nakba-wet maakt het mogelijk de financiëring stop te zetten van instanties die het ‘bestaan van de Joodse en democratische staat verwerpen’, symbolen van de staat onteren, aanzetten tot terreur en geweld of ‘de Israëlische onafhankelijkheid herdenken als dag van rouw’.

Minister van Cultuur Regev over de Nakba-herdenking.

Veel Arabieren kennen de onafhankelijkheid van de Joodse staat als de ‘Nakba’, de Palestijnse ‘catastrofe’ waarnaar de wet is gaan heten in het populaire spraakgebruik. De wet maakt het volgens acteur Hassan onmogelijk om vrijuit te spreken over een onderwerp dat voor Palestijnen onderdeel is van het collectieve geheugen.

De omstreden wet is al in 2011 aangenomen, maar het theater in Jaffa is de eerste instantie die zich daadwerkelijk bij het ministerie van Financiën moet verantwoorden vanwege subversieve inhoud. „We zouden terreur steunen en hebben aangezet tot geweld”, zegt Igal Ezraty, directeur van het theater.

Het theater in Jaffa hield eind deze zomer een solidariteitsavond voor de Arabisch-Israëlische dichteres Dareen Tatour, die sinds 2015 in huisarrest zit vanwege ‘opruiende’ gedichten. Dat deze gedichten die avond in het theater te horen waren was voor het ministerie van Financiën aanleiding de procedure tegen het theater door te zetten.

Arabisch-Israëlische dichteres Dareen Tatour over haar huisarrest.

Absurd, volgens Ezraty: „Twee acteurs lazen die avond voor uit de protocollen van een deskundigenverhoor in de zaak tegen Tatour. De passages uit de gedichten staan in die protocollen. Dat zijn officiële en openbare documenten, het lijkt me erg vreemd dat we die niet zouden mogen voorlezen.”

De sfeer van intimidatie en bedreiging heeft effect, zegt Ezraty, die het voorbeeld geeft van het alternatieve theaterfestival dat deze week in Akko gehouden wordt. Het festival stond bekend als vrijzinnig, maar dit jaar weigerde het een voorstelling van een Israëlische theatermaakster die de behandeling van Palestijnse gevangenen als onderwerp heeft.

Deze weigering leidde ertoe dat andere theatergroepen hun medewerking aan het festival introkken waarna ook de directie opstapte. Dit vacuüm werd gevuld door een nieuwe directeur die zich uitspreekt voor cultuurminister Regev en ruimte geeft aan voorstellingen uit de nederzettingen.

Het Arabisch-Joods theater gaf na de weigering ook ruimte aan de voorstelling over de Palestijnse gevangenen, en ook daarvoor moet het theater zich nu verantwoorden bij het ministerie van Financiën. Directeur Ezraty zegt dat niemand de dreigementen van mensen als Regev misverstaat.

Ezraty: „Iedereen is bang, merk ik als ik met mensen uit de theaterwereld spreek. Niemand wil in de problemen komen, dus bewust en onbewust leidt dit tot de keuze om politieke of provocerende inhoud te mijden.”