Hoelang leeft het nieuwe kabinet?

Regeerakkoord

Gedetailleerde afspraken tussen coalitiepartijen zeggen weinig over de stabiliteit van een nieuw te vormen kabinet.

Mark Rutte komt aan op het Binnenhof. Foto Jerry Lampen/ANP

Wat stelt het nu helemaal voor, zo’n regeerakkoord waarover uitentreuren is onderhandeld? Het was Dries van Agt (CDA) die op zijn kenmerkende wijze de relativering aanbracht. In 1998 zei de oud-premier tegenover de Volkskrant over het regeerakkoord: „Het past bij ons volkskarakter: zonder aanbidding van de Schrift gaat het kennelijk niet. Er moet geploeterd, gezwoegd en geweend worden. Dat gebeurt alleen boven de grote stromen in ons land, dit is puur Calvijn. Terwijl zo’n document na een halfjaar is belegen, vergeeld en verdampt.”

Van Agt kwam met zijn verzuchting nadat PvdA, VVD en D66 in totaal 89 dagen hadden onderhandeld over voortzetting van hun succesvolle Paarse kabinet. De verlenging van hun huwelijk leverde een contract op van niet minder dan negentig pagina’s exclusief 20 pagina’s bijlagen. Weinig bleef onbenoemd in het stuk. Het was toen vooral VVD-fractievoorzitter Frits Bolkestein die na zijn ervaringen met het eerste Paarse kabinet onder leiding van Wim Kok (PvdA) van alles vastgelegd wilde zien. Daarmee bewees hij de stelling van oud-premier Ruud Lubbers (CDA), die in de jaren tachtig regeerakkoorden betitelde als een product van „gestold wantrouwen”.

Niet meer dan enkele bladzijden met globale afspraken telden regeerakkoorden in een ver verleden. Het kabinet-Marijnen, dat in 1963 aantrad, was de eerste ploeg die ging regeren op basis van een akkoord met gedetailleerde afspraken tussen de coalitiepartijen. Voor die tijd was de band tussen Tweede Kamerfracties en regering veel losser, evenals in de jaren na het kabinet-Marijnen. „De verdere uitwerking van het regeerakkoord wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet”, schreef de nieuwe premier Barend Biesheuvel in 1971. Zijn kabinet zat overigens nauwelijks een jaar.

De echt gedetailleerde regeerakkoorden waaraan de ondersteunende fracties zich strikt dienden te houden kwamen in de jaren tachtig met de zogeheten no-nonsense-kabinetten Lubbers. De disciplinerende werking die van de akkoorden uitging, werkte: Lubbers’ eerste kabinet zat de rit uit, zijn tweede kabinet strandde een half jaar voor het officiële einde.

De plannen van Rutte III zien er goed uit voor iedereen. Maar hoe de rekening precies uitpakt, weten we nog niet.

Maar dat er een causaal verband bestaat tussen de gedetailleerdheid van een regeerakkoord en de zittingsduur van een kabinet is niet zo, zegt de aan de Universiteit Leiden verbonden hoogleraar public affairs Arco Timmermans. Het zou net zo goed andersom kunnen zijn. „Hoe meer je opschrijft, hoe kwetsbaarder je wordt als afgesproken punten niet gerealiseerd worden. Dat is de ironie van een lang regeerakkoord”, zegt hij.

Timmermans was begin dit jaar betrokken bij een advies van de Raad voor het openbaar bestuur waarin juist werd gepleit voor een regeerakkoord op hoofdlijnen met strategische prioriteiten. Op basis hiervan zou een nieuw kabinet de dialoog met de samenleving kunnen aangaan.

Het tegenovergestelde is de afgelopen maanden gebeurd. Er is een regeerakkoord gekomen als „een soort bezweringsformule”, stelt Timmermans vast. Met alle gevaren van dien, meent hij: „Hoe krampachtiger, hoe sneller men de kluts kwijtraakt.”