Opinie

Griet Op de Beeck had het niet goed kunnen doen

Verdringing speelt een grote rol bij incestslachtoffers. Maar wie schrijft, wordt er vroeg of laat mee geconfronteerd, aldus .

„Ik wilde zelfs de trilogie schrijven en dan maar een smoes verzinnen”, zei Griet Op de Beeck in NRC (30/9) over haar besluit uiteindelijk alles op tafel te gooien over een jeugd getekend door incest. „Die schaamte wil ik niet meer torsen.” Zij deed dat op 25 september in DWDD: „Een heel diepe schuld en schaamte die, hoe pervers ook, altijd bij het slachtoffer ligt. Bij vroegkinderlijk misbruik, bij mij van mijn vijfde tot mijn negende, zijn je hersenen niet genoeg ontwikkeld om talig op te slaan wat er precies gebeurt.” Zij spreekt van vele „secundaire bewijzen” die tijdens therapie naar boven kwamen.

Van alle vormen van misbruik is incest het grootste taboe. Ontkenning en verdringing spelen een overweldigende rol, en het slachtoffer tast in een duistere wereld waar nauwelijks grip op te krijgen is die tegelijk van levensgrote invloed is. Wie dan gaat schrijven, wordt er constant mee geconfronteerd. Wie dan ook nog publiceert, confronteert zichzelf en de lezer met een ongebreidelde onbehaaglijkheid – onder de oppervlakte dwaalt immer het blinde monster dat er altijd in zal slagen boven water te komen.

Na haar ‘coming-out’ kreeg Op de Beeck, onder aanvoering van Max Pam, een journalistieke hetze over zich heen. Pam: „Ze is ervan overtuigd dat haar vader haar heeft misbruikt, maar heeft geen concrete herinnering. [Zo’n therapie] is een volkomen onbetrouwbare methode. Er zijn al heel wat ongelukken mee gebeurd en destijds is zelfs door de Gezondheidsraad de Werkgroep Fictieve Herinneringen opgericht” (de Volkskrant, 27/9).

Ik moest denken aan een andere schrijfster die voor hetzelfde dilemma stond. Lulu Wang debuteerde in 1997 met Het lelietheater (bij Vassallucci, waar ik redacteur was). In de proloog „speelt” de protagoniste met de knuffelbeesten die haar vader haar aanreikt – de grote afwezige in de rest van de roman. De knuffels zijn stuk voor stuk blind, het kind heeft ze de ogen uitgerukt. De blinde speeltjes duiken verder nog sporadisch op. Het niet willen voelen en zien is de enige keuze die het misbruikte kind rest, en het leert zich op zeer jonge leeftijd de techniek aan van de volmaakte gespletenheid.

Lees ook het interview dat NRC met Op de Beeck had: Hard bewijs ontbreekt en dat knaagt nog, ook bij Griet Op de Beeck zelf.

Ook Wang schreef nog een novelle, Het Witte Feest, doordrenkt van incest, tot ze in hetzelfde jaar nog met haar eigen ‘literaire coming-out’ kwam: de roman Het tedere kind. Daarmee stond ze voor hetzelfde dilemma als Op de Beeck.

Wangs uiteindelijke besluit staat haaks op wat Op de Beeck deed – zij „verzon een smoes”: tegenover de pers verklaarde zij dat Het tedere kind niet autobiografisch was en dat de roman gebaseerd was op interviews met slachtoffers van incest.

En wat gebeurde? Ook zij kreeg een hetze. Met name dankzij Elsbeth Etty (NRC): „Lees dit boek niet.” En Annemiek Neefjes (VN): „Het domme leed.” Antoine Verbij nam het in De Groene als een van de weinigen voor Wang op. Een opmerkelijk spiegelbeeldig effect: Op de Beeck, die publiekelijk haar kaarten op tafel legt, wordt hierom vooral aangevallen door mannen, terwijl Wang, die eromheen draaide, vooral te maken kreeg met vrouwelijke hatelijkheid…

Lees ook onze recensie van het boek van Op de Beeck: Nieuwe roman Griet Op de Beeck biedt valse troost.

●●●●●