Column

Europees asielsysteem produceert verliezers

We moeten af van het taboe op arbeidsmigratie, betoogde ik in mijn vorige column. Dat is echter alleen haalbaar als we tegelijkertijd bereid zijn tot hervorming van het asielbeleid, het communicerend vat van de migratie.

Uit het maatschappelijke debat kennen we vooral de tekortkomingen van dit systeem voor onze eigen samenleving: de slecht functionerende asielbureaucratie, de kosten van opvang, de gebrekkige integratie van asielzoekers.

De Britse academici Alexander Betts en Paul Collier publiceerden eerder dit jaar de studie Refuge: Transforming a broken refugee system. Daarin laten ze zien waar het westerse asielsysteem tekortschiet voor de vluchtelingen. Wat bedoeld was als gebaar van internationale solidariteit is verworden tot een loterij waarbij hooguit een paar procent van de zestig miljoen vluchtelingen wereldwijd een kans krijgt op een bestaan in het Westen.

Aan het eind van de asielregenboog wacht de winnaars overigens geen pot goud maar een langdurig verblijf in opvangcentra, meestal gevolgd door een bestaan in de maatschappelijke marge. Het lot van de winnaars is wel nadrukkelijk beter dan dat van de verliezers. In opvangkampen in de eigen regio ontbreken doorgaans zelfs basale zaken als stromend water en riolering.

Tijd voor beleid dat niet alleen mooie beloften doet, maar ook werkt, dáár en hier

Het systeem in huidige vorm produceert zo uitsluitend verliezers, ondanks de westerse goede bedoelingen en bijkomende miljardenbestedingen. Tijd voor een radicaal andere aanpak. Betts en Collier stellen voor om serieus te kijken naar de scheefgroei bij hulpgelden. Voor elke 125 euro die we besteden aan opvang van vluchtelingen in Europa, wordt maar één euro besteed aan opvang van vluchtelingen in de regio. Is het niet verstandiger om die verhouding bij te stellen? Dit gaat dan inderdaad ten koste van opvang in het Westen. Maar als de 60 miljoen vluchtelingen gezamenlijk er beter van worden, is dat dan niet per saldo rechtvaardiger?

In een erg lezenswaardig essay over de toekomst van het vluchtelingenbeleid gaf Femke Halsema in NRC een voorbeeld van een aanpak die is gestoeld op de aanbevelingen van Betts en Collier. Een vluchtelingenkamp bij de Jordaanse stad Zaatari is omgevormd tot een soort economische vrijplaats waar (meest Syrische) vluchtelingen een nieuw bestaan kunnen opbouwen. Met steun van westerse hulporganisaties en – belangrijk detail – met goedkeuring van de Jordaanse overheid. Het doel is het kamp om te vormen van tijdelijke verblijfplaats voor vluchtelingen tot definitieve vestigingsplek voor migranten.

Lees hier het essay van Halsema: Wat als vluchtelingen er voortaan weer bij horen?

Halsema noemt haar schets utopisch, maar zegt ook dat die term vooral relatief is. De situatie is nog altijd niet ideaal. In vergelijking met opvangkampen elders hebben vluchtelingen er wel meer perspectief. Er wordt gewerkt, gehandeld en gestudeerd, en vooral ook gebouwd aan een betere toekomst.

Als het aan Europese regeringsleiders ligt, zal opvang van vluchtelingen in toenemende mate in de regio van herkomst plaatsvinden. Makkelijk zal het niet gaan. Veel landen waar de regionale opvang moet plaatsvinden zien vooralsnog niets in langdurige opvang. En niet alle vluchtelingen zullen even enthousiast zijn over langduriger verblijf in eigen regio. Maar waar een wil is wordt in de Europese politiek doorgaans wel een weg gevonden.

Als het goed gaat, zou deze oplossing de situatie radicaal kunnen verbeteren. Niet alleen voor ons hier, maar vooral ook voor de vluchtelingen daar. Zo zouden we kunnen komen tot een beleid dat niet alleen goed belooft, maar ook daadwerkelijk werkt. Dat laatste lijkt me het enige relevante criterium voor een humane vluchtelingenpolitiek.

Joshua Livestro is hoofdredacteur van opiniesite Jalta.nl. Hij studeerde politicologie en filosofie.