Epke aan één arm naar WK-zilver

WK turnen

Helemaal de weg kwijt zijn en toch een zilveren medaille winnen op de WK. Het overkwam turner Epke Zonderland zondag in Montréal. “Ik heb de oefening op de automatische piloot afgerond.”

Epke Zonderland in actie tijdens de toestelfinale van de rekstok op de wereldkampioenschappen turnen in Montreal, Canada. Foto ANP

Helemaal de weg kwijt zijn en toch een zilveren medaille winnen op de WK. Het overkwam zondag in Montréal turner Epke Zonderland, die in de toestelfinale aan rek bij het vluchtelement kovács met zijn linkerhand tegen de rekstok stootte en gedwongen werd aan één arm een reuzenzwaai te maken, gelijk een aap die van boom naar boom slingert. Een even koddig als ongewoon beeld, maar tot zijn opluchting duikelde hij door die fout niet van het podium.

Normaliter is de Friese turner de rust zelve, maar na zijn misgreep was hij het spoor bijster, zei hij. Dusdanig dat hij zich na afloop zelfs niet kon herinneren de kolman , zijn vierde vluchtelement, te hebben uitgevoerd. Heel ongewoon voor Zonderland, als turner een geprogrammeerd mens. „Ik heb de oefening op de automatische piloot afgerond”, klonk na afloop de verbazing door in zijn stem.

Beelden van Zonderlands bijna-val

Zijn angst onmiddellijk na zijn oefening was of de eenarmige kovács wel door de jury geteld zou worden, want Zonderland had „geen idee of het reglementair is”. Gelukkig voor hem gingen er geen extra punten verloren en bleef de schade beperkt tot een paar tienden aftrek voor een slordige uitvoering.

Wereldtitel

De jurywaardering van 14.233 punten leek even goed voor de wereldtitel. Zeker nadat eerste de Cubaan Randy Leru bij zijn afsprong op zijn achterwerk was gevallen en nadien de Japanner Hidetake Miyachi, een nieuwe rekspecialist met een concurrerend oefening, zich vergreep bij het vluchtelement bretschneider en tegen de mat kwakte. Uiteindelijk turnde alleen de Kroaat Tin Srbic iets beter, vooral dankzij de netheid van zijn oefening. Met een score van 14.433 punten pakte de WK-debutant verrassend de wereldtitel.

Het podium werd gecompleteerd door Bart Deurloo, die in zijn eerste WK-finale brons won (14.200 punten) en daar zeer mee in zijn sas is. Hij was maar matig tevreden over de naar zijn zeggen slordig uitgevoerde oefening. Deurloo: „Maar ik ben blij dat ik heb laten zien dat ik in staat ben op WK-niveau een medaille te winnen. Het was zeker niet mijn beste oefening, dus zit er meer in. Op naar de toekomst.”

Waar Deurloo zijn plezier niet op kon vanwege zijn derde plaats, voelde het zilver voor Zonderland als een terugkeer op het internationale podium. Zijn laatste prijs voor ‘Montreal’ stamt uit 2014 toen hij in het Chinese Nanning wereldkampioen werd.

Vier vluchtelementen

Aanvankelijk wilde Zonderland in Montréal vijf vluchtelementen uitvoeren, wat hem een bonus van 0.6 punt zou hebben opgeleverd, maar doordat hij niet goed uitkwam met de kovács liet hij dat achterwege en beperkte de rekspecialist zich tot vier elementen. Hij liet de risicovolle gaylord 2 achterwege.

Vier vluchtelementen in één rekoefening, het duizelde de 10.000 enthousiaste toeschouwers in de uitverkochte olympische hal van Montréal, ondanks de foutjes, voor de ogen. Zonderland, bij de presentatie van de acht finalisten het luidst toegejuicht, heeft naam gemaakt met de triple waarmee hij in 2012 op de Spelen in Londen olympisch kampioen werd, een serie die nooit navolging heeft gekregen.

Na twee jaar fysieke malheur, van een hersenschudding tot een operatie aan de sinussen, gevolgd door de sportieve deceptie van een val op de Spelen in Rio de Janeiro, keerde zijn zelfvertrouwen in aanloop naar de WK in Montréal langzaam maar zeker terug. Zonderland had een vergelijkbare voorbereiding met die in aanloop naar de WK in Nanning, waar de turner naar zijn zeggen de beste wedstrijd ooit heeft geturnd.

De vele tegenslagen in de laatste drie jaar hebben de 31-jarige Zonderland voorzichtiger gemaakt. Hij concludeerde, mede door het klimmen der jaren, dat hij zijn trainingen minder zwaar moest belasten. Coach Daniel Knibbeler programmeerde rustmomenten van wel een week, voorheen ondenkbaar. Zonderland reageerde goed op die veranderde aanpak.

De heilzame uitwerking was dat hij gezond van lijf en geest bleef, en naast verhoging van de moeilijkheidsgraad meer aandacht aan de uitvoering van zijn oefening kon besteden. Hard nodig, meent Zonderland, omdat de jurering aan rek is verscherpt. Met de slordigheden van zijn gouden oefening in Londen komt hij onder de nieuwe turncode niet meer weg.

‘Ik heb de oefening op de automatische piloot afgerond’, klonk na afloop de verbazing door in zijn stem

De zilveren medaille is een opsteker richting de Olympische Spelen van 2020 in Tokio, waar Zonderland in principe zijn loopbaan wil afsluiten. Hij wil nog één keer knallen, nog één keer die gouden medaille winnen. Maar dat kan alleen in de zekerheid dat hij een competitieve oefening kan laten zien, want in Montréal werd duidelijk dat de concurrentie is toegenomen.

De Japanner Hidetaka Miyachi investeert met het oog op de Spelen in eigen land in een zwaar programma. Een andere dreiging voor Zonderland komt uit Zwitserland, in die persoon van Pablo Brägger, de Europees kampioen, die in Montréal te slordig turnde om voor een medaille in aanmerking te komen.

Deurloo

En dan is er natuurlijk landgenoot Deurloo, die ook een triple (kovács-cassina-kolman) in zijn repertoire heeft opgenomen, alleen nog niet gecombineerd. Hij beperkte zich in Montréal tot de kovác-cassina en een losse kolman.

Deurloo is een bijzondere turner en een bijzonder mens, wiens lichaam grotendeels bedekt is met tattoos. Hij vindt dat uit kunstzinnige overwegingen mooi. Het is pijnlijk, vertelde hij eerder dit jaar in een interview met NRC, maar niet pijnlijker dan turnen. De intensieve belasting van zijn lichaam levert Deurloo structureel pijn op, zodanig dat hij er vaak ’s nachts wakker van wordt. Daar kan het fysieke leed van een tattoo wel bij, redeneert de 26-jarige turner.

Veel realistischer dan Deurloo vind je een turner niet. Ja, hij is beste wel eens zenuwachtig, zegt-ie, maar vooral bij de kwalificatie, tijdens de finale voelt hij amper opwinding, dan doet de Rotterdammer redelijk koel wat hij eindeloos getraind heeft. Zijn grote zorg bij de uitvoering van drie vluchtelementen zit ‘m vooral in de vraag hoe hij uitkomt. Te dicht op de stand haalt de vaart uit de oefening en te veraf van de stang betekent een val. Maar als de timing goed is, waarom zou dan de oefening mislukken? Deurloo bekijkt het nuchter.