De markt is te verslaan: met actief beleggen

Deze rubriek belicht elke maandag de ontwikkelingen op de beurs. Deze keer: hoe groot is de kans dat beleggers de markt verslaan?

Foto Remko de Waal/ANP

Het is een discussie die eens in de zoveel maanden weer oplaait. Moet je op zoek gaan naar veelbelovende beleggingen in een poging een zo goed mogelijk rendement te behalen? Of doe je er verstandiger aan een dwarsdoorsnede van ‘de markt’ te kopen en tevreden te zijn met een behoorlijk, maar niet maximaal resultaat?

De uitkomst is meestal: dat laatste. In veel van de onderzoeken waarin de prestaties van actieve vermogensbeheerders worden vergeleken met de prestaties van een aandelenindex komen de beleggers er vrij bekaaid van af. Recent nog concludeerde marktonderzoeker en indexbouwer S&P dat het gros van de beheerde aandelenfondsen minder presteert dan het marktgemiddelde.

Gemeten over één jaar vielen de uitkomsten nog enigszins mee. Van de fondsen die in Nederlandse aandelen beleggen – S&P deelde de resultaten op per land – presteerde 63 procent minder dan de Nederlandse markt. Maar hoe langer de periode waarnaar je kijkt, hoe minder fondsen erin slagen de aandelenmarkt te verslaan. Over een periode van vijf jaar presteerde meer dan 93 procent onder het marktgemiddelde.

Wat is ‘de markt’?

Heeft het dan eigenlijk nog wel zin om actief te beleggen? Lodewijk van der Kroft, werkzaam bij het Franse fondshuis Comgest, vindt die vraag „een hele terechte”. Tegelijkertijd plaatst hij ook kanttekeningen bij onderzoeken zoals die van S&P. In de meeste gevallen wordt namelijk de vergelijking getrokken met een aandelenindex, terwijl direct beleggen in een index niet mogelijk is.

„Je kunt natuurlijk een Exchange-Traded Fund (een ETF, ook wel tracker genoemd, red.) kopen die een index precies volgt. Maar daaraan zijn kosten verbonden en die neemt S&P in zijn onderzoek niet mee”, legt Van der Kroft uit. Niet dat de resultaten daardoor compleet anders uitvallen, maar het vertekent de uitkomsten wel een beetje, vindt hij.

Indexfondsen of trackers winnen de laatste tijd flink aan populariteit. NRC zette de voordelen en risico’s op een rij

Ook is het belangrijk om te bedenken wat ‘de markt’ precies is, schreef Jasper Haak van onderzoeksbureau AF Advisors onlangs in het tijdschrift Fondsnieuws. Bij S&P wordt bijvoorbeeld een zelf samengestelde ‘broad market index’ met Nederlandse aandelen vergeleken. Het Brits-Nederlandse Shell is daarin niet opgenomen. Fondsen die wel in het oliebedrijf beleggen, zullen vanwege het beperkte rendement van olieaandelen in de laatste jaren automatisch dus meer moeite hebben de index te verslaan, betoogt hij.

Toch neemt dat volgens Lodewijk van der Kroft van Comgest niet weg dat een belangrijk deel van de actief beheerde fondsen wel degelijk minder presteert dan het marktgemiddelde. Zijn vermoeden is dat onder die slechte presteerders veel ‘closet indices’ zitten: fondsen die maar een heel klein deel van het beheerde kapitaal actief beleggen en met de rest gewoon de index volgen, zonder daar openlijk voor uit te komen.

Active share

Vaak hanteren zulke fondsen hogere kosten dan je bijvoorbeeld voor een ETF zou betalen, stelt Van der Kroft. „Die moeten ze dan terugverdienen met een handvol actief gekozen beleggingen”, legt hij uit. Hoe lager het percentage actief belegd kapitaal, in jargon de active share, hoe moeilijker dat doorgaans gaat.

Zou je alleen kijken naar écht actieve aandelenfondsen dan is de kans groot dat veel meer beleggers de markt verslaan, denkt Eelco Ubbels, oprichter en eigenaar van onderzoeksbureau Alpha Research. Hij wijst op een onderzoek van vermogensbeheerder Northill Capital van vorig jaar. Daaruit bleek dat fondsen die veel kapitaal actief beleggen vaak juist beter presteren dan de aandelenmarkt. Een studie van de Nederlandse wetenschapper Martijn Cremers toonde in 2009 hetzelfde aan.

Het maakt de active share een mooie maatstaf voor wie zoekt naar een fonds om zijn geld te beheren, stelt Ubbels. Maar vanaf welk punt kun je spreken van een actieve beheerder? Ubbels: „Pas als je uitkomt boven de 80 procent, verdien je wat mij betreft dat stempeltje.”