De les van Rutte II: kom niet over als elkaars beste vrienden

Psychologie van de formatie

Na maanden onderhandelen is het einde van de formatie nu in zicht. Wat doet dat met de onderhandelaars, zo lang op elkaars lip zitten? De psychologie van een lange formatie.

Informateur Tjeenk Willink ontvangt de voormannen van de vier onderhandelende partijen in de Stadhouderskamer in de Tweede Kamer. Foto Jerry Lampen/ANP

Drie maanden lang leefden de politieke leiders van VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie dicht op elkaar. En hoe je er ook aan begint, daarna snap je elkaar beter. Maar ze weten alle vier ook: bij de presentatie van het regeerakkoord willen ze niet overkomen als elkaars beste vrienden.

Dat is een les van het kabinet-Rutte II. Mark Rutte (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) waren, zo leek het, tijdens de formatie in 2012 een twee-eenheid geworden. In de Haagse wandelgangen kun je nog steeds horen dat ze na de presentatie van hun regeerakkoord „tongzoenend” in talkshows waren verschenen.

Lees ook: dit weten we tot nu toe over het regeerakkoord, een overzicht van de uitgelekte plannen

Kiezer denkt: staat die politicus nog wel voor míjn ideeën?

Als PvdA- of VVD-kiezer kun je in zo’n geval denken: dat wordt vast een stabiel kabinet. Of je denkt: staat die politicus nog wel voor míjn ideeën?

Vooral voor D66-leider Alexander Pechtold wordt het opletten: heel Nederland maakte mee met hoeveel tegenzin hij eind juni aan tafel ging zitten met óók ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Met welk verhaal komt hij naar buiten om aan zijn kiezers uit te leggen dat dat toch een goed idee was? Ook voor Rutte en CDA-leider Sybrand Buma komt het erop aan. Zij hebben al jaren een wat moeizame omgang. De VVD had in de tijd van Rutte II meer steun verwacht van het CDA, die partij was volgens Rutte „met verantwoordelijkheidsvakantie”.

Is alles nu anders tussen de vier? Van eind juni tot afgelopen maandag zaten ze met elkaar aan tafel, soms van ’s ochtends vroeg tot laat in de avond, meestal samen met hun secondanten. Om uit te leggen dat het ondanks alles is gelukt, komen ze vast en zeker met inhoudelijke punten: die krijgt dit, de ander dat. Het CDA neemt verantwoordelijkheid door mee te doen in het kabinet, de VVD zal weinig woorden nodig hebben om duidelijk te maken waarom er nu met die partij kan worden samengewerkt. Al zit een „bromance”, zoals een betrokkene het noemt, er nog niet in.

Bekijk ook deze fotoserie over de maandenlange onderhandelingen over het nieuwe kabinet

Samen roken in het hok

Pechtold en Segers zullen met een verhaal moeten komen over medische ethiek, het moeilijkste dossier tussen D66 en de ChristenUnie: met het ene onderdeel uit dat dossier zal het wel zijn gelukt, met het andere niet – of nog niet.

Maar of dát nu de groepsdynamiek in de Stadhouderskamer bepaalde?

De Groningse hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes denkt dat het eerder door andere dingen zal komen – platter. Hij noemt het „vorm”. Dat Pechtold en Segers samen stonden te roken in het rookhok bijvoorbeeld, dat ze elkaar tegenkwamen bij de toiletten. „Bij het goedevrijdagakkoord (over vrede in Noord-Ierland, red.) werden zulke dingen aangevoerd om uit te leggen waarom je een goed gesprek kunt voeren met terroristen. Als je een paar weken met elkaar wordt opgesloten in een kasteel, ontstaat er een ander type relatie tussen mensen.” Het wederzijds begrip groeit dan vanzelf. „Je raakt aan elkaar gewend.”

Als je elkaar beter leert kennen en je heel lang bij elkaar moet zitten, kan een relatie natuurlijk ook juist slechter worden. Postmes: „Maar in het merendeel van de gevallen wordt de relatie hechter. Je leert elkaars eigenaardigheden kennen en vaak ga je ook letterlijk elkaars taal spreken.”

Al weet je daarna nooit zeker hoe lang het stand houdt – en welk effect bijvoorbeeld de reacties van de achterbannen zullen hebben op de politieke leiders. De partijen organiseren de komende week ‘informatieavonden’ voor hun leden.

In elke kabinetsformatie heb je volgens Postmes „het tactisch-intellectuele deel”: dat de ene partij ineens bondgenoot is van de ander en de volgende dag niet meer, dat er achter je rug om deals worden gesloten, dat er vanuit duidelijke eigenbelangen wordt gelekt naar journalisten. „Maar het mooie is dat je in de memoires van politici vooral terugleest of iemand zich behandeld voelde als een klein meisje en de ander uit zijn mond rook. Menselijke, kleingeestige dingen vermengen zich met waar het inhoudelijk om gaat.”

Onvoorspelbare dingen

In sociaal-psychologisch jargon kwamen Rutte en Samsom in 2012 als een „mechanische groep” naar buiten, voor buitenstaanders waren hun verschillen even niet meer goed te zien. Het soort groepje dat de vier politieke leiders nu voor ogen hebben, heet „organisch”. Postmes: „Het betekent dat je in de groep herkenbaar blijft als individu. Ik vraag me dan meteen af: zal dat straks ook zichtbaar zijn in hun lichaamstaal?”

Rutte raakt mensen graag aan. Zal hij dat nu ook doen – bij iedereen? En houden de anderen fysiek afstand tot elkaar? Hoe kijken ze elkaar aan?

Van Rutte is ook bekend dat hij de politieke leiders met wie hij onderhandelt in de formatie, daarna ook het liefst in zijn kabinet heeft. In de Trêveszaal, waar de ministers elke week vergaderen, weten dan genoeg mensen hoe de afspraken uit het regeerakkoord precies zijn bedoeld en ook wat er niet in staat, maar toch is afgesproken. Bij het kabinet-Rutte II was zo’n mondelinge afspraak dat de volgende eurocommissaris een PvdA’er zou zijn.

Rutte krijgt niet zijn zin. Buma en Pechtold hebben al laten weten dat ze in de Tweede Kamer blijven en dat iemand anders namens hun partij vicepremier wordt. Segers maakte al lang geleden duidelijk dat hij fractievoorzitter blijft. En het ziet ernaar uit dat ook hun spindoctors, nauw betrokken bij elke stap in de formatie, een andere werkplek krijgen: op de ministeries van ‘hun’ bewindslieden.

Van de groep aan tafel is dan nog maar weinig over. Sociaal-psycholoog Postmes: „Met het wegvallen van de vaders en moeders van een akkoord kunnen er onvoorspelbare dingen gebeuren.”

Wie Rutte een beetje kent, weet: als hij ergens niet van houdt, is dat het wel.