De diepe val van Oranje, en nog geen spoor van herstel

WK-kwalificatie

Nederland lijkt na de 3-1 overwinning bij Wit-Rusland echt uitgeschakeld te zijn voor het WK. Alleen een mirakel tegen Zweden kan Oranje nog redden.

Dat was ’t dan, drie jaar en drie maanden na de derde plek op het WK in Brazilië. Nederland is er – dat kan nu wel worden vastgesteld – niet bij in Rusland. Geen WK, dat is, meer nog dan een gemist EK, een gapend gat in de tijdslijn van de nationale voetbalgeschiedenis. Voorbij het leedvermaak zal men ook internationaal treuren om deze degradatie van een voorheen vooraanstaand voetballand.

Wie door zijn wimpers heen over het Nederlandse voetballandschap tuurt ziet aan de horizon nog niet een glimp van een voetballer die hoop geeft – laat staan een hele generatie van toptalenten die de gedachte aan een nieuw tijdperk gestalte kunnen geven. Wat je wel ziet, op dit moment, is een spelersaanbod waar clubs uit de Europese top voorlopig niet naar om zullen kijken. Hier is weinig te halen, Oranje is lichtjaren verwijderd van de wereldtop. We doen er niet meer toe.

Het gemiste EK 2016, met 24 landen, blijft welbeschouwd een grotere schandvlek dan deze geflopte route naar het WK. Maar dat maakt de balans niet minder treurig. Drie bondscoaches in drie jaar – interimmer Fred Grim niet meegerekend. Twee gemiste eindtoernooien. Een voortwoekerende voetbalcrisis, die vele vormen aanneemt. Een uitgeholde eredivisie, een uitgeblust Oranje. Het Nederlands elftal is gefailleerd, de wederopstanding vergt verbeeldingskracht, visie, tijd en een toptrainer.

De internationals van nu kunnen het niet zelf, met zo bitter weinig klasse om zich aan op te trekken. Ze zijn karaktervoetballer noch vedette. Gevangen in aangeleerde voorzichtigheid in balbezit en aan banden gelegd door hun eigen begrensde mogelijkheden in technisch en tactisch opzicht. Middenvelder Georginio Wijnaldum en spits Vincent Janssen zijn het niveau. Sympathieke werkers, daar niet van.

Eerder al verprutst

„Kritiek hebben heeft nu geen zin”, zei aanvoerder Arjen Robben (33) nadat hij zich zaterdag had neergelegd bij de uitschakeling voor het WK. Die is op een formaliteit komende dinsdag, de slotwedstrijd tegen Zweden, feit. De kwalificatie was eerder al verprutst, zo is het. Kritiek heeft dus, nu, geen zin. Spelers zijn uitgepraat, journalisten uitgevraagd.

Guus Hiddink, Danny Blind en Dick Advocaat kregen Oranje na het bronzen WK 2014 niet meer in gang getrokken. De laatste faalde, qua resultaten, het minst. Het Nederlands elftal won zaterdagavond met 3-1 van Wit-Rusland, maar knakte al voor de aftrap door de 8-0 overwinning van Zweden op Luxemburg. De kans op play-offs bestaat er nog uit dat Oranje dinsdag tegen Zweden in de Amsterdam Arena zeven doelpunten maakt.

Zo smoorde het restje WK-hoop in Borisov, op een uur rijden van Minsk. Dichter bij Rusland komt Oranje niet meer. Tegen middernacht plaatselijke tijd sprak Robben uit „wat iedereen nu denkt”, namelijk dat het „gewoon niet te doen is”. Voor het eerst sinds de jaren tachtig ontbreekt Nederland zo op twee achtereenvolgende eindtoernooien – maar dieper dan toen is de onderliggende crisis. En groter, vermoedelijk onoverbrugbaar, is de achterstand op de Europese top.

Oranje zou tomeloos op zoek moeten naar goals in Wit-Rusland, maar werd moedeloos het veld in gestuurd dankzij de Zweedse monsterscore. „Misschien waren we wat paniekerig”, zei verdediger Virgil van Dijk – om er haastig aan toe te voegen dat „ik er persoonlijk geen last van had”.

Acht goals zaten er voor Oranje nooit in. De 1-0 van Davy Pröpper voor rust tegen Wit-Rusland was verdiend, de 1-1 van Maksim Volodko erna eveneens. Robbens penalty tien minuten voor tijd bracht de overwinning, waarmee aan de minimale opdracht nog voldaan werd: winnen. Maar vraag niet hoe. Wit-Rusland had nog wel drie grote kansen op de gelijkmaker tot invaller Memphis Depay de 3-1 maakte, uit een vrije trap.

Nederland moest het op doelsaldo doen en werd zo afhankelijk van voetbaldwerg Luxemburg. Uiteindelijk, linksom of rechtsom, was het grote rot de nederlaag in Bulgarije met 2-0 eind maart, die laatste handelingen van Blind als bondscoach. Dat Oranje verdiende geen WK, net als het Oranje van Advocaat dat in Frankrijk met 4-0 werd weggevaagd. Een murw gebeukt geheel van amechtig worstelende subtopvoetballers.

Robbens besluit

Dus ja. Opkrabbelen. Weer. Uithuilen, opnieuw. Robben, de laatste overgebleven veldspeler van de zilveren lichting van het WK 2010, zal vermoedelijk zijn afscheid aankondigen na de slotwedstrijd tegen Zweden. Hij heeft de beslissing al wel gemaakt, zei hij. Zijn vrouw weet het. De kinderen ook. „Doorgaan kan ook een beslissing zijn.” Maar zijn 96ste en laatste interland, mag je aannemen, is dinsdag. In een ambiance die zijn schitterende carrière totaal geen recht doet.

Niemand, bij lange na niet, kan in zijn voetsporen treden. Nul aanvallende spelers van wereldformaat heeft Nederland, dat keihard breekt met de pakweg kwart eeuw waarin topspitsen, spelmakers en vleugelaanvallers elkaar verdrongen in Oranje. Is het verbazingwekkend of eigenlijk normaal dat er al tien jaar niemand meer met exceptionele onvoorspelbaarheid en brille kwam bovendrijven? Zijn we verwend geweest met de zich opvolgende generaties die waren? Antwoord: ja.

Zo uitzichtloos als nu was het zelfs in de jaren tachtig niet. Weliswaar werden toen drie toernooien achtereen gemist. Maar een lichting met twee aankomend wereldvoetballers van het jaar gaf die karige jaren tachtig perspectief. Het is nu amper voor te stellen dat dergelijk kaliber – Ruud Gullit, Marco van Basten – ooit Nederlands international was.

Zoals het ook onmogelijk voor te stellen is dat net als in de magere jaren tachtig het decennium wordt afgesloten met de EK-titel, in 2020. Plaatsing, dat zou al heel wat zijn.

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel werd ten onrechte gesteld dat 7-1 tegen Zweden ook voldoende was om de WK-playoffs te halen. Dat is niet juist. 7-0 of 8-1 waren minimaal noodzakelijk.