Opinie

Bestuurders Stedelijk krabben elkaars rug

De misstanden bij het Stedelijk verbazen Christiaan Braun niet. Het ontbreekt de bestuurders aan traditie en ervaring, schrijft hij.

Foto Lex van Lieshout / ANP

Als fundamenten niet stevig zijn, krijg je een wankel gebouw. De berichten over misstanden bij het Stedelijk Museum Amsterdam verbazen mij niet. Wat mij meer verwondert is dat de journalistiek niet eerder daarover heeft bericht.

Alle ingrediënten voor onthullingen stonden eind 2014 in mijn serie advertenties in landelijke kranten. Daarin gaf ik aan hoe mogelijke belangenverstrengeling bij het Stedelijk kon worden voorkomen. Regels en aanbevelingen die gebaseerd waren op mijn decennialange ervaring als trustee committee member bij het Museum of Modern Art in New York.

Mijn kijk op het Stedelijk is vooral bepaald door mijn wonderlijke belevenissen met Ann Goldstein, de vorige artistiek directeur van het Stedelijk. En vervolgens door de houding van de raad van toezicht van het museum, die belangenverstrengeling van haar opvolgster Beatrix Ruf tolereert.

Lees ook deel I van ons onderzoek naar het Stedelijk Museum: de twee directeuren van het Stedelijk konden nooit goed met elkaar overweg.

Mijn geschiedenis met de raad van toezicht begon in 2003, een half jaar voor de installatie van de raad. Met de toenmalige burgemeester Cohen en zijn wethouder Dales had ik een fundamenteel gesprek over de toekomst van het museum. Beide bestuurders zeiden mij bij die gelegenheid dat ze behoefte hadden aan een raad die de politiek verantwoordelijken zou beschermen tegen aanvallen van het publiek en de media. En dat uit de wind houden, is precies het enige wat de raad sindsdien goed doet.

In november 2011 publiceerde ik in NRC een open brief aan de raad van toezicht onder de kop ‘Het Stedelijk heeft acht jaar verprutst’. Een jaar eerder wilde ik het Stedelijk een serie van 24 tekeningen van Willem de Kooning cadeau doen, een gift met een getaxeerde waarde van 2,5 miljoen euro. Een jaar lang negeerde het museum mijn aanbod.

Tijdens een lunch op 19 juni 2011 verraste de toenmalige directeur Ann Goldstein mij met het voorstel deze werken van De Kooning onder te brengen bij het Museum of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles, haar vroegere werkgever.

Toen haar onethische voorstel in de media bekend werd, trachtte de raad van toezicht de schade te beperken. De raad stelde dat het nooit mijn intentie was geweest om wat dan ook aan het museum te schenken. En ik had de schenking willen gebruiken als onderdeel van mijn voortdurende strijd tegen de gemeente Amsterdam.

Skyboxmentaliteit

Burgemeester en wethouders waren zich evenwel van geen strijd bewust, en spraken daarentegen hun waardering uit voor al die jaren dat ik op mijn kosten in het Stedelijk tentoonstellingen had verzorgd. Onder meer om die reden organiseerde burgemeester Van der Laan op 14 november 2013 voor mij ten stadhuize een bijeenkomst met de heren Ribbink en Defares, respectievelijk voorzitter en lid van de raad van toezicht van het Stedelijk.

Van der Laan nodigde hen uit de beschuldigingen aan mijn adres in het openbaar te rectificeren. Dit werd kortweg geweigerd. Wel boden Ribbink en Defares mij als een gebaar van goede wil een vipkaart voor het Stedelijk aan. Toen ik die afwees, zeiden ze dat de kaart niet op naam was gesteld. Ik kon hem dus aan iedereen weggeven. Op mijn vraag aan de burgemeester of die hem soms wilde, antwoordde Van der Laan grijnzend: „Nee, dank je beleefd.” Tekenend voor het loze gebaar en de skyboxmentaliteit van de heren was dat de vipkaart slechts zes weken geldig was.

Los van mijn persoonlijke ervaringen met de raad van toezicht maakten medewerkers van het Stedelijk mij regelmatig deelgenoot van hun bezorgdheid over de gang van zaken in het museum. Bijvoorbeeld over het voornemen om een aantal kunsthandelaren een zetel te geven in het nieuwe Stedelijk Museum Fonds. Daarmee dreigde een belangenverstrengeling tussen het museum en galeriehouders. Ook maakten ze zich zorgen over het aankopen van kunst van een lid van de raad van toezicht. En over het verzorgen van een tentoonstelling van zijn werk in het museum.

Door deze verontrustende feiten besloot ik tot mijn advertentieserie in enkele landelijke dagbladen. Een soort ‘rood boekje voor musea’.

Twee advertenties van Braun:

Braun plaatste zijn advertenties over het Stedelijk eind 2014, onder meer in NRC
Braun plaatste zijn advertenties over het Stedelijk eind 2014, onder meer in NRC

Bij de bestuurders van het Stedelijk ontbreekt het aan traditie en ervaring. Dan geven algemeen gestelde regels geen soelaas voor de praktijk van alledag. Daarvoor moeten praktische regels worden opgesteld en dat is precies wat ik met de advertenties beoogde. Blijft over dat het hebben van welke code of regelgeving ook tot niets zal leiden als een raad van toezicht er geen gevoel voor heeft en bestaat uit leden die elkaar de rug krabben.

Lees ook deel II van ons onderzoek naar het Stedelijk Museum: Gratis kunst die stiekem toch 1,5 miljoen kost.