Zonderland en Deurloo zweven naar WK-medailles

Rek

Na zijn valpartij in Rio de Janeiro herpakte Epke Zonderland zich op de WK turnen. Hij haalde zilver op rek. Bart Deurloo pakte knap brons.

Epke Zonderland in Montréal op weg naar zijn zilveren medaille op rek. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het heeft drie jaar geduurd, maar Epke Zonderland is terug op het internationale podium. Hij werd zondag op de WK in Montréal tweede in de toestelfinale aan rekstok, nadat de Friese turner drie jaar ‘droog’ had gestaan. Zijn score: 14.233 punten. Bart Deurloo completeerde het Nederlandse succes met een bronzen medaille met een puntentotaal van 14.200. Verrassend wereldkampioen werd de Kroaat Tin Srbic met 14.433 punten.

Zonderland miste de gouden medaille door een misgreep bij de kovács, de tweede van zijn vier vluchtelementen. Hij kon nog net met één hand de rekstok vastpakken, waardoor een val werd voorkomen. Maar het kwaad van puntenaftrek was daardoor al geschied.

Vier vluchtelementen

Maar Nederlands succesvolste turner won eindelijk weer eens een prijs. Zonderlands laatste succes stamt uit 2014 toen hij in Nanning wereldkampioen werd. Aanvankelijk wilde Zonderland vijf vluchtelementen uitvoeren, wat hem een bonus van 0.6 punt had opgeleverd, maar doordat hij niet goed uitkwam met de kovács liet hij dat achterwege en beperkte de rekspecialist zich tot vier elementen. Hij liet de risicovolle gaylord 2 achterwege.

Vier vluchtelementen in één rekoefening, het duizelde de 10.000 enthousiaste toeschouwers in de uitverkochte olympische hal van Montréal voor de ogen. Zonderland heeft naam gemaakt met de triple waarmee hij in 2012 op de Spelen in Londen olympisch kampioen werd, een serie die nooit navolging heeft gekregen.

Na twee jaar fysieke malheur, van een hersenschudding tot een operatie aan de sinussen, gevolgd door de sportieve deceptie van een val op de Spelen in Rio, keerde zijn zelfvertrouwen in aanloop naar de WK in Montréal langzaam maar zeker terug. Zonderland had een vergelijkbare voorbereiding met die in Nanning, waar de turner naar zijn zeggen de beste wedstrijd ooit heeft geturnd.

De vele tegenslagen in de laatste drie jaar hebben de 31-jarige Zonderland voorzichtiger gemaakt. Hij concludeerde, mede door het klimmen der jaren, dat hij zijn trainingen minder zwaar moest belasten. Coach Daniel Knibbeler programmeerde rustmomenten van wel een week, voorheen ondenkbaar. Zonderland reageerde goed op die veranderde aanpak.

Moeilijkheidsgraad

De heilzame uitwerking was dat hij gezond van lijf en geest bleef en naast verhoging van de moeilijkheidsgraad meer aandacht aan de uitvoering van zijn oefening kon besteden. Hard nodig, meent Zonderland, omdat de jurering is verscherpt. Met de slordigheden van zijn gouden oefening in Londen komt hij onder de nieuwe turncode niet meer weg.

De zilveren medaille is een opsteker richting de Olympische Spelen van 2020 in Tokio, waar Zonderland in principe zijn loopbaan wil afsluiten. Hij wil nog één keer knallen, nog één keer die gouden medaille winnen. Maar dat kan alleen in de zekerheid dat hij een competitieve oefening kan laten zien, want in Montréal werd duidelijk dat de concurrentie is toegenomen.

De Japanner Hidetaka Miyachi investeert met het oog op de Spelen in eigen land in een zwaar programma, maar kwam zondag in Montréal ten val. Een andere dreiging voor Zonderland komt uit Zwitserland, in die persoon van Pablo Brägger, de Europees kampioen, die in Montréal te slordig turnde om voor een medaille in aanmerking te komen.

En dan is er natuurlijk landgenoot Bart Deurloo, die ook de triple in zijn repertoire heeft opgenomen, alleen nog niet gecombineerd. Maar drie afzonderlijke vluchtelementen leverden hem in zijn eerste WK-finale wel de bronzen plak op.

Veel realistischer dan Deurloo vind je een turner niet. Ja, hij is best wel eens zenuwachtig, zegt-ie, maar vooral bij de kwalificatie, tijdens de finale voelt hij amper opwinding.