Wedstrijden op Firstlook gamefestival moeten e-sports zichbaarder maken

Gaming

De kwalificatiewedstrijden voor de WESG op het Firstlook Festival in Utrecht moeten de e-sports in Nederland uit de kinderschoenen helpen.

Een jonge bezoeker dit weekeinde op het Firstlook Festival, het jaarlijkse gamefestival in Utrecht. Foto JEROEN JUMELET/ ANP

Vlakbij de flikkerende lampen en het luidruchtige geroep van het hoofdpodium van gamebeurs Firstlook Festival, tegenover de stands van gamegiganten als Ubisoft en Nintendo, zit een kleine groep gamers achter stalen hekken. Verbeten over iPad of PC gebogen spelen ze schietgame Counter-Strike of kaartspel Hearthstone. Nieuwsgierige gamefans lopen af en aan om te zien wat er aan de hand is, of ze mee kunnen doen. Een paar keer per uur roept iemand naar het publiek: „Nee, dit zijn kwalificatiewedstrijden!”.

Dit is het eerste fysieke kwalificatietoernooi in de Benelux voor de WESG, het wereldkampioenschap e-sports (competitief gamen) dat dit jaar voor de tweede keer wordt georganiseerd door Alisports, de sporttak van de Chinese mediagigant Alibaba. Vier van ’s werelds grootste e-sports zijn vertegenwoordigd. Wie op deze zaterdag wint, mag naar de Europese kwalificaties in Barcelona in november. Aan de stemming is het te merken: regelmatig vliegen er opgewonden kreten door de zaal.

Alisports investeerde vorig jaar 20 miljoen dollar in het evenement, een investering waarvan het bedrijf verwacht zo’n 60 tot 70 procent niet meer terug te zien, schrijft de Chinese South China Morning Post. Dit jaar besloot het bedrijf daarom lokale partijen in te schakelen, ook om meer te leren over de Europese markt. Het Nederlandse Blammo Media deed graag mee: ze zien een kans om de Nederlandse e-sportwereld een impuls te geven. „In Zuid-Korea kun je een stadion vullen met e-sports, hier niet”, zegt organisator Rowan Stroo. „We lopen een beetje achter ten opzichte van de rest van de wereld. Het prijzengeld helpt.”

De prijzenpot voor de finale in Changzhou is in totaal zo’n 5,5 miljoen dollar. Voor de Benelux-kwalificaties is er 10.000 dollar beschikbaar. „Als ik deze wedstrijd win, dan krijg ik al 300 dollar”, zegt Hearthstone-speler Ad Werkman opgewekt. „Spannend.” Het lukt hem. Uiteindelijk zal hij in de finale op het hoofdpodium stranden.

„Het is wel anders. Normaal is een toernooi in de kroeg en brengt iedereen zijn eigen iPad mee”, zegt één van zijn concurrenten, een bebaarde man die zijn gebruikersnaam ‘RobotWorgen’ trots op zijn shirt draagt. „Nu zijn er acht voor ons klaar gelegd. Maar we zijn hier met 32, dus dat is wachten.” Gezellig vindt hij het wel. De Nederlandse Hearthstone-wereld is klein.

Over de techniek wordt veel geklaagd: verderop, bij het Counter-Strike-toernooi, zaten de vijfkoppige teams een tijd te wachten tot de game-server eindelijk werkte. „Ze moeten er gewoon van leren. Ik hoop dat het volgend jaar groter is, het is een superinitiatief”, zegt Frank van Mourik, hier met zijn team Dutch Warriors. Net als Stroo vindt hij dat er nog grote stappen nodig zijn om de Nederlandse e-sportwereld naar een hoger niveau te tillen. E-sporters zijn vooral bezig met hun eigen spel, zegt hij. Het grote publiek krijgt er weinig van mee. „Daarom is zo’n evenement belangrijk. Het is heel publiekelijk, je wordt een attractie. Je haalt het naar de grotere gamingwereld toe.”

Voor e-sports is de langetermijninvestering van iets als WESG belangrijk, zegt Stroo. Wat nodig is, is een voedingsbodem die Nederlandse gameteams in staat stelt om te investeren in talent. „Je hoort grote verhalen over de miljoenen dit en de miljarden zus. Maar we merken daar niet veel van. De markt in Nederland staat nog in de kinderschoenen. Iedereen vindt het tof, maar we zijn nog zoekende.”