Onrust in heel Spanje groeit: ook ‘stille’ Catalaanse meerderheid nu de straat op

Nu de Catalaanse regering komende dinsdag eenzijdig de onafhankelijkheid dreigt uit te roepen, komen overal in Spanje betogers in beweging. En intussen kondigen bedrijven aan Catalonië te willen verlaten.

Een demonstratie van unionisten in Barcelona op zondag 8 oktober. Foto Rafael Marchante/Reuters

Honderdduizenden mensen zijn afgelopen weekeinde de straat op gegaan in Madrid en Barcelona in een reactie op de Catalaanse separatisten. Zowel binnen als buiten Catalonië zwaaiden de unionisten op zaterdag en zondag massaal met Spaanse vlaggen. In tal van steden was er ook een nieuw, ander geluid te horen: dat van in het wit geklede menigten die om een dialoog vroegen. En dan waren er nog de fascistische Falangisten die in het centrum van Madrid met een man of vijftig de eenheid van Spanje probeerden te beschermen. In hun denken is er in Spanje geen plaats voor minderheden uit Baskenland of Catalonië.

De kwestie rond de mogelijke onafhankelijkheid van Catalonië heeft de Spanjaarden veertig jaar na de transitie van dictatuur naar democratie hopeloos verdeeld.

Dreigement premier Rajoy

De Spaanse koning Felipe VI en de conservatieve premier Mariano Rajoy wijzen consequent naar de grondwet van 1978, waarin de eenheid van Spanje werd vastgelegd. Rajoy kondigde zondag in een interview met El País aan het parlement van Catalonië buitenspel te zetten als regiopresident Carles Puigdemont eenzijdig de onafhankelijkheid uitroept.

Rajoy zou dan gebruik maken van het zogenoemde artikel 155, waarmee via een besluit van de senaat de autonomie van Catalonië opgeschort kan worden. Een dialoog met de separatisten weigert Rajoy te voeren.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? In de voorbije jaren werd langzaam duidelijk dat de verhoudingen in Spanje aan het veranderen zijn. Aan het aloude tweepartijenstelsel is abrupt een einde gekomen. Terwijl de conservatieve Partido Popular en de socialisten van de PSOE bijna vier decennia achtereen de macht verdeelden, veroverden nieuwe nationale partijen als Podemos en Ciudadanos eind 2015 een dusdanige aanhang dat het vormen van coalities onvermijdelijk was.

Van polderen wilde de PP noch de PSOE iets weten. Door een totaal gebrek aan dialoog werden in 2016 nieuwe verkiezingen noodzakelijk.

Die nieuwe stembusgang bood nauwelijks uitkomst. Na maandenlange, moeizame onderhandelingen kwamen verschillende partijen een gekunsteld akkoord overeen waarbij de Partido Popular zou regeren met de wankele gedoogsteun van de PSOE en Ciudadanos. In de praktijk komt het erop neer dat Rajoy zonder een al te felle oppositie aan zijn tweede termijn bezig is. Stevige debatten over de toekomst van Spanje worden nauwelijks gevoerd.

Hopen dat zaak zichzelf oplost

Het politieke debat ging in het voorbije jaar vooral over het houden van een referendum in Catalonië. Ten minste: in de autonome regio zelf. Dat is geheel volgens de tactiek van Rajoy, die doorgaans geen ruimte biedt voor onderhandeling en zo hoopt dat het probleem zich vanzelf oplost. Zo kwam er uiteindelijk ook een einde aan de gewelddadige strijd van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Die leverden in april van dit jaar op symbolische wijze hun wapens in.

De Catalanen grepen nooit naar de wapens, maar kozen voor de democratische weg. De grondwet uit 1978 werd door velen gezien als een eerste begin van een Catalonië dat binnen Spanje gerespecteerd zou worden. Dat sentiment veranderde stukje bij beetje vanaf het jaar 2000 toen de conservatieve premier José Maria Aznar het Spaanse nationalisme begon te benadrukken. De Catalanen bleven echter aandringen op meer zelfbestuur en behaalden in 2006 een overwinning met een nieuw statuut waarin de autonomie werd uitgebreid. Toen de PP dat vier jaar later door het Constitutionele Hof liet terugdraaien, raakten vele Catalanen het vertrouwen in ‘Madrid’ definitief kwijt. Het Catalanisme veranderde in separatisme.

De Spaanse regering is er nooit meer in geslaagd de breuk met miljoenen Catalanen te lijmen. Het verzet werd almaar groter en mondde uit in een illegaal referendum op 1 oktober. Een overgrote meerderheid van 90 procent stemde voor afscheiding. Maar omdat het ‘nee-kamp’ massaal thuis bleef kan aan de uitslag weinig waarde worden gehecht.

Hoe groot de aanhang van de separatisten nu werkelijk is weet niemand. Het lijkt er sterk op dat zondag de stille Catalaanse meerderheid in Barcelona de straat op ging die tegen onafhankelijkheid is en zich zorgen maakt over de toekomst. Afgelopen dagen hebben diverse bedrijven aangekondigd hun hoofdkantoor uit Catalonië te willen weghalen.

Hoe dan ook: voor de separatisten is de uitslag bindend. Nu regiopresident Carles Puigdemont dreigt eenzijdig de onafhankelijkheid uit te roepen is de geest niet alleen in Catalonië uit de fles, maar in heel Spanje.