Gereguleerde wietteelt is test voor aanstaand kabinet

Na decennia van discussie gaat het aanstaande kabinet experimenteren met gereguleerde wietteelt. Is dit het einde van het Nederlandse gedoogbeleid?

Alexander Pechtold (D66), Premier Mark Rutte en Sybrand Buma (CDA) vrijdag op het Binnenhof na afloop van de gesprekken met informateur Gerrit Zalm. Foto Bart Maat/ANP

Nog geen wet, zoals D66 wilde, wel een experiment. Na decennia van discussie over het gedoogbeleid rond cannabis, gaat het aanstaande kabinet experimenteren met door de overheid gereguleerde teelt van wiet en hasj. Hierover zijn afspraken gemaakt in het regeerakkoord, bevestigen betrokkenen bij de formatie.

Zes tot tien middelgrote tot grote gemeenten mogen meedoen aan de proef. De coffeeshops in die gemeenten worden bevoorraad door telers van wiet die onder overheidstoezicht staan. Nu is de verkoop van wiet door coffeeshops wel toegestaan, maar de inkoop en productie ervan niet.

Het doel is om te kijken of door het reguleren van de teelt van cannabis de overlast en criminaliteit daalt. Ook zou in de gereguleerde wiet minder schadelijke stoffen kunnen zitten dan illegaal geteelde wiet. Dat zeggen betrokkenen na berichtgeving van RTL Nieuws.

Lees ook het handige overzicht: Wat we al weten over het regeerakkoord

Met de plannen in het regeerakkoord is voorlopig de initiatiefwet van D66-Kamerlid Vera Bergkamp van tafel, die in februari door een nipte meerderheid in de Tweede Kamer werd aangenomen. VVD, CDA en ChristenUnie, de drie partners van D66 in het nieuwe kabinet, stemden toen tegen deze wet. Met name het CDA was er fel op tegen om softdrugs „te normaliseren”. CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg noemde cannabis in februari „een sluipmoordenaar” omdat jongeren eraan verslaafd raken. „Een sluipmoordenaar reguleer je niet, maar bestrijd je.” De initiatiefwet zal nu voorlopig niet besproken worden in de Eerste Kamer.

De VVD was ambivalent over het voorstel van D66. VVD-bewindslieden in het kabinet-Rutte II waren tegen, net als de Tweede Kamerfractie. Maar een meerderheid van de leden stemde tijdens het VVD-congres in november voor slimmere regulering van de wietteelt. En VVD-premier Mark Rutte zei op verkiezingscampagne in Brabant als het ging om de wietteelt naar D66 en GroenLinks te neigen.

Wie gaat de wiet telen?

Het experiment met de gereguleerde wiet moet de tegenstellingen beslechten tussen de vier aanstaande coalitiepartijen. Zie het als een test van het voorstel van D66, aldus een betrokkene. Er komt een onafhankelijke evaluatie van het experiment: is de georganiseerde criminaliteit afgenomen? Daarna moet het kabinet een definitief besluit nemen. Hoe lang het experiment in de gemeenten zal duren, is nog niet bekend.

Aan de uitvoering van het plan zitten nog allerlei haken en ogen. Zo verschillen de lezingen van de aanstaande coalitiepartijen over wie de wiet gaat telen. Worden dat een of twee organisaties die worden aangewezen om de wiet te leveren aan de gemeentes? Of kunnen meerdere telers een vergunning aanvragen?

Ook is de vraag hoe de teelt en het transport van de gereguleerde wiet wordt beveiligd tegen gewelddadige drugscriminelen. Het Openbaar Ministerie zei in februari over het wetsvoorstel van D66 dat „de grote onderlinge concurrentie tussen criminele organisaties het twijfelachtig maakt of gedoogde teelt in een veilige omgeving kan plaatsvinden.”

Felle discussie

Ook buiten Den Haag is er felle discussie over gereguleerde wiet. Zo denken het OM en hoge politie-functionarissen niet dat het de georganiseerde criminaliteit zal doen afnemen. Een groot deel van de Nederlandse wietproductie is immers bestemd voor de export – daar doet dit plan niets aan. Volgens het OM zou Nederland in de problemen kunnen komen met internationale verdragen op het gebied van drugsbestrijding.

Burgemeesters uit het zuiden van Nederland zijn wel enthousiast: zij pleiten er al jaren voor. In februari nog, in een ‘Deltaplan tegen georganiseerde drugscriminaliteit’, dat ook werd onderschreven door Wim van den Donk, CDA-commissaris van de Koning in Brabant en genoemd als minister in het nieuwe kabinet. Paul Depla, PvdA-burgemeester van Breda, zei zaterdag in tv-programma Nieuwsuur zijn gemeente zeker aan te melden voor het experiment. „Ik kan niet wachten.”