Dorpswoede tegen vluchtelingen? Orbán begrijpt het wel

Een moteleigenaar in het Hongaarse Öcsény nodigde vluchtelingen uit als groothartig gebaar. Het verzet van het dorp leidde tot een nationaal debat.

De Hongaarse premier Viktor Orbán spreekt zijn steun uit aan de kwade dorpelingen. Foto Wallace Woon/EPA

Het was bedoeld als groothartig gebaar: de eigenaar van een motel in het dorp Öcsény besloot afgelopen maand enkele vluchtelingen uit te nodigen voor een korte vakantie op het Hongaarse platteland.

De 2.300 bewoners van het gehucht en het handjevol vluchtelingen zouden elkaar leren kennen. Misschien zouden de dorpelingen negatieve vooroordelen over vluchtelingen bijstellen. Wellicht zouden de vluchtelingen zich iets meer thuis voelen in een land waar de antimigratiestemming drukkend is.

Nationaal debat

Tot daar de hoop. Het woedende verzet van het dorp tegen de komst van de vluchtelingen naar het motel bracht een nationaal debat op gang dat nog steeds verder woedt. Öcsény is uitgegroeid tot symbool van de heersende xenofobie in Hongarije. Die nam toe onder de regering van premier Viktor Orbán, die migranten de afgelopen jaren afschilderde als sinistere dreiging. „Niemand wil hen hier”, schreeuwde een van de inwoners op een dorpsbijeenkomst, gefilmd door de Hongaarse nieuwswebsite Index.hu. „Omdat ze moslim zijn, ze hebben geen eer.”

Andere dorpelingen vertelden hier: de migranten verkrachten, roven, moorden en brengen ziektes. Weer anderen predikten verdraagzaamheid. Iemand sneed de autobanden van de moteleigenaar en zijn zoon kapot. Naar eigen zeggen ontving de man doodsbedreigingen. De burgemeester trad af ten gevolge van de crisis. De vluchtelingen kwamen niet. Als reactie lanceerden Hongaarse beroemdheden eind vorige week een petitie om opnieuw te bouwen aan een „humane samenleving”.

Hoe kon de afkeer voor migranten uitgroeien tot deze proporties? Zowel voor- als tegenstanders van de vluchtelingen wijzen naar de publieke en commerciële media die aanleunen tegen de regering. Zij berichten uitgesproken negatief over alles wat naar migratie riekt. Tijdens reclameblokken bestookt de regering-Orbán televisiekijkers ook nog eens met advertenties voor de ‘nationale consultatie’, een brievencampagne waarin het de steun verzoekt van acht miljoen Hongaren tegen het zogenoemde „plan-Soros”. Volgens de brief zouden de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros en de EU onder één hoedje spelen om Hongarije te overspoelen met vluchtelingen.

Orbán spreekt zijn steun uit aan de kwade dorpelingen. „Er is zo vaak gelogen tegen mensen over de migrantenkwestie”, vertelde hij tegen verslaggevers. „Als hun verteld wordt dat er kinderen komen, zullen ze zeggen: eerst kinderen, dan hun ouders, dan gezinshereniging en dan hebben we een probleem. Ik begrijp hen volledig en het is helemaal juist dat ze hun mening zo resoluut, luid en helder uitgedrukt hebben.”

In een ander Zuid-Hongaars dorp, Cserdi, beloofde de burgemeester alle vluchtelingen op te vangen die geweigerd werden in Öcsény.