Column

De Kleine Elf

Bij het verlaten van het veld sloeg Wijnaldum een kruisje. Zou het nog helpen? Zijn God, andermans Allah, onze Advocaat; ze kunnen de malaise rond het Nederlands elftal niet langer bezweren. Op zoek naar een gaatje holt Oranje als een muisje langs de plint en ondertussen slaan de katten hun voorpoten uit om het verweesde diertje te grijpen.

Bij gebrek aan succes werd de kwalificatie voor het WK steeds meer een gokspel voor cijferfetisjisten. Het doelsaldo als heilige graal. Onze bondscoach raakte af en toe de tel kwijt.

De ergste zin van de afgelopen tijd: ‘We hebben alles nog in eigen hand.’

Nederland had niets in handen; ze hingen slap en machteloos langs het lijf. Andere landen moeten ons dwalende elftal gaan helpen. Luxemburg had gelijkgespeeld tegen Frankrijk, nu ging de voetbaldreumes de Zweden maar eens afstoppen.

De hulp inroepen van Luxemburg? Ik ken het landje alleen maar vanachter het stuur op weg naar Frankrijk. Het liefst passeer ik de grens met België met een volle tank, Luxemburg is me nog geen tussenstop waard.

Bondscoach Dick Advocaat vond de 8-0 van Zweden tegen Luxemburg maar een ‘vreemde’ uitslag. Doelde hij op omkoping, op een slappe houding van de Luxemburgers?

De arrogante houding van de uitvinders van het totaalvoetbal heeft plaatsgemaakt voor onzekere optredens. Nederland weet niet meer hoe of wat. Coaches kwamen af en aan en wisten geen coherente ploeg samen te stellen. Er was geen lijn in het spel te bespeuren.

Alle lijnen – op en naast het veld – leidden onverbiddelijk naar de nooduitgang. Tegen Wit-Rusland duurde het twee minuten voordat de bal eindelijk eens in het vijandige strafschopgebied rolde. Pas na twintig minuten werd er voor het eerst op doel geschoten.

Arjen Robben was na afloop realistisch: het WK is niet meer haalbaar. Toch bleef hij gedreven. Na zijn ingeschoten penalty holde hij naar het net om de bal te pakken. Tegen beter weten in.

„Je speelt toch ook voor je eigen trots”, zei de aanvoerder.

Bij mij is de trots voor het Nederlands elftal verdwenen. Met de kwaliteit van de Grote Vier kun je niet meer aankomen. Ze zijn op leeftijd en verzopen in de poel van ellende, al spartelt Arjen Robben nog na. Wat overblijft is een stuurloze ploeg – De Kleine Elf – zonder geniale uitblinkers, zonder bluffers en krachtpatsers, technisch imperfect en te langzaam.

Na de wedstrijd tegen Frankrijk werd pijnlijk duidelijk dat we een lichtjaar achter liggen. Talent is er voldoende, maar hoe stoom je ze klaar voor de top? Dat is het werk voor de KNVB en de nieuwe bondscoach.

Het goochelen met doelsaldo’s is voorbij en gokken op Luxemburg hoeft niet meer. Wie met zo’n vlijmscherp mes geschoren wordt, kan niets anders doen dan stilzitten en hopen op betere tijden.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.