De grillen van een toptalent dat zelf moet leren van haar fouten

Shorttrack

In Dordrecht waren de twee kanten van Suzanne Schulting te zien: het grote talent en de stuiterbal die vaak te gretig is.

Suzanne Schulting (rechts) komt als tweede over de finish op de 1.000 meter, na de Zuid-Koreaanse Shim Suk-hee. Foto Jerry Lampen/ANP

Suzanne Schulting ís het shorttrack. Ze is het handje aan het ijs, het wegglijdende ijzer. Ze is de schoen die net wat eerder over de streep wordt gedrukt, het fatale duwtje in de zij. Ze is de balans en de onbalans. Er is geen gulden middenweg, voorlopig niet althans. De wereldbekerwedstrijden in Dordrecht lieten het onmiskenbare talent voor de sport zien en – in de woorden van coach Jeroen Otter – de stuiterbal.

Drie weken eerder. In de persruimte van Thialf wordt de shorttrackploeg voorgesteld aan een groepje journalisten. Suzanne Schulting zit te wiebelen op een stoel, haar telefoon voor zich op een statafel.

„Of ik ongeduldig ben?”, vraagt ze even later lachend. „Heb je me net zien zitten? Laat ik het zo zeggen: als ik echt iets leuk vind, dan is het geen probleem. Nou ja, ongeduldig is ook weer zo’n heftig woord. Ik ben wel heel gretig, ik wil graag heel veel.”

Snel, brutaal, alles op gevoel

Schulting (20) praat zoals ze schaatst: snel, brutaal, alles op gevoel. Over haar geweldige vorige jaar, waarin ze het wereldbekerklassement op de 1.000 won, waarin ze brons won op die afstand op de WK in Rotterdam. Over de volgens haar snelle opmars richting de wereldtop en de rol van Otter daarbij. Dat ze met hem ruzie kan maken omdat ze beiden zo uitgesproken zijn, maar dat het tien seconden later weer goed is. En over druk: dat ze die, ook al is het een olympisch seizoen, zichzelf nu eens niet wil opleggen.

Iets wat ze rond het WK in maart dus wel had gedaan, dat op die bronzen medaille na zo wisselvallig verliep. Om vervolgens te zeggen dat ze wil dat dit jaar minstens zo goed is als het vorige.

Zo gaat dat in haar lichaam, komen er elektrische signalen van boven naar beneden en slaat de stop door: boem.

Jeroen Otter, bondscoach

Je moet soms op je plaat gaan om te leren, zegt ze. En dat gaat ze nog steeds. Nog geen twee weken later krijgt ze vier keer een penalty tijdens de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen in Boedapest. „Most shitty weekend ever”, zette ze bij een foto op Instagram.

In Dordrecht gaat het op de donderdag, de eerste dag, weer fout. Ze krijgt een fatale valse start in de voorronde van de 500 meter. Het was niet eens een typische valse start, zegt Otter later, ze bewoog gewoon met haar kont. Een effect van de week ervoor? „Tuurlijk. Zo gaat dat in haar lichaam, komen er elektrische signalen van boven naar beneden en slaat de stop door: boem.”

Maar echt coachen doe je het niet, en dat wil Otter ook niet. Nee, ze moet zelf leren van die fouten. „We proberen haar niets te leren wat ze niet kan, we proberen haar te leren afleren waar ze te veel mee bezig is.”

Snel vergeten

Want dat is Suzanne Schulting. Die staat altijd ‘aan’, ze pompt altijd dat beetje extra lucht in een band die al veel te vol is. Maar als alles goed gaat, gaat het ook héél goed, het is een patroon. Zondag wordt ze tweede op de 1.000 meter en is ze weer buiten zinnen van vreugde. Het is een voordeel dat ze heel snel races kan vergeten. Sjinkie Knegt kan dat ook zo goed, en eigenlijk is het een vereiste als je shorttracker bent, want je kunt binnen een half uur na een teleurstelling weer het ijs op moeten. Otter vindt het een gave en stiekem ook een ergernis: Schulting moet wel kunnen léren van fouten.

Ook al was de donderdag een rotdag, ze wist dat het wel goed zat, zegt ze aan het eind van de zondag. „Ik was gewoon te gretig op die 500. Mijn energielevel moet soms naar beneden. Maar ik weet nu wat ik moet doen. Ik weet dat als ik de rust bewaar, het heel goed kan gaan. Dat is een fijne gedachte.”

Otter wil niet dat we vergeten dat Schulting nog steeds maar 20 is. Knegt, nu 28, was jaren geleden ook nog zo grillig. Het hóéft nog niet allemaal. „Vroeger had ze ook veel wedstrijden waarin het verkeerd ging. Als ze was blijven hangen in het negatieve, had je niet van haar gehoord. Ze kan goed inhalen, ze ziet gaten waar eigenlijk geen gaten zijn. Maar dat wil niet zeggen dat ze alles altijd netjes op een rijtje kan zetten. Die ervaring moet ze nog opdoen.”