Was de massamoordenaar van Las Vegas een terrorist?

Over Las Vegas las ik bij NRC de volgende termen: „schietpartij”, „bloedbad”, „slagveld”, „aanval”, „massale schietpartij” (een vertaling van het Amerikaanse mass shooting). Andere kranten gebruikten die ook, alleen het AD begon een stuk met „Wéér een aanslag in de VS.’’

Ook op het liveblog van NRC viel die laatste term „aanslag”. Verdedigbaar misschien, voor een doelbewuste moordpartij. Toch zou ik het woord mijden, omdat „aanslag” en „terreuraanslag” al bijna synoniem zijn geworden.

Maar was dit niet ook ‘gewoon’ – sic – terreur of terrorisme? Wanneer is een pleger van geweld een „terrorist”?

Op Amerikaanse sites en elders klonk al snel opnieuw de roep de daad – een bloedbad met 59 willekeurige doden – als zodanig te benoemen. Maar vooralsnog houden de media daar het op een mass shooting, in de ‘traditie’ van het bloedbad op de Columbine High School in Colorado (1999), waar twee jongens dertien scholieren en docenten doodschoten, gedreven door een giftige mix van frustratie en popcultuurnihilisme.

Probleem: het begrip ‘terrorisme’ is sterk politiek en ideologisch beladen, zeker na 11 september 2001. Geen wonder dus dat het dringen is op de markt van gelijke monniken en kappen: de ene massamoordenaar een terrorist noemen, dan de ander ook, in een wrang soort distributieve rechtvaardigheid.

Veel internationale media zijn de termen daarom gaan mijden. De BBC en Reuters willen „terrorisme” of „terrorist” volgens hun richtlijnen alleen nog in citaten gebruiken. In eigen tekst geven ze de voorkeur aan concretere beschrijvende termen als „bomaanslag”, „schutter”, „kaper” of „militant”.

Dat lijkt op zichzelf verstandig, maar ik zie geen reden „terrorisme” of „terrorist’’ niet te gebruiken – het hangt er van af of er een journalistiek bruikbare definitie van te geven is, ook al is geen enkele definitie perfect of onbetwistbaar.

Een journalistieke definitie van terrorisme stelt andere eisen. Daarbij gaat het niet om een filosofisch of juridisch sluitend geheel, maar om criteria op grond waarvan een krant of site een heldere en consequente beschrijving kan geven van daden en daders die verschillen van ‘normaal’ geweld.

Op de NRC-redactie is dat besproken en dat heeft geleid tot een werkdefinitie, die aan het Stijlboek van de krant is toegevoegd. Het moet bij terrorisme volgens die definitie gaan om een „geweldsdaad” tegen (willekeurige of concrete) personen door particulieren, groepen of organisaties, met het doel angst te zaaien onder (een deel van) de bevolking of/en een beleidswijziging af te dwingen bij een bedrijf of overheid”.

Een ruime definitie, waar ook geweld van staten onder kan vallen (zoals bij „terreurbombardementen” in een oorlog). Het belangrijkste lijkt mij het besef dat terrorisme een middel is, en wel een dat niet is voorbehouden aan één bepaalde groep of beweging.

Valt de moordenaar van Las Vegas eronder? Inmiddels is van alles bekend over zijn achtergrond, maar nog vrijwel niets over een motief. Voor NRC is dat reden om niet te spreken van een „terreuraanslag”. De hoofdredactie liet dat maandag al, in een eerste uitleg, weten op het liveblog van nrc.nl over de schietpartij (Waarom NRC van een schietpartij spreekt en niet van een terreuraanslag, 2 oktober, 16.40 uur).

Maar de discussie staat niet stil. Voor sommige commentatoren doet het motief er als criterium niet toe. Een aanval met zulke zware wapens op een massa onschuldigen, in een land waar wapenbezit geldt als een recht, is „per definitie een politieke daad”, schrijft bijvoorbeeld verslaggever Nicky Woolf in het Britse tijdschrift New Statesman, hoezeer de wapenlobby de zaak ook uit eigenbelang probeert te depolitiseren. „Motief en betekenis zijn niet uit elkaar te houden”, vindt Woolf.

Anderen wijzen op een dubbele moraal bij de media: islamitische daders zijn in een oogwenk terroristen, blanke mannen als Paddock heten verwarde geesten of lone wolves, die zonder ideologie handelden. Ze worden „gehumaniseerd”, hun daad gepsychologiseerd. Kortom, hun white privilege betaalt zich zelfs na de dood nog uit.

Dat lijkt me te stellig. Inderdaad, bij Anders Breivik was frappant dat rechtse columnisten die erop aandringen de woorden van islamitische terroristen letterlijk te nemen, er als de kippen bij waren om hem af te doen als een eenzame psychopaat. Maar in veel media, ook in NRC, is Breivik een „terrorist” genoemd – en terecht.

Ook het idee dat blanke daders in tegenstelling tot anderen ‘vermenselijkt’ worden, lijkt me een overdrijving. Ook in portretten van islamitische daders is een terugkerend refrein dat het jongens waren waar niemand ooit iets aan merkte, en worden verklaringen gezocht in hun persoonlijke omstandigheden.

Is ideologisch geweld altijd scherp te scheiden van pure moordlust? Nee, „schieten is hetzelfde als neuken”, moet RAF-terrorist Andreas Baader ooit hebben uitgeroepen. Overlap tussen ideologische motieven en moordlust kan er dus zeker zijn, al zien we dat niet graag onder ogen, omdat we liever een rationele verklaring willen, met een helder onderscheid tussen wij en zij.

Maar dat het motief er niet toe doet, omdat een dergelijke gewelddaad altijd politiek is, is een reuzenstap te ver. Dat opent de deur naar ongebreidelde kwalificatie van geweld als terreur en ideologisering van alle geweldplegers.

Het is beter om precies te blijven, en daar hoort ook onderscheid bij tussen enerzijds individuen die uit moordlust naar blind geweld grijpen, en anderzijds ideologische, politieke of religieuze bewegingen die zich willens en wetens van het middel terreur bedienen of individuen daartoe aanzetten.

Dat maakt dit bloedbad niet minder tot een bloedbad.

Reacties: ombudsman@nrc.nl